denken als Leonardo da Vinci

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
denken als Leonardo da Vinci by Mind Map: denken als Leonardo da Vinci

1. curiosita

1.1. onverzadigbare nieuwsgierige benadering

1.2. hartstocht omgezet in nieuwsgierigheid

1.2.1. onderzoek alles vanuit drie (meerdere) perspectieven

1.2.2. beoordeel je werk door het via een spiegel te bekijken

1.2.3. laat je werk liggen, ga niet aan een stuk door

1.2.3.1. je verliest je kritsch vermogen tov je werk

1.2.3.2. je oordeel wordt scherper door afstand te nemen

1.3. curiosita en jij

1.3.1. ik heb een dagboek of een notitieboek

1.3.2. ik neem tijd voor contemplatie en reflectie

1.3.3. ik leer nieuwe dingen

1.3.4. bij een moeilijke beslissing ga ik actief op zoek naar verschillende invalshoeken

1.3.5. ik lees graag en veel

1.3.6. ik leer van kleine kinderen

1.3.7. het onderkennen en oplossen van problemen gaat me goed af

1.3.8. mijn vrienden beschrijven mij als een nieuwsgierig iemand die open staat voor nieuwe ervaringen

1.3.9. ik weet veel over andere culturen en leer nog steeds bij

1.3.10. ik vraag om feedback van vrienden, relaties en collega's

1.3.11. ik houd van leren

1.4. vergroot de vaardigheid in het oplossen van problemen

1.4.1. door je vermogen tot vragen stellen aan te scherpen

1.4.2. niet zoeken naar het goede antwoord

1.4.3. vraag je af: is dit de goede vraag?

1.4.4. en: wat zijn andere manieren om dit probleem te bekijken?

1.5. curiosita en jij -2-

1.5.1. wat, wanneer, wie, hoe, waar en waarom?

1.5.2. wat

1.5.2.1. wat is het probleem?

1.5.2.2. wat ligt eraan ten grondslag?

1.5.2.3. wat zal er gebeuren als ik niets doe

1.5.3. welke

1.5.3.1. welke vooropgezette ideeen, vooroordelen, praradigma's beinvloeden de waarneming

1.5.3.2. welke mogelijkheen zijn er die ik niet heb overwogen

1.5.3.3. welke problemen worden opgelost als ik it probleem oplos?

1.5.4. wanneer

1.5.4.1. wanneer is het begonnen

1.5.4.1.1. zullen de gevolgen merkbaar zijn

1.5.4.1.2. moet het opgelost zijn

1.5.4.2. gebeurt het

1.5.4.3. gebeurt het niet

1.5.5. wie

1.5.5.1. wie is erbij betrokken

1.5.5.2. wie ondervindt er hinder van

1.5.5.3. wie veroorzaakte het

1.5.5.4. wie gaat ermee door

1.5.5.5. wie kan helpen het op te lossen

1.5.6. hoe

1.5.6.1. hoe gebeurt het

1.5.6.2. hoe kan ik meer objectieve informatie krijgen

1.5.6.3. hoe kan ik het vanuit nieuwe invalshoeken bekijken

1.5.6.4. hoe kan het worden veranderd

1.5.6.5. hoe zal ik weten dat het is opgelost

1.5.7. waar

1.5.7.1. waar gebeurt het

1.5.7.2. waar is het begonnen

1.5.7.3. waar is dit nog meer gebeurd

1.5.8. waarom

1.5.8.1. waarom is dit belangrijk

1.5.8.2. waarom is het begonnen

1.5.8.3. waarom gaat het door

1.5.9. metaforen

1.5.9.1. zoek naar metaforen

1.5.9.2. bijvoorbeeld uit de natuur

1.6. check: stel ik de goede vragen?

2. dimostrazone

2.1. het voornemen om kennis te toetsen aan ervaring (ervarings gericht leren)

2.2. leer uit ervaring

2.2.1. wijs imitatie-denken af

2.2.2. wijs autoriteit af

2.2.3. denk zelfstandig

2.3. dimostrazone en jij

2.3.1. ik ben bereid om mijn fouten te erkennen

2.3.2. mijn beste vrienden zullen bevestigen dat ik bereid ben mijn fouten te erkennen

2.3.3. ik leer van fouten en maak zelden twee keer dezelfde fout

2.3.4. ik sta kritisch tegenover 'algemeen erkende wijsheid' en autoriteit

2.3.5. wanneer een beroemdheid die ik bewonder een product aanbeveelt, zal ik het eerder kopen

2.3.6. ik kan mijn diepste overtuigingen goed formuleren en ook de reden waarom ik ze aanhang

2.3.7. ik ben wel eens op grond van ervaring op een diepe overtuiging terug gekomen

2.3.8. als ik hindernissen tegenkom houd ik vol

2.3.9. ik zie tegenslag als een gelegenheid om te leren

2.3.10. ik ben soms vatbaar voor bijgeloof

2.4. omgaan met fouten

2.4.1. wat heb ik opschool geleerd over het maken van fouten

2.4.2. wat hebben mijn ouders mij geleerd mbt het maken van fouten

2.4.3. wat is de grootste fout die ik ooit heb gemaakt

2.4.4. wat heb ik daarvan geleerd

2.4.5. welke fouten maak ik steeds weer

2.4.6. welke rol speelt de angst om fouten te maken in mijn dagelijksleven, op het werk, thuis

2.4.7. maak ik eerder fouten door iets te doen of juist door iets te laten

2.5. zorg voor bevestiging

2.5.1. relaties

2.5.1.1. ik voel me bereid een ander mens in mijn hart toe te laten

2.5.1.2. ik voel nieuwsgierigheid naar wat ik aan mezelf zou kunnen veranderen dat mijn partner zou helpen

2.5.1.3. ik voel het verschil tussen mijn vader en mijn man/vrouw/moeder

2.5.1.4. ik eer het vrouwelijk in mijn vrouw/vriendin

2.5.2. spiritualiteit

2.5.2.1. mijn band met het goddelijke (hogere zelf...) heeft de eerste prioriteit (zeg dit terwijl je je een beeld vormt van werk, relaties, geld etc)

2.5.2.2. ik voel de aanwezigheid van het goddelijke in mij

2.5.2.3. diep van binnen voel ik een goddelijke wil die in mijn leven werkzaam is

2.5.2.4. ik erken de lessen die mijn ziel moet leren van ...(zeg de naam van een persoon of noem een ervaring)

2.5.3. geld

2.5.3.1. ik voel het verschil tussen wat ik wil hebbenen wat ik nodig heb

2.5.3.2. ik voel nieuwsgierigheid hoe ik kan toestaan dat overvloed in mijn leven komt

2.5.3.3. ik voel bereidheid om overvloed in mijn leven toe te laten

2.5.3.4. ik voel me waardig om overvloed te hebben in mijn leven

2.5.3.5. ik erken dat er al overvloed is in mijn leven

2.5.4. leren

2.5.4.1. mijn geest manifesteert zich briljant op manieren die me vaak verrassen

2.5.4.2. ik erken mijn vermogen om intuitief te leren

2.5.4.3. ik voel nieuwsgierigheid naar hoe ...hoe ik dit probleem zal oplossen/ dit vak zal leren...

2.5.4.4. ik vertrouw erop dat de kennis er zal zijn wanneer ik die nodig heb

2.5.5. carriere

2.5.5.1. ik voel me van waarde in mijn bijdrage aan de wereld

2.5.5.2. ik voel me verbonden met mijn innerlijke kracht wanneer ik anderen mijn werk bekijken

2.5.5.3. ik voel nieuwsgierigheid naar hoe ik mijn innerlijke doel in de wereld zal uitdragen

2.5.5.4. ik voel me bereid mijn innerlijke doel in de wereld uit te dragen

2.5.6. levensvreugde

2.5.6.1. ik voel van binnen vreugde in alle situaties (zeg dit terwijl je een stressvolle situatie visualiseert

2.5.6.2. ik voel dat ik het verdien gelukkig te zijn

2.5.6.3. ik voel vreugde om het geluk van anderen

2.5.6.4. mijn vreugde en geluk komen van binnen uit

2.5.7. zelfverwerkeling

2.5.7.1. ik vertrouw op mijn innerlijke zelf

2.5.7.2. ik voel de aanwezigheid van het goddelijke in mij

2.5.7.3. ik sta mezelf toe mjin gevoelens te voelen

2.5.7.4. ik erken mijn gevoelens over mezelf

2.6. check:

2.6.1. hoe kan ik mijn vermogen om van mijn fouten en ervaringen te leren, verbeteren?

2.6.2. hoe kan ik onafhankelijk denken?

3. sensazione

3.1. voortdurende verfijning van zintuigen

3.2. senzazione en jij

3.2.1. zelfbeoordeling: ZIEN

3.2.1.1. ik weet welke kleur ogen al mijn vrienden hebben

3.2.1.2. ik kijk tenminste een keer per dag naar de horizon

3.2.1.3. ik vind het prettig om poppetjes en figuurtjes te krabbelen en te tekenen

3.2.1.4. vrienden zeggen van mij dat ik veel zie

3.2.1.5. ik ben gevoelig voor subtiele veranderingen in belichting

3.2.1.6. ik kan me van dingen een duidelijk beeld vormen voormijn geestesoog

3.2.2. zelfbeoordeling: HOREN

3.2.2.1. vrienden zeggen dat ik goed kan luisteren

3.2.2.2. ik ben gevoelig voor lawaai

3.2.2.3. ik hoor het wanneer iemand vals zingt

3.2.2.4. ik kan zuiver zingen

3.2.2.5. ik luister geregeld naar Jazz of klassieke muziek

3.2.2.6. ik kan in een muziekstuk de melodie onderscheiden van de baslijn

3.2.2.7. ik weet waar alle knoppen op mijn steroapparatuur voor dienen en kan het verschil horen wanneer ik ze verstel

3.2.2.8. ik kan genieten van stilte

3.2.2.9. ik ben afgestemd op subtiele veranderingen in de intonatie, het volume en de stembuiging van een spreker

3.2.3. zelfbeoordeling: RUIKEN

3.2.3.1. ik heb een lievelingsgeur

3.2.3.2. geuren hebben een krachtige positieve of negatieve invloe op mijn emoties

3.2.3.3. ik kan mijn vrienden herkennen aan hun geur

3.2.3.4. ik weet hoe ik geuren kan gebruiken om mijn stemming te beinvloeden

3.2.3.5. ik kan de kwaliteit van eten of wijn beoordelen door de geur ervan

3.2.3.6. wanneer ik verse bloemen zie, neem ik meestal even tijd om hun geur op te snuiven

3.2.4. zelfbeoordeling: PROEVEN

3.2.4.1. ik kan proeven of verse etenswaren echt vers zijn

3.2.4.2. ik houd van vele veschillende soorten kookkunst

3.2.4.3. ik ben op zoek naar omgewone smaakervaringen

3.2.4.4. ik kan onderscheiden hoe het aroma van verschillende kruiden en specerijen bijdraagt aan de smaak van een ingewikkeld gerecht

3.2.4.5. ik kan goed koken

3.2.4.6. ik waardeer de combinatie van eten en wijn

3.2.4.7. ik eet bewust en let op de smaak van wat ik eet

3.2.4.8. ik vermijd junkfood

3.2.4.9. ik vermijd haastig eten

3.2.4.10. ik vind het leuk om mee te doen aan smaaktests en wijnproeverijen

3.2.5. zelfbeoordeling: VOELEN

3.2.5.1. ik ben me ervan bewust hoe de oppervlakken die ik dagelijks om me heen heb aanvoelen

3.2.5.2. ik ben gevoelig voor de kaliteit van de stof van mijn kleren

3.2.5.3. ik vind het prettig aan te raken en aangeraakt te worden

3.2.5.4. vrienden zeggen dat ik een warme omhelzing geef

3.2.5.5. ik kan luisteren met mijn handen

3.2.5.6. wanneer ik iemand aanraak, kan ik voelen of hij/zij gespannen- of ontspannen is.

3.2.6. zelfbeoordeling: SYNESTHESIE

3.2.6.1. ik vind het fijn gewaarwordingen van het ene zintuig te beschrijven in termen van het ander

3.2.6.2. ik voel intuitief an welke kleuren 'koud' en welke 'warm' zijn

3.2.6.3. ik voel beeldende kunst in mijn buik

3.2.6.4. ik ben me bewust van de rol van synesthesie in het denken van grote kunstenaars en wetenschappers

3.3. oefeningen op blz. 105 - 140

3.4. creeer je atelier

3.4.1. ruimte

3.4.2. verlichting

3.4.3. geluid

3.4.4. esthetiek

3.4.5. meubilair

3.4.6. feng shui

3.4.7. lucht

3.5. check: hoe neem ik me voor mijn zintuigen te scherpen naarmate ik ouder word?

4. sfumato

4.1. dubbelzinnigheden en paradoxen verwelkomen

4.2. er is slechts een zekerheid: niets is zeker

4.3. sfumato betekent: verneveld, in rook opgegaan, gerookt...

4.3.1. nieuwsgierigheid staat gelijk aan onzekerheid

4.3.2. sluit vriendschap met onzekerheid

4.3.3. kijk naar angst

4.3.4. let op intolerantie voor onzekerheid

4.3.5. bouw verwarringsintolerantie op pag.154/155

4.3.5.1. vreugde en verdriet

4.3.5.2. intimiteit en onafhankelijkheid

4.3.5.3. kracht en zwakheid

4.3.5.4. goed en kwaad

4.3.5.5. vaerandering en bestendigheid

4.3.5.6. nederigheid en trots

4.3.5.7. doelen en werkwijze

4.3.5.8. leven en dood

4.4. sfumato en jij

4.4.1. ik heb geen moeite met onzekerheid

4.4.2. ik ben afgestemd op de ritmen van mijn intuitie

4.4.3. ik houd van verandering

4.4.4. ik zie elke dag de humor in het leven

4.4.5. ik ben geneigd snel conclusies te trekken

4.4.6. ik houd van raadsels puzzels en woordspelingen

4.4.7. ik weet meestal wanneer ik me angstig voel

4.4.8. ik breng genoeg tijd in mijn eentje door

4.4.9. ik vertrouw op mijn intuitie

4.4.10. ik vind het geen probleem om tegenstrijdige ideeen in mijn hoofd te hebben

4.4.11. ik ben dol op parodoxen en heb gevoel voor ironie

4.4.12. ik besef dat het conflict van belang is voor creativiteit

4.5. incubatie en intuitie

4.5.1. neem tijd voor afzondering

4.5.2. neem tijd voor ontspanning

4.5.3. vertrouw op je intuitie

4.6. check: hoe kan ik mijn vermogen versterken om reatieve spanning vast te houden, om de grote paradoxen van het leven vast te houden

5. arte / scienza

5.1. evenwicht tussen wetenschap, kunst, logica en verbeelding

5.2. hersenhelften

5.2.1. linkerhemisfeer = logisch analytisch denken

5.2.2. rechterhemisfeer = fantasierijk beeldend denken

5.3. zelfbeoordeling

5.3.1. linker hemisfeer

5.3.1.1. ik houd van details

5.3.1.2. ik kom bijna altijd op tijd

5.3.1.3. ik ben goed in wiskunde

5.3.1.4. ik vertrouw op logisch redeneren

5.3.1.5. ik schrijf duidelijk

5.3.1.6. virenden zeggen dat ik goed kan formuleren

5.3.1.7. analyseren is een van mijn sterke kanten

5.3.1.8. ik ben geordend en gedisciplineerd

5.3.1.9. ik houd van lijstjes

5.3.1.10. als ik een boek lees, begin ik met blz 1 en lees verder door

5.3.2. rechterhemisfeer

5.3.2.1. ik heb veel fantastie

5.3.2.2. ik ben goed in brainstormen

5.3.2.3. ik zeg of doe vaak iets onverwachts

5.3.2.4. ik houd van droedelen

5.3.2.5. op school was ik beter in meetkunde dan in algebra

5.3.2.6. ik lees een boek hap-snap, hier en daar een stukje

5.3.2.7. ik let liever op het grote geheel en laat de details aan een ander over

5.3.2.8. ik heb vaak geen besef van de tijd

5.3.2.9. ik vertrouw op intuitie

5.4. mindmapping blz 176 - 191

5.5. check: zorg ik thuis en op mijn werk voor evenwicht tussen art & scienza?

6. corporalita

6.1. aankweken van gratie, handigheid, conditie en houding

6.2. citaat LdV: "leer je gezondheid te behouden"

6.2.1. wacht je voor boosheid en vermijd sombere stemmingen

6.2.2. geef je hoofd rust en houd je geest opgewekt

6.2.3. zorg dat je 's nachts goed bedekt bet

6.2.4. neem met mate lichaamsbeweging

6.2.5. vermijd losbandigheid en besteed aan aandacht aan je dieet

6.2.6. eet alleen wanneer je honger hebt en houd het avondmaal licht

6.2.7. lig niet met de buik omhoog of met het hoofd omlaag

6.2.8. laat je wijn vermengd zijn met water,

6.2.8.1. drink er per keer weinig van

6.2.8.2. niet tussen de maaltijden

6.2.8.3. en niet op een lege maag

6.2.9. eet eenvoudig (dwz vegetarisch) voedsel

6.2.10. kauw goed

6.2.11. ga geregeld naar het toilet

6.3. corporalita en jij

6.3.1. ik ben aerobisch fit

6.3.2. ik word steeds sterker

6.3.3. mijn soepelheid wordt beter

6.3.4. ik weet wanneer mijn lichaam gespannen of ontspannen is

6.3.5. ik weet het een en ander over voeding en voedingsgewoonten

6.3.6. vrienden zouden mij beschrijven als gracieus

6.3.7. ik kan steeds meer dingen doen zowel met mijn linker- als met mijn rechterhand

6.3.8. ik ben me bewust van de manieren waarop mijn mentale instelling mijn lichamelijke toestand beinvloedt

6.3.9. ik heb een goed begrip van de practische anatomie

6.3.10. ik ben goed gecoordineerd

6.3.11. ik houd ervan om in beweging te zijn

6.4. observaties in de spiegel: blz 202-212

6.5. check: hoe kan ik evenwicht tussen lichaam en geest in stand houden?

7. connessione

7.1. erkenning en waardering van onderling verband; systeemdenken

7.2. connessione...

7.2.1. lichamelijk zijn we op zoek naar

7.2.1.1. gezondheid

7.2.1.2. genegenheid

7.2.1.3. extase van seksuele vereniging

7.2.2. emotioneel zijn we op zoek naar

7.2.2.1. het gevoel ergens bij te horen

7.2.2.2. intimiteit

7.2.2.3. liefde

7.2.3. intellectueel zijn we op zoek

7.2.3.1. patronen

7.2.3.2. relaties

7.2.3.3. begrip van systemen

7.2.4. spiritueel zijn we op zoek naar

7.2.4.1. een-zijn

7.2.4.2. eenwording

7.3. connessione en jij

7.3.1. ik ben ecologisch bewust

7.3.2. ik houd van gelijkenissen, analogien en metaforen

7.3.3. ik leg vaak verbanden die andere mensen niet zien

7.3.4. op reis valt me eerder de gelijkenis tussen mensen op dan de verschillen

7.3.5. ik streef naar een holistische benadering van voeding, gezondheid en genezing

7.3.6. ik heb een goed ontwikkeld gevoel voor verhoudingen

7.3.7. ik kan de werking van het systeem -de patronen, verbindingen en netwerken- in mijn familie en werk beschrijven

7.3.8. mijn levensdoelen en prioriteiten zijn

7.3.8.1. duidelijk gedormuleerd

7.3.8.2. geintegreerd met mijn waarden

7.3.8.3. in de zin die ik aan mijn leven toeken

7.3.9. ik voel me verbonden met de schepping

7.4. denkbeeldige gesprekken

7.4.1. de uitersten opzoeken om verbindingen te leggen

7.4.2. denken over de oorsprong der dingen

7.4.3. microkosmos / macrokosmos

7.4.4. blz 234 - 255

7.5. check: hoe passen de elementen in elkaar...

8. hedendaagse toevoeging

8.1. computer alfabeet

8.1.1. informatietechnologie

8.1.2. WWW

8.1.3. connectivisme

8.2. geestelijk alfabeet

8.2.1. tony buzan

8.2.2. realistisch besef

8.2.2.1. enorm potentieel van het brein

8.2.2.2. veelvoudigheid van intelligenties

8.3. mondiaal bewust

8.3.1. oog voor mondiale verbanden

8.3.1.1. communicatie

8.3.1.2. economieen

8.3.1.3. ecosystemen

8.3.2. voelt zich op zijn gemak met verschillende culturen

9. howard Gardner - frames of mind

9.1. logico mathematisch

9.2. verhaal linguistisch

9.3. ruimtelijk mechanisch

9.4. muzikaal

9.5. lichamelijk kinetisch

9.6. interpersoonlijk sociaal

9.7. intrapersoonlijk (zelfkennis)

10. feedbackloop