Create your own awesome maps

Even on the go

with our free apps for iPhone, iPad and Android

Get Started

Already have an account?
Log In

hematologie by Mind Map: hematologie
0.0 stars - reviews range from 0 to 5

hematologie

kliniek

hemiglobinurie

hemiglobinemie

hemosiderinurie

icterus

begrippen

MHC

MHC = Hb per RBC

reticulocyten

marker voor de aanmaak van ery's

hoog meestal gevolg van hemolyse, er moeten immers nieuwe erys gevormd worden

ferritinine

maat voor hoeveelheid ijzer

ook acutefaseeiwit

CRP

enkel acutefaseeiwit

beenmergcytologie

Hb

HbA

HbF

HbA2

MCHC

Ht

hematocriet = rbc's per volumeeenheid

BSE bepaling

BSE = bezinkingssnelheid rbc's (afstand/tijdseenheid)

Hb electroforese

Foliumzuurbepaling

Morfologisch onderzoek

PCR

mechanisme, verhitting tot bij kookpunt en afkoeing tot 60graden

controles, intern, positief, negatief

polyglobulie = te veel erys (E) en hoog Ht

GCSF granulocyten colony stimulating factor

GMCSF granulocyt-monocyt colony stimulating factor

leukocytose/leukopenie

lymfocyten

granulocyten, eosinofielen, basofielen, neutrofielen

monocyten

pancytopenie

anemie, (rood)

leukopenie, (wit)

trombopenie, (plaatjes)

pancocytose

inverse van pancocytopenie

anemie

laag Hb

polycytheamia

laag Ht

hemiglobinemie

hoog Hb in plasma

vaak gevolg van hemolyse

hemiglobinurie

hemoglobine plassen

rode urine

korte termijn

hemosiderinurie

hemosiderine plassen

bruine verkleuring urine

lange termijn

icterus

verhoogde Hb afbraak

geelkleuring huid

extravasale hemolyse

hemolyse in de milt

kliniek, icterus, anemie

intravasale hemolyse

hemolyse in de vaten

anemie

microcytair (MHC laag)

reticulocyten laag, ferritine laag, ijzergebreksanemie, oorzaken, defficient dieet, heftige menstruatie, darmtumor, crohn, /R ferrofumaraat 3dd 200mg, kijk in de eerste plaats of niet-medicamenteuze therape een oplossing kan zijn, kliniek, moeheid/spierzwakte, vaak tromobocytose, compensatoir door verhoogde EPO spiegels, die ook trombopoese stimuleren, ferritine normaal ofhoog, CRP hoog, infectie bestrijden, CRP normaal of laag, beenmergcytologie abnormaal, chronische ziekte, bijv. reuma, SLE, chronische infecties, therapie, soms EPO, meestal niet nodig, sideroblastaire anemie, inbouwstoornis van ijzer, vaak ijzerstapeling in bloed en beenmerg, kenmerkende "ringsideroblasten" in het beenmerg, therapie, soms werkt pyridoxine, beenmergcytologie normaal, thalassemie, normaal Hb, HbA, 2alfa, 2beta, HbF, 2alfa, 2gamma, HbA2, 2alfa, 2teta, a-thalassemie, twee genen, silent carrier, -a/aa, trait, -a/-a, aa/--, HbH disease, --/-a, hydrops fetalis, --/--, bij HbH ziekte geen HbA, HbF OF HbA2, vorming van HbH met 4 alfa ketens, B-thalassemie, een gen, minor, B+/B, B0/B, intermedia, mild major, severe minor, a-thallasemie +, major, B+/B+, B0/B0, bij major vorm geen HbA, compensatie middels HbF en HbA2, kliniek, schietschijfcellen, diagnose, gelelectroforese, AFSC, B-major goed te detecteren, B-minor niet te zien, genetisch onderzoek, a-thallassemie, verdenking B-minor, therapie, genetic counceling, bloedtransfusies, izerstapeling!, secundaire hemochromatose, /R foliumzuur 1dd 5mg levenslang

reticulocyten hoog of normaal, waarschijnlijk aangeboren of verworven hemolyse, zie normocytair, m.n. bij sferocyten, auto-immuun hemolyse, congenitale sferocytose

macrocytair (MHC hoog)

reticulocyten normaal of laag, beenmergcytologie niet megaloblastair, hematologische maligniteit, alcoholmisbruik, hypothyreoidie, medicamenteneffect, bijwerking cytostatica, beenmergcytologie megaloblastair, foliumzuur deficientie, oorzaak meestal voedingsdefficientie, therapie foliumzuur 1dd 5mg tot herstel, vitamine B12 deficientie, oorzaken, pernicieuze anemie, antistoffen tegen parietale cellen en IF, laag IF in de maag, vit B12 opname tekort, maagresectie, ileumresectie, /R hydroxyccobalamine 3x/wk 1000 microgr. afbouwen tot 1x/mnd

reticulocyten hoog, gecorrigeerde/gecompenseerde anemie, waarschijnlijk aangeboren of verworven hemolyse, zie normocytair

normocytair (MHC normaal)

reticulocyten normaal of laag, chronische ziekte, beenmergremming, anemie niet gecompenseerd door hoog reti's, nierziekte, therapie: EPO, endocrinologische ziekte, hematologische maligniteit/aplasie (anemie secundair), Hodgekin (ingewikkelde oorzaak), splenomegalie bij NHL, beenmerginvasie, AML, ALL, CML, CLL, MM, gevorderd stadium NHL, beenmergbeschadiging

reticulocyten hoog, gecorrigeerde/gecompenseerde anemie, hemolyse, aangeboren, membraanafwijking, congenitale sferocytose, ery's rondjes ipv fietsband, autosomaal dominant, vaak galstenen met icterus (tgv hemolyse), enzymdeficientie, G6PD deficientie, enzym beschermt tegen oxidatieve stress, bij stress --> intravasculaire hemolyse, geslachtsgebonden resessief, mannen hoogste risico, soms crise, bijv. gebruik co-trimoxazol, zo nodig transfusie, hemiglobinopathie, sikkelcelanemie, afwijkend Hb (HbS), extravasculair, periodieke crises, therapie, rehydratie, pijnbestrijding, breedspectrum AB, genetic counceling, classificatie, afwijkingen globine ketens, alfa thallassemie, beta thallassemie, afwijkingen in lading, HbS, meest frequent, HbC, HbE, interactie, HbS + malaria, HbS beschermt tegen malariainfecties, HbS + a thallassemie, a-thalassemie beperkt globinesynthese (microcytaire anemie), deze combinatie veroorzaakt dus een milde hemolyse, G6PD def. + malaria, biedt beschermende werking, HbS + HbC, milde sikkelcelanemie, a-thalassemie + b-thalassemie major, milde thalassemie, /R foliumzuur 1dd 5mg levenslang, verworven, antilichaam gemedieerd, pathologie, opsonisatie van ery's door antistoffen, ook sferocyten (rondjes) in bloedbeeld, diagnose met Coombs test, warme autoantistoffen IgG, oorzaak, autoimmuunziekte, maligniteit, idiopathisch, diagnose middels Coombs, koude autoantistoffen IgM, oorzaak, medicamenten, secundair infectieus, secundair maligne lymfoom, idiopatisch, bifasische autoantistoffen IgG, in koude aanleiding, in warmte hemolyse, therapie meestal prednison, soms splenectomie, vermijden van koude/warme op de lange duur altijd gunstig, idiopatische vorm soms moeilijk definitief te genezen, komt vaak voor samen met NHL, mechanisch beschadigde erys, chemisch beschadigde erys, bij infecties, Subtopic 1, paroxysmale nachtelijke hemoglobinurie

polycythaemia

hoog erythrocytenaantal

polycythaemia vera, kliniek, myeloproliferatie, splenomegalie, leuko/trombocytose, erythromelalgie, = jeuk, /R acetylsalicylzuur 2dd 80mg, myelofibrose, therapie, aderlatingen 500mL, bijwerking: jeuk, evt. interferon-alpha

secundaire polyglobulie, oorzaak opheffen is beste therapie, soms aderlaten om complicaties voor te zijn

normaal erythrocytenaantal

polycythaemia spuria, relatief hoog erys tgv, dehydratie, roken, stress, oorzaak opheffen, soms aderlaten

granulocytopenie

definitie

granulocyten < 1.0x10^9

vatbaarheid omhoog

granulocyten < 0.5x10^9

ernstig

granulocyten < 0.1x10^9

oorzaak

vaak medicijngeinduceerd

therapie

opname bij tekenen van infectie

profylaxtisch antibiotica&antivirale middelen

/R filgrastim 1dd 5mg/kg s.c.

lymfocytopenie

definitie

lymfocyten < 1.0x10^9

oorzaak

meestal tijdelijk bij beginnende infectie

immuunsupressie

cytostatica

HIV/AIDS

"globulinopenie"

hypo-/agammaglobulinemie

aangeboren, weinig frequent

verworven, meestal lymfatische maligniteit (bijv. CLL), secundair aan infectie

therapie, bactericide antibiotica (bijv. breedspectrum penicillines), evt. IgG infusie

IgA deficientie

aangeboren afwijking

niet ernstig

antistoffen worden gevormd tegen IgA

complicatie is shock bij bloedtransfusie tgv immuunrespons tegen IgA

uitsluitend IgA-vrije bloedproducten toedienen

"globulinocytose"

MGUS

5% v.d. oudere bevolking

halfjaarlijks controle M-proteine

multipel myeloom (m. Kahler)

kliniek, C, calcium verhoogd, R, renaal falen, A, anemie, B, botpijn

pathogenese, beenmergwoekering, anemie, Bence Jones eiwit depositie, nierfalen, M protein zeer hoog, overexpressie RANKL in beenmerg, osteoclasten activatie, botafbraak, verhoogd calcium, nierfalen, botpijn

diagnose, bloed M-proteine, verhoogd BSE, MRI, botmetastasen, beenmergpunctie

therapie, curatief, patienten < 65 jr, chemotherapie, autologe stamcel transplantatie, evt. allogene transplantatie bij recidief, klassiek, patienten > 65 jr en bij slchte nierfunctie, melfalan + prednison gedurende 5d elke 4-6wken, thalidomide, onderhoud, bifosfonaten voor verbetering bottoestand, bactericide AB bij infecties, EPO bij anemie, fysio+pijnbestrijding

granulocytose

definitie

granulocyten > 10x10^9

oorzaak

infectie

myeloide maligniteit

DD

linksverschuiving afwezig, trauma, zwangerschap, roken

linksverschuiving aanwezig, infectie

linksverschuiving ernstig, ernstige infectie, myeloide maligniteit, CML, AML

lymfocytose

definitie

lymfocyten > 4x10^9

oorzaak

meestal kortdurend bij virale infectie

aanhoudend, chronische lymfatische leukemie CLL, kliniek, woerking rijpe lymfatische cellen, beenmerginfiltratie van deze cellen te zien, ouedere leeftijd (med. 64jr), meest frequente leukemie, toevalsbevinding, recidiverende infecties, herpes zoster, tgv leukopenie, hepatosplenomegalie, anemie, granulocytopenie, trombocytopenie, doodsoorzaak meestal ouderdomsziekte, risico op deze ziekten (mn maligniteit) wel verhoog door CLL, 5-10% maligne ontaarding (NHL), syndroom van Richter, non-hodgkin lymfoom, (pathologische celwoekering - geen normaal celbeeld)

diagnose

immuunologie

beenmergcytologie

leukocytose

definitie

leukocyten > 10x10^9

oorzaak

chronische myeloide leukemie CML, diffuse myeloproliferatie, BCR-ABL t9;22, klein c22: philadelphia chromosoom, verhoogde tyrosinekinase activiteit, beloop in stadia, chronische fase (±4jr), splenomegalie, leukocytose en/of trombocytose, (lichte) anemie, meestal klinische presentatie, blastencrise, ALL 30%, AML 70%, pancytopenie, kliniek, splenomegalie, therapie, imatineb (glivec) in chronische fase, blastencrise slechte prognose, enige curatieve behandeling is allogene transplantatie

pancytopenie

perifere bloedstrijkje m.n. jong

beenmergcytologie woekering lymfoblast, ALL, m.n. kinderen, kliniek, soms hepatosplenomegalie, soms klieren vergroot, soms t9;22, leukocytose wijst op perifere lymfoblasten en is prognistisch slecht, therapie, agressieve combinatiechemo + corticosteroiden, prognose, kinderen 70-80% curatie, volwassenen 30-40% curatie (70-80% complete remissie)

beenmergcytologie woekering myeloblast, AML, volwassenen, frequentie toe met de leeftijd, auer staafjes in myeloblasten, kliniek, bleekheid/moeheid, infecties, pancytopenie, hyperviscositeit, subtypering, t8;21, M2 acute myeloblastenleukemie met uitrijping, t15;17, M3 acute promyelocytenleukemie, i16, M4 acute myelomonocytenleukemie, therapie, 1-2 kuren combinatiechemo, diepe pancocytopenie, adequate ondersteunende zorg, transfusies, antibiotica, behandeling ter consolidatie, chemoradiatie, stamceltransplantatie, autoloog, slechtere kansen, allogeen, hinderlijke graft vs. host, gunstige graft vs disease, enkel combinatiechemo bij gunstige prognose, nieuwe therapie anti-CD33 toevoegen aan combinatiechemo, prognose, gunstig, M2, M3, M4, overleving, jongeren ±40%, ouderen ±6%, prognose bepaling middels PCR

met name oud (normaal)

myelodisplasie, uitrijpingsstoornissen in 2-3 myeloide cellijnen, macrocytaire anemie, in beenmerg toename jonge cellen, voorloper van AML, meestal ouderen, therapie, ondersteundend (transfusie, trombocyten, AB), bij jongeren intensieve behandeling zoals bij AML

aplastische anemie, falen beenmerg, oorzaak, soms congenitaal (Falconi), verworven, 50-90% idiopatisch, 10-50% bekend, goud, chemo, bestraling, antibiotica, chlooramfenicol, sulfonamides, virale hepatitis, therapie, oorzakelijk, supportive, antibiotica (bactericide), transfusies

pancytose

myelofibrose

oorzaak, idiopatisch, polycythaemia vera

kliniek, extramedulaire hematopoise, hepatomegalie, splenomegalie, klieren groot, beenmerg niet op te zuigen (dry tap), beenmergbiopt toont fibrose

therapie, ondersteunend transfusie bij anemie, splenectomie/bestraling milt, chemo bij ernstige lymfocytose

prognose max enkele jaren

trombocytopenie

definitie

trombocyten < 100 x 10^9/L

kliniek

gestoorde stolling

verhoogde bloedingsnijging, < 50 x 10^9

verlenging bloedingstijd

pseudotrombocytopenie, labartefarct EDTA bloedmonster, bij+ 1e bevinding altijd herhalen

oorzaak

aanmaakstoornis, maligne bloedziekte, beenmerg infiltratief NHL, AML, ALL, CLL

splenomegalie, levercirrose, hematologische maligniteit met miltinvasie

verdunning, bij massale transfusie van niet trombocythoudende concentraten

verhoogde afbraak, meest frequent, medicamenten, idiopatische trombocytopenische purpura (ITP), diagnose per exclusiom, idiopatische autoantistoffen, meestal passagere, soms chronisch, mild en sluipend

overig, HELLP syndroom bij zwangeren, trombotische trombocytopenische purpura (TTP), verhoogd verbruik, hemolytische anemie, nierfunctiestoornissen, cerebrale stoornissen, hoge koorts, diffuse intravasale stolling (DIS), verhoogd verbruikd

e causa incognata, autoimmuun trobocytopenie

therapie

oorzakelijk

trombocyten concentratie transfusie

tranexaminezuur

splenectomie, transfusie geen zin bij splenomegalie

bij autoimmuun trombocytopenie, prednison

trombocytopathie

definitie

aantal normaal

verminderde functie

kliniek

bloedingsnijging

verlengde bloedingstijd

oorzaak

verworven, medicamenteus, uremie

aangeboren, ziekte van Glanzman is een ernstige aggregatiestoornis

diagnose

trombocytentelling

aggregatietest

bloedingstijd

therapie

uremie, dialyse

aangeboren, trombocytenconcentraat transfusie

staking causale medicamenten

trombocytose

definitie

trombocyten > 400x10^9

oorzaken

secundaire trombocytose, ijzergebrek, compensatoire door stimulering nieren EPO te maken, EPO stimuleert op zijn beurt de trombopoese, infecties, maligniteit, Hodgekin, overig

primair, essentiele trombocytose, hyperactieve megakaryopoese, kliniek, forse trombocytose, verhoogde neiging to bloeden en stollen, vaak erytrho en leukocytose, splenomegalie, PV, CML

therapie

bij essentiele trombocytemie interferon alpha of hydroxyureum

lymfomen

Hodgekin lymfoom

zeer grote Reed Steinberg (RS) cellen

reactieve lymfocyten

30% van lymfomen

lymfekliergezwel in hals, oksel of mediastinum

kliniek, hepatosplenomegalie, leverinvasie, hoog gamma GT, hoog BSE, leukopenie, anemie, trombocytose

therapie, chemoradiatie, involved field radiatie, BEACOPP, bleomycine, antibiotica like, etoposide, topoisomerase remmer, adriamycin, antibiotica like, cyclofosfamide, alkylerend, oncovin, = vincristine = vinca-alkoid, procarbazine, alkylerend, prednison, corticosteroid, 80-90% curatie, stadium I, > 90% curatie, stadium I-IV extranodaal, > 70%, BEACOPP, kinderen alleen chemo

non-Hodgekin lymfoom

B-cel lymfoom, kleincellig NHL, indolent lymfoom, meestal t14;18, therapie, afwachtend beleid, bij jonge mensen allogene transplantatie evt. curatie, trial anti-cd20 rituximab, stadium I of II goed te genezen met radiotherapie, meestal stadium III of IV en slechte genezing maar goede levensverwachting, maligne ontaarding, slecht behandelbaar, 10% in 5jr, 40% in 10jr, kliniek, meestal presentatie in stadium III of IV, grootcelling NHL, aggressief lymfoom, oorzaak, Burkitt lymfoom, Eppstein-Bar virus, t8;14, c-myc oncogen, lymfoblastair lymfoom, HTLV-1-T-cellymfoom, meestal onbekend, risicofactoren, AIDS/HIV, overig immunosupressie, therapie, CHOP, ciclofosfamide, adriamycine, oncovin, prednison, stadium I 90% curatie met beperkte chemotherapeutica, stadium II-IV CHOP + retuximab, 60% remissie, 30% compleet ziektevrij

T-cel lymfoom, weinig frequent, meestal extra-nodaal

kliniek, splenomegalie, verhoogd LDL, anemie, leukopenie, soms trombocytopenie bij beenmerginfiltratie

Arbor stadiering

I, 1 lymfeklierstation

I-E, 1 extranodale locatie

II, > 1 klierstation maar eenzijdig van het middelrif

II-E, 1 extranodale locatie met >1 klierstation eenzijdig van het middenrif

III, lymfeklierstations over hele lichaam

IV, 1 of meer extranodale organen

bloedtransfusie

ABO-systeem

O, universele donor

AB, universele ontvanger

verwacht Hb stijging van 0,5 mmol/L per eenheid

meerdere bloedgroepen kan voorkomen bij, stamceltransplantaties van andere bloedgroep, transfusie met andere bloedgroe[

bij plasma geld omgekeerde, ie., AB = universele donor, O = universele ontvanger

Rhesus-systeem

RhesusD negatieve mensen altijd alleen RhesusD negatief bloed geven

Rh- persoon kan antistoffenvormen tegen Rh antigeen bij contact

transfusiereacties

acuut hemolytisch, bij de eerste druppels bloed, IgM reactie - direct intravasale hemolyse, incompatibiliteit ABO, direct koorts en koude rillingen = alarm

uitgesteld hemolytisch, IgG reactie - uitgesteld extravasale hemolyse (tgv opsonisatie), mild beloop - soms geelzucht

antistoffen tegen donorleuko's, enkele uren na transfusie koorts & koude rilling

antistoffen tegen donortrombo's, verminderde opbrengst, zelden klinisch probleem, oorzaak, HLA antistoffen, HPA antistoffen, verbruik trombo's voor DIS

antistoffen tegen donoreiwit, zelden, belangrijk is IgA reactie bij IgA-deficiente ontvanger, klinisch: shock!

reaginen tegen donoreiwit, IgE (reaginen) in ontvanger, allergische reactie

therapie, shock, adrenaline, allergie, antihistamine