A Conceptual Introduction to Modeling: Qualitative and Quantitative Perspectives (Britt, 1997)

Een samenvatting (denk ik) van twee hoofdstukken uit A Conceptual Introduction to Modeling: Qualitative and Quantitative Perspectives (Britt, 1997), H4 en H6. Het betreft voor mij een nog abstract onderwerp dat langzaam steeds concreter wordt. De vertaling schort op sommige punten, en een aantal zaken moet ik op termijn eenvoudiger kunnen uitleggen.

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
A Conceptual Introduction to Modeling: Qualitative and Quantitative Perspectives (Britt, 1997) by Mind Map: A Conceptual Introduction to Modeling: Qualitative and Quantitative Perspectives (Britt, 1997)

1. H4. Elaboration Within the Constraints of an Additive Model

1.1. twee-concepten modellen verklaren vaak niet het fenomeen: het is naief om te denken dat dit wel zo is

1.1.1. het toevoegen van concepten aan modellen heet elaboratie

1.2. additive model

1.2.1. een model waar de factoren die de afhankelijke variabele beinvloeden een 'optellend' of 'aftrekkend' effect hebben.

1.2.2. als de uitkomst hetzelfde is in situatie 1 als in situatie 2 = addiviteit

1.2.2.1. is dat niet het geval = context afhankelijk

1.3. The Additivity Constraint

1.3.1. Drie elkaar aanvullende vormen van respecificatie, binnen de beperkingen van het addititieve model

1.3.1.1. 1. Toevoegen of aftrekken van concepten aan modellen

1.3.1.2. 2. Steeds nadenken over welke concepten jij belangrijk vindt, wat de eigenschappen zijn van deze concepten en hoe ze zich met elkaar verhouden

1.3.1.3. 3. Beslissingen maken over welke concepten niet belangrijk zijn, wat hun eigenschappen nieyt zijn en hoe ze niet met elkaar relateren.

1.3.1.4. je aannames gaan uit dat de gemiddelde effecten in de verschillende contexten relatief stabiel is en dat de betekenis van de concepten en hoe je de relaties interpreteert in alle contexten gelijk is

1.3.1.4.1. de theoretische aannames die je doet moeten stand houden in alle contexten

1.3.1.4.2. het gaat om het versimpelen

1.3.2. Kwantitatieve onderzoekers kaderen hun analyses op die wijze zodat de relatieve constance betekenissen, verklarende mechanismen en effect sizes gezien kunnen worden als tolereerbare aannames

1.3.2.1. als er geen of weinig variantie is of niet de variantie verklaard, dan is er sprake van een belangrijk concept

1.4. Elaborations That Do Not Appear To Alter The Nature of the Original Relationship

1.4.1. Elaborations that do not alter the nature of the relationships between two concepts

1.4.1.1. C is een toegevoegd concept

1.4.1.2. het gaat om de eigenschappen van de relaties

1.4.1.2.1. afhankelijk van betekenis voor de beschrijvende en interpretatieve context, en op de theoretische structuur waarin die relatie is ingebed.

1.4.1.3. bij I kan concept C de kans positief beinvloeden dat of A of B voorkomt

1.4.1.4. bij II als een verandering bij A optreedt vergroot dat de kans tot voorkomen van C

1.4.1.5. bij III als een verandering bij of A of B optreed vergroot dat de kans op voorkomen van C

1.4.1.6. bij IV kan concept C de kans positief beinvloeden dat B gaat voorkomen.

1.4.1.7. je maakt ook de consequenties zichtbaat

1.4.1.7.1. het vergroot ons begrip van wat er liijkt te gebeuren

1.5. Elaborations That Alter The Nature of the Relationship Between Concepts

1.5.1. twee manieren waarop toegevoegde concepten de eigenschappen van de relatie tussen twee concepten in additivieve modellen kan veranderen

1.5.1.1. 'spurious relationships'

1.5.1.1.1. zijn de beschreven relaties tussen concepten echt of zijn ze toe te schrijven aan de effecten van andere concepten?

1.5.1.1.2. "The first lesson, then, is that spuriousness is potentilly rampant in multivariate models" (p.84)

1.5.1.2. 'indirect or mediating' effects'

1.5.1.2.1. helpt bij het ontwikkelen van een meer specifiek begrip van de causale mechanismes die veranderingen in onafhankelijke variabelen met veranderingen in afhankelijke relaties relateren

1.5.1.2.2. moeten gerelateerd zijn aan beide originele concepten

1.5.1.2.3. 'mutually reinforcing, complementary indirect effects'

1.5.1.2.4. 'mutually antagonistic indirect effects'

2. H6. Conditional and Moderating Relationships: Elaborating the Contexts of Action

2.1. Conditions, trivia, artifacts and substance

2.1.1. door gevoelig te zijn voor de invloed van context en condities kom je dichter op je data te staan en voorkom je oversimplificatie door aan te nemen dat combinaties va onafhankelijke variabelen alleen een additief effect hebben op afhankelijke variabelen

2.1.1.1. voorkom trivialiteit

2.1.1.2. voorkom gevaarlijke toepassing

2.1.1.2.1. ethische kwesties

2.1.1.3. gereedschap om juist onder de huid van het fenomeen te kruipen dat we onderzoeken

2.1.2. Wanneer mogen relaties en oorzaken als belangrijk beschouwd worden?

2.1.2.1. alleen als ze voldoende aanwezig zijn op zichzelf?

2.1.2.2. alleen als ze begrepen worden in de context waar ze voorkomen?

2.1.3. "Uncovering triviality and artificiality is one thing; the real action in the analysis of conditions is getting us closer to the when, where, and how of specific causal mechanisms" (p.115)

2.2. The Importance of Context: Some Examples

2.2.1. controleer altijd andere mogelijkheden

2.2.1.1. de basis van je onderzoek wordt sterker

2.2.1.2. "...it is just as important to examine what the model suggests doen not exitst. (p.117)

2.2.2. "The power, of simple events and changed context, to alter the meaning of everything that happens in a situation must be appreciated, however." (p.118)

2.2.3. Contextuele elementen bevestigen elkaar wederzijds in die mate dat het lastig is deze elementen te beschrijven, interpreteren en verklaren buiten deze context.

2.2.3.1. een goede manier om deze wederzijdsheid te testen is door het bestuderen van hoe er om wordt gegaan met 'tijd'.

2.2.3.1.1. tijd is niet alleen een lineair organisatie-tool

2.2.3.1.2. tijd-periodes kunnen gebruikt worden als analyse kader

2.2.4. Modelering helpt het focussen van de aandacht op belangrijke aspecten van een analyse zeker als er vele complexiteiten een rol spelen

2.2.4.1. 'het gevecht' om de beheersing van de complexiteit van data gericht op beschrijven, interpreteren en verklaren, is groter bij kwalitatieve onderzoek dan bij kwantitatief onderzoek

2.2.4.1.1. terugbrengen van data en samenvatten