Dyslexie

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Dyslexie by Mind Map: Dyslexie

1. Defenitie

1.1. Volgens Stichting Dyslexie Nederland (2004,2008):

1.1.1. Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau. Definitie op niveau van het gedrag: -Nauwkeurigheid -Snelheid

1.2. Volgens Protocol dyslexie diagnostiek en behandeling (2006):

1.2.1. Dyslexie is een specifieke lees- en spellingstoornis met een neurobiologische basis, die wordt veroorzaakt door cognitieve verwerkingsprocessen op het raakvlak van fonologische en orthografische taalverwerking 1 Deze specifieke taalverwerkingsproblemen wijken proportioneel af van het overige cognitieve en m.n. taalverwerkingsprofiel 2 en leiden tot een ernstig probleem met het lezen en spellen van woorden ondanks regelmatig onderwijs. Dit specifieke lees- en spellingprobleem beperkt in ernstige mate een normale educatieve ontwikkeling, die op grond van overige cognitieve vaardigheden geïndiceerd zou zijn.

1.3. Volgens the International Dyslexia Assosiation (2003)

1.3.1. Dyslexie is een specifieke leerstoornis van neurobiologische oorsprong. De stoornis wordt gekenmerkt door moeilijkheden met accurate en/of vlotte woordherkenning en door geringe spelling- en decodeervaardigheden. Deze moeilijkheden zijn doorgaans het gevolg van een stoornis in de fonologische component van taal en zijn veelal onverwacht in het licht van andere cognitieve vaardigheden en aanbod van effectieve instructie in de klas. Secundaire consequenties omvatten problemen met begrijpend lezen en een geringere leeservaring, die de ontwikkeling van de woordenschat en achtergrondkennis kunnen belemmeren.

1.4. 7 criteria volgens Dumont (1990)

1.4.1. -Specificiteitscriterium: Dyslexie betreft een achterstand in lezen en spellen, ten gevolge van een stoornis in het recoderingsmechanisme;

1.4.2. - Normaliteitscriterium: dyslexie veronderstelt een ten minste normale intelligentie (nu ondergrens: IQ75)

1.4.3. - Discrepantiecriterium: Dyslexie betekent een onverwacht groot verschil tussen verwachtingen met betrekking tot en prestaties op het gebied van lezen en spellen.

1.4.4. - Exclusiviteitscriterium: Dyslexie is een op zichzelf staande handicap, verschillend van en niet te herleiden tot andere handicaps.

1.4.5. - Taalontwikkelingscriterium: Dyslexie vindt zijn oorsprong in een vertraagde, gebrekkige, of verstoorde taalonwikkeling. (wordt nu niet meer zo gebruikt, wordt nu uitgegaan van neurologische oorzaak)

1.4.6. - Dysharmonisch intelligentieprofielcriterium: Dyslexie berust op een ongelijkheid in begaafdheid tussen visuo-spatiele capaciteiten en auditief-temporele capaciteiten. (wordt nu niet meer zo gebruikt)

1.4.7. - Oorzakelijkheidscriterium: Dyslexie ontstaat op grond van familiale erfelijkheid. (hoeft niet perse, is nu geen eis meer.)

2. Bronnen

2.1. Struiksma, C. (2005). Organisatorische continuüm voor de zorgroute van leerlingen met leesproblemen en dyslexie.

2.2. Hereijgens, C.; Van den Berg, M. (z.j.) Taalleesonderwijs; tips voor betere spellingresultaten.

2.3. Huizenga, H. (2003). Spelling

2.4. www.stichtingdyslexienederland.nl

2.5. van Kerckhove, M. (2010). Beleving van Sticordi maatregelen door kinderen met leerstoornissen.

2.6. Scheltinga, Gijsel, van Druenen & Verhoeven (2011, 2012). Protocol Leesproblemen en Dyslexie, groep 5-8.

2.7. Seidenberg, M.S. (2005). Connectionist models of reading.

2.8. van der Leij, A. (2008). De canon van dyslexie in Nederland.

2.9. www.masterplandyslexie.nl

2.10. Smits & Braams (2006). Dyslectische kinderen leren lezen. Individuele, groepsgewijze en klassikale werkvormen voor de behandeling van leesproblemen.

3. 1-zorgroute

3.1. Niveau 1

3.1.1. Effectief lees- en spellingonderwijs is hier heel belangrijk!

3.1.2. Kwaliteit instructiegedrag en klassenmanagement

3.1.3. Juist gebruik van effectieve methodes

3.1.4. Gebruik leerlingvolgsysteem

3.2. Niveau 2

3.2.1. Vaststellen van potentiële uitvallers en voldoende differentiatie in de klas

3.2.2. Verlengde instructie en begeleide inoefening

3.3. Niveau 3

3.3.1. Vaststellen van leerlingen met ernstige leesproblemen en instructie individueel of in kleine groepjes (intensieve begeleiding)

3.3.2. Vaststellen van achterstand en hardnekkigheid: vermoeden van dyslexie.

3.4. Niveau 4

3.4.1. Vaststellen van dyslexie (psychodiagnostisch onderzoek)

3.4.2. Gespecialiseerde dyslexiebehandeling

3.4.3. Coaching van dyslectische leerlingen

4. Kenmerken

4.1. Problemen in fonologische verwerking

4.2. Lees / spellingproblemen door moeizame automatisering van lees/spellingproces

4.3. Moeite met vloeiend lezen en begrijpen van teksten

4.4. complex probleem, heeft invloed op algeheel functioneren

4.5. Heeft invloed op informatieverwerking

4.6. Kan invloed hebben op competentiebeleving, zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde

5. Waarmee problemen?

5.1. Lezen en/ of spellen op woordniveau in het Nederlands (klank-tekenkoppelingen, spellingafspraken)

5.2. Het snel en accuraat lezen (decoderen) van teksten bij alle vakken

5.3. Het snel en accuraat spellen (coderen) bij functioneel schrijven bij alle vakken

6. Signalering

6.1. Standaard toetsen bij alle leerlingen

6.1.1. -Screeningsinstrument beginnende geletterdheid - gr 2 3 -Leesprotocol - gr 2 -Herfstsignalering / wintersignalering / lentesignalering - gr 3 -Signaleringslijst (dysl.pr) - 2x per jaar - gr 2 en gr 1-2 -AVI / DMT - vanaf groep 3 - 2x per jaar -Cito Spelling, PI-dictee

6.2. Signaleren in de groep

6.2.1. -Laag leestempo -Moeite met spelling -Moeite met automatiseren -Familieleden met dyslexie -Moeite met onthouden van auditief gegeven informatie vooral in niet betekenisvolle context.

6.3. Uitval bij bovenstaande: Didactisch onderzoek

6.3.1. Lezen

6.3.1.1. DTLAS, testen van deelvaardigheden

6.3.1.2. Klepel

6.3.1.3. EMT (Brus)

6.3.1.4. AVI

6.3.1.5. DMT

6.3.2. Spelling

6.3.2.1. DTLAS, testen van deelvaardigheden

6.3.2.2. PI-dictee

6.4. Uitval bij didactisch onderzoek: Psychodiagnostisch onderzoek

6.4.1. Dyslexieverklaring

6.4.1.1. EED

6.4.1.1.1. 3 achtereenvolgende meetmomenten een E-score

6.4.1.1.2. 2 interventieperiodes van elk 3 maanden met intensivering en evaluatie van begeleiding.

6.4.1.1.3. geen co-morbiditeit

6.4.1.1.4. Dyslexiebehandeling wordt vergoed door gezondheidszorg

6.4.1.2. Geen EED

6.4.1.3. Welke behandeling, materiële voorzieningen, begeleiding en compensaties/dispensaties in het onderwijs noodzakelijk zijn

6.4.1.4. Welke ernstige belemmeringen de leerling ondervindt bij het volgen van onderwijs en/of bij het functioneren in de samenleving.

6.4.1.5. Onbeperkt geldig

7. Effectieve begeleiding

7.1. • Taakgericht – kijk waarmee het kind problemen heeft, help hem daarmee verder. • Expliciete instructie – geef duidelijk aan wat je wilt dat het kind doet, leg uit hoe. • Fonologisch georiënteerd – wat hoor ik? Keuken/kuiken (klankgebaren) • Oefenen op woord-, zins- en tekstniveau – bij het lezen • Schrijven van letters en woorden (typen) • Herhaald aanbod – veel herhaling is nodig (criterium didactisch resistent) moet ingeslepen worden. • Systematisch – eerst stap 1, dan stap 2, dan stap 3. Structuur. • Aandacht voor procesgerichte feedback – zie protocollen • Aandacht voor lees- en spellingmotivatie – aandacht voor wat goed gaat.

7.2. Sticordi: STImuleren - (aanmoedigen Kids Skills) COmpenseren - (knd die echt lees- spelproblemen hebben bijv. teksten auditief aan te bieden) Remediëren - DIspenseren.- (andere beoordeling toetsen, minder hoge eisen stellen).

7.3. D.m.v. een sessieplan doelen formuleren en goed evalueren.

7.4. - meer instructie en oefentijd - remedieer met de methode die in de klas wordt gebruikt - geef snelle feedback - oefen extra fonologische vaardigheden. - geef ze een opzoekboekje - laat ze letters onthouden door klankgebaren

7.5. 1.Spellingcategorieën aanleren a.d.h.v. klein aantal woorden. 2.Spelling op een veelzijdige manier aanbieden. Aandacht voor visueel, auditief, betekenis. 3.Spellingcategorieën moeten gefaseerd aangeleerd worden (isoleren – discrimineren – wendbaar maken). 4.Vaste werkwijze hanteren bij aanleren van woorden. 5.Duidelijke indeling in categorieën gebruiken. 6.Aandacht besteden aan motivatie. 7.Goede diagnostiek hanteren, die resulteert in een planmatige aanpak van spellingproblemen.

8. Dwaalwegen, wat werkt niet?

8.1. • beelddenken (Davis-methode) • speciale en gekleurde brillen (prismabrillen) • voedingselementen (visolie) • sensomotorische trainingen • medicijnen • Edukinesiologie • neurolinguīstisch programmeren Onvoldoende/Niet onderzocht: • Van Gemerttherapie • Muziek- en luistermethode (Tomatis) • Brain Stimulating Method – De Jong

9. Protocollen leesproblemen en dyslexie

9.1. -Vormen geen standaard aanpak, maar zijn een referentiekader voor scholen waaraan ze hun eigen leesonderwijs kunnen toetsen. Je voorkomt met dit protocol dat er leerlingen tussendoor glippen. -Doorgaande lijn -Ontwikkeld om bewustzijn bij lkr voor dyslexie te vergroten.

9.2. Werken volgens protocol betekent: zorgvuldig uitvoeren, zorgvuldig invoeren, uitvoering systematisch volgen en resultaten evalueren. Protecollair werken betekent ook: niet afwijken van wat je gezamenlijk hebt afgesproken, niet inhoudelijk maar ook niet binnen een vastgesteld tijdpad.

10. Co-morbiditeit

10.1. Dyslexie kan samengaan met: – Andere specifieke leerstoornis: rekenstoornis – Ontwikkelingsstoornissen: spraak-/taalstoornis – Gedragstoornis: ADHD – Zintuigelijke stoornis: motorische stoornis – Hoogbegaafdheid.

11. Spellinginstructie

11.1. Luisteren naar het woord

11.2. Hoe zit het woord in elkaar?

11.3. Spellingstrategie toepassen

11.4. Proces van leren spellen bespreken: luisteren - verdelen klankgroepen - herkennen wat moeilijk is - strategie toepassen - controleer jezelf

11.5. Instructie starten vanuit de klank

11.6. Meerdere strategieën aanbieden

11.7. Woorden visueel inprenten

11.8. Dezelfde spellingregels en termen gebruiken door de hele school

11.9. Gebruik geheugensteuntjes

11.10. Hang spellingregels en geheugensteuntjes op

11.11. Begin iedere dag met een woorddictee

11.12. Gebruik effectieve oefenvormen bijv. coöperatief leren