Maatschapijler Toetsstof

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Maatschapijler Toetsstof by Mind Map: Maatschapijler Toetsstof

1. H1

1.1. Wat is rechtvaardig?

1.2. Idee(ontstaan) rechtsstaat. Belang van een grondwet.\

1.3. Sociale rechtsstaat in Nederland. Plichten tegenover rechten.

1.4. Zes rechtsgebieden: welke behoren bij publiekrecht, welke bij privaatrecht.

2. H2

2.1. Doel,uitgangspunten en uitwerking in grondbeginselen rechtsstaat.

2.2. Principe van machtenscheiding: trias politica. Verschil met ''checks and balances''.

2.3. Verschil klassieke en sociale grondrechten

2.4. Uitwerking legaliteitsbeginsel in Wetboek van Strafrecht: strafbaarheid strafmaat, ne bis in idem.

3. H3

3.1. Verschil rechtshandhaving en rechtsbescherming. Geweldsmonopolie

3.2. Verschillen misdrijven en overtredingen. Procedure voor opsporing(geregeld in WVS)

3.3. Bevoegdheden politie: met en zonder toestemming van de officier van justitie.

3.4. Openbaar Ministerie, openbaar aanklager, officieren van justitie

3.5. Mogelijkheden voor Officier van justitie na het opsporingsonderzoek: seponeren, schikken, vervolgen.

4. H4

4.1. Kleine en ernstige misdrijven. Politierechter en meervoudige kamer van de rechtbank (kantonrechter).

4.2. Terechtzitting (de rechtszaal zelf): bestaat uit 7 stappen (opening, tenlastelegging, etc)

4.3. In het onderzoek van de rechter (tijdens de zaak), d.w.z. ondervraging van de verdachte en/of getuigen heeft:

4.3.1. De verdachte zwijgrecht

4.3.2. De getuige waarheidsplicht:meineed word bestraft

4.3.3. Het slachtoffer spreekrecht

4.4. Onrechtmatig verkregen bewijs en persoonlijke omstandigheden (bepalen mede de uitspraak van de rechter.)

4.5. Rechter kan oordelen: verdachte schuldig, daarom straf en/of maatregel binnen de strafmogelijkheden van de wet. Verdachte onschuldig of bewijs onrechtmatig en/of persoonlijke omstandigheden, daarom vrijspraak.

4.6. Verdachte minder of niet toerekeningsvatbaar (‘gestoord’) op moment van plegen misdrijf, daarom tbs behandeling tot genezing optreedt.

4.7. Hoofdstraffen: vrijheidsstraf (maximum?), taakstraf (twee soorten), geldboete (= hoeveel dagen hechtenis?).

4.8. Bijkomende straffen: in combinatie met hoofdstraf. Ontzegging, ontzetting.

4.9. Voorwaardelijke straffen: bepaalde proeftijd.

4.10. Maatregelen: tbs, onttrekking (aan?), ontneming (van?) = pluk ze, schadevergoeding (aan?).

4.11. Hoger beroep: na rechtbank bij gerechtshof, na gerechtshof bij Hoge Raad (in cassatie gaan).

4.12. Theorieën ter verklaring van het plegen van misdaden:

4.12.1. Biologie – Lombroso; Psychologie – Rationele keuze, psychoanalyse, aangeleerd gedrag; Sociologie – bindingstheorie, anomietheorie; Biologie en sociologie – sociobiologie.

4.12.2. Leer de inhoud van de theorieën, met de bijbehorende bedenkers. (En bedenk er zelf een: ze kunnen nl. niet volledig criminaliteit verklaren).

5. H5

5.1. Privaatrecht, burgerlijk recht: tussen burgers (burgerlijke partijen) onderling. Geschillen.

5.2. Eiser en gedaagde (strafrecht: aanklager en verdachte). Dagvaarding, procureur, aanwezigheid gedaagde bij terechtzitting, verweer, vonnis, soort ‘straf’ (vergelijk dit met het strafrecht!).

5.3. Loonbeslag en dwangsom

5.4. Soort schadevergoeding: materiële en immateriële schadevergoeding.

5.5. Hoger beroep (bij?).

5.6. Kort geding en bodemprocedure: verschillen?

6. H6

6.1. Maak een overzicht van de situatie in Nederland, de VS en China, op basis van de vijf hoofdpunten van verschil.

6.2. Macht van het staatshoofd: presidentieel veto, opperbevelhebber over het leger (VS), communistisch schrikbewind (absolute macht).

6.3. Onafhankelijke rechters: hogere rechters benoemen voor het leven (Hooggerechtshof = Supreme Court), juryrechtspraak, raadsheren van de Hoge Raad (NL), rechters lid van de CCP. (Nu ook juryrechtbanken in China). Rechten van verdachten: uitlokking toegestaan?, Patriot Act, martelingen in gevangenissen (China). Ai Wei Wei. Klassenjustitie: bevoordelen van klassen, rassenjustitie (VS), witteboordencriminaliteit (NL: minder streng bestraft). Tibetanen, Falung Gong (China).

6.4. Straf: doodstraf, plea bargaining (‘How do you plea: guilty or not guilty?’), Three Strikes and You’re Out (VS).

7. H7

7.1. De rechtsstaat komt onder druk te staan: voorbeelden blz. 54. Uitgewerkt blz. 54-57.

7.2. Scheidslijnen: uitspraken Kamerleden of andere politici over strafzaken, lidmaatschap partij.

7.3. Opsporing: meer bevoegdheden politie (Wet BOB), vertonen van camerabeelden (Eindhoven!).

7.4. Wet terroristische misdrijven (uitbreiding definitie verdachte).

7.5. Lone wolfs (Anders Breivik).

7.6. Botsing rechten: zaak Wilders (art.1, 6 en 7). Waar ligt de grens? Welke afweging maakt de rechter? Hangt dit samen met de tijdgeest?

7.7. Zwaarder straffen: waarom en hoe, klopt het met de feiten?