시작하기. 무료입니다
또는 회원 가입 e메일 주소
vakdidactiek PAV 저자: Mind Map: vakdidactiek PAV

1. Hoofdstuk 1: Visie op BSO & PAV

1.1. Weerbaarheid staat centraal

1.1.1. Geïntegreerd sociaal leven

1.1.2. Realistisch beroep op concrete wijze

1.1.3. Ontwikkelen persoonlijkheid & verantwoordelijheid in de samenleving

1.2. Geïntegreerde lessen die gelijk staan met het echte leven

1.3. Studiemogelijkheden

1.3.1. Eerste graad : A -en B stroom

1.3.2. Tweede en Derde graad: doorstroomstudie / dubbele finaliteit / arbeidsgerichte studie

1.4. Wie BSO

1.4.1. LLG met verschillende sociaal-economische achtergrond

1.4.2. LLG met een rugzakje

1.4.3. leerstoornissen

1.4.4. verschillende culturen

1.4.5. ...

1.5. Competenties leraar

1.5.1. Didacticus & pedagoog

1.5.2. onderwijsontwikkelaar

1.5.3. studieloopbaanbegeleider

1.6. Wat is PAV?

1.6.1. Nederlands, wiskunde en maatschappelijke vorming in 1 vak

1.6.2. functionele en maatschappelijke relevante competenties ontwikkelen

1.7. 5 pijlers van PAV

1.7.1. Functionele competenties

1.7.2. vakoverschrijdend en geïntegreerd

1.7.3. thematisch en probleemgericht

1.7.4. actief bezig zijn en afwisseling van werkvormen

1.7.5. aanpassen aan het niveau

2. Hoofdstuk 2: eindtermen PAV

2.1. Eindtermen PAV

2.1.1. Eindtermen zijn 16 sleutelcompetenties

2.1.1.1. 1: Op vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn/gezondheid

2.1.1.2. 2: Competenties in het Nederlands

2.1.1.3. 3: Competenties in andere talen

2.1.1.4. 4: Digitale competenties en mediawijsheid

2.1.1.5. 5: Sociaal-relationele competenties

2.1.1.6. 6: Compententies inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie

2.1.1.7. 7: Burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven

2.1.1.8. 8: Competenties met betrekking tot historisch bewustzijn

2.1.1.9. 9: Competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn

2.1.1.10. 10: Competenties inzake duurzaamheid

2.1.1.11. 11: Economische en financiële competenties

2.1.1.12. 12: Juridische competenties

2.1.1.13. 13: Leercompetenties met inbegrip van OC, innovatiedenken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatieverwerking en samenwerken

2.1.1.14. 14: Zelfbewustzijn en zelfexpressie, zelfsturing en wendbaarheid

2.1.1.15. 15: Ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties

2.1.1.16. 16: Cultureel bewustzijn en culturele expressie

3. Hoofdstuk 3: Krachtige leeromgeving

3.1. Basisvaardigheden BSO

3.1.1. Zelfsturing en reflectie

3.1.2. Problemen oplossen

3.1.3. Samenwerken in teams

3.2. Wat is een krachtige leeromgeving?

3.2.1. authentieke, uitdagende, actuele en levensechte opdrachten

3.2.2. differentiatie --> zorg op maat

3.2.3. veilige en aangename klassfeer

3.3. Het belang van evaluatie

3.3.1. stap 1: maak de doelen van het begin duidelijk en herhaal ze vaak

3.3.2. stap 2: concrete feedback om het leerproces te stimuleren

3.3.3. stap 3: aanpak om leerwinst te krijgen

3.4. Niveau's van feedback

3.4.1. taakniveau = eindresultaat

3.4.2. procesniveau

3.4.3. Zelfregulerend niveau --> versterkt LLG

3.4.3.1. Terugkoppeling leerkracht --> autonomie

3.4.3.1.1. BV een leerlingcontact --> positief zelfbeeld

3.4.4. Niveau van persoonskenmerken

3.4.4.1. geen effectieve feedback

3.5. Evaluatie is de ingang naar differentiatie

3.5.1. vorm van evaluatie

3.5.2. wanneer evaluatie plaatsvindt

3.6. Hoofdstuk 4:

4. Hoofdstuk 4: Samenhangend leren bevorderen = Theorie combineren met praktijk om het leerplezier en de motivatie te verhogen + va leren een transfer te maken

4.1. Hoe samenhangend leren creëren

4.1.1. Thematisch onderwijs

4.1.1.1. verschillende vakken - geïntegreerd aanbod ( wiskunde, economie, ...)

4.1.1.2. probleemgericht / hoofdvraag lesonderwerpen

4.1.1.3. relistisch en interactef leren

4.1.2. projectmatig onderwijs

4.1.2.1. brede opdrachten om maatschappelijke inzichten te verwerven

4.1.3. ontwerpend onderwijs

4.1.3.1. 1: starten bij een situatie die je wil veranderen

4.1.3.2. 2: ontdekken

4.1.3.3. 3: nieuwe inzichten = duiden

4.1.3.4. 4: ideeën ontwikkelen

4.1.3.5. 5: Maken = prototype

4.1.3.6. 6: verzamelen feedback = testen

4.1.3.7. 7: verankeren

4.1.4. onderzoekend onderwijs

4.1.4.1. LLG leggen verbindingen tussen reeds vergaarde kennis en nieuwe kennis

4.2. Wat is de rol van de leerkracht

4.2.1. ondersteunen en coachen

4.2.2. klasklimaat creëren wat al doende leren mogelijk maakt

4.2.3. goede structuur creëren

5. Hoofdstuk 5: Didactiek in het meervoud

5.1. 5.1: Taal en geletterdheid bevorderen --> De lat voor taal moet omhoog

5.1.1. Wat zijn de bouwstenen voor taal

5.1.1.1. 1: Nederlands = receptief (lezen & luisteren), productief (schrijven en spreken) en interactief

5.1.1.2. 2: Principes van Nederlands begrijpen = Grammatica, woordenschat en uitspraak

5.1.1.3. 3: Inzicht hebben in de cultuur van Nederlands

5.1.1.4. 4: Literatuur van Nederlands beleven (poëzie, drama, film, lied)

5.1.2. Hoe taal stimuleren?

5.1.2.1. Meer kansen tot lezen en schrijven

5.1.2.2. stapsgewijs

5.1.2.3. feedback leerkracht en andere LLG

5.1.2.4. beoordelingscriteria verhelderen

5.1.2.5. voorbeeldtekst

5.1.2.6. hulpmiddelen aanbieden (tekstverwerker, online woordenboek)

5.1.3. Hoe mondelinge taal stimuleren

5.1.3.1. open vragen

5.1.3.2. doorvragen

5.1.3.3. langer wachten op antwoord

5.1.3.4. LLG op elkaar te laten reageren

5.1.3.5. veilig klasklimaat.

5.2. 5.2 Hoe wiskunde stimuleren?

5.2.1. laaggecijferd = weinig vaardigheden om informatie te verwerken en gericht te gebruiken. (vb= recept begrijpen, budget beheren, lening van huis,...) --> het belang van functioneel wiskunde

5.2.2. Wat zijn de bouwstenen (strengen) van wiskunde?

5.2.2.1. 1: conceptueel inzicht = begrijpen van concepten & relaties (korting op kledij)

5.2.2.2. 2: procedurele vlotheid = automatisatie tafels ipv herhaaldelijk optellen

5.2.2.3. 3: strategisch vermogen = rekenvraagstukken oplossen

5.2.2.4. 4: adaptief redeneren = eigen rekenfouten ontdekken en bijsturen

5.2.2.5. 5: positieve houding = nut van wiskunde inzien

5.2.2.6. LET OP: niet alleen procedurele vlotheid trainen. LLG moeten ook kunnen toepassen

5.2.3. Info uit de vakdidactische inzichten. Hoe wiskunde stimuleren? (meer aandacht voor:)

5.2.3.1. Drijfvermogen: vaardigheid van verbeelding om een abstract concept te begrijpen --> visualiseren wat je leert

5.2.3.2. Rekenen in de praktijk = rekenen vanuit levensechte contexten ( zowel werkveld als alledaagse handelingen)

5.2.3.3. Rijk rekenaanbod = basiskennis moet beheerst zin (procenten, tabellen aflezen, omtrek, inhoud,...) --> Visualisatie helpt vaak!

5.2.3.4. Individuele oefening = grote verschillen tussen LLG op vlak van rekenen. Dus ondersteuning op maat en remediëring is noodzakkelijk.

5.2.3.5. Eerst domeinspecifieke kennis geïsoleerd inoefenen ( vooral eerste graad), daarna toepassen in rijke contexten

5.2.3.6. Wiskundige verbeelding stimuleren door visualisatie, zo transfer andere contexten.

5.3. 5.3 Hoe historisch denken stimuleren = inzicht en reflectie tussen verleden, heden en toekomst

5.3.1. Hoe opgebouwd

5.3.1.1. 1ste en 2de graad = westerse wereld

5.3.1.2. derde graad= niet-westerse wereld

5.3.1.3. 4 domeinen: politiek, sociaal, cultureel en economisch

5.3.1.4. leerkracht heeft vrijheid om zelf te bepalen welke historische fenomen hij wil behandelen

5.3.1.5. LLG moeten historische bronnen kritisch bekijken. Leerkracht vrij welke bronnen ze selecteren --> aangepast aan klasgroep

5.3.1.6. LLG moeten een bron van verschillende perspectieven kunnen bekijken

5.4. 5.4 Ruimtelijk bewustzijn stimuleren = De relaties tussen ruimtelijke contexten. Het verband tussen menselijke en natuurlijke processen

5.4.1. DOEL= verbanden zien in het geheel en niet het individueel proces/probleem op zich.

5.4.2. Bouwstenen ruimtelijk bewustzijn:

5.4.2.1. Personen, plaatsen, patronen & processen situeren op schaalniveau's en tijdsschalen: zichzelf en plaatsen lokaliseren op de aarde en het heelal

5.4.2.2. Plaatsbegrip hanteren om lokale, nationale en internationale gebeurtenissen in een geografisch kader te plaatsen: Plaatsen aan de hand van kenmerken met elkaar vergelijken Europa verschillend met Afrika

5.4.2.3. Ruimtelijke patronen en processen aan het aardoppervlak verklaren: reliëf, landbouw, bevolkingsdichtheid en verbanden hiertussen.

5.4.2.4. Geografische methoden en technieken aanwenden om ruimtelijke patronen en processen te onderzoeken: kaarten en terreintechnieken begrijpen en interpreteren

5.5. 5.5 Natuurwetenschappen stimuleren = inzicht tussen natuur en hoe de mens tracht deze te doorgronden

5.5.1. DOEL= wetenschappelijke geletterdheid

5.5.2. Inhouden:

5.5.2.1. Kernideeën en vaardigheden aanrijken: werking eigen lichaam, natuur fenomenen die relevant zijn voor het dagdagelijks leven ( kookpunt water) of het beroep ( warmtepomp bij een neiuw huis). Kortom inhouden die nodig zijn om te functioneren in de maatschappij = actualiteit

5.5.2.2. Ondersteun de onderwerpen met proeflessen en experimenten

5.6. 5.6 Economisch-financiële educatie stimuleren

5.6.1. DOEL= financieel welzijn te verbeteren en vast te houden door vaardigheden en kennis bij te brengen

5.6.2. Wat is het belang?

5.6.2.1. Financiële geletterdheid is laag en heeft negatieve gevolgen voor het huishouden. Mensen die leven van 'dag tot dag' en geen voorzieningen hebben voor de toekomst

5.6.3. 4 dimensies van economische en financiële educatie (MACS-model)

5.6.3.1. Motiveren: authentieke en realistische leertaken

5.6.3.2. Activeren: complexe leertaken die stimuleren naar zelfstandigheid

5.6.3.3. Coachen: tijdig bijsturen en feedback geven

5.6.3.4. Structuren: noodzakkelijke leertaken oplijsten en regelmatisch herhalen van kernbegrippen.

6. Hoofdstuk 6: Een brede kijk op de wereld --> actualiteit

6.1. Fases verwerking actualiteit

6.1.1. 1: Oriënteren --> info opzoeken

6.1.2. 2: Voorbereiden --> tekst schrijven

6.1.3. 3: Uitvoeren --> Filmpje opnemen

6.1.4. 4: Reflecteren --> feedback leerkracht + klasgenoten

6.2. DOEL actua = belang doelen andere domeinen te integreren

6.2.1. Maatschappelijke weerbaarheid (vb: werken rond cyberpesten)

6.2.2. Vaardigheden verwerpen (vb: werken op pc, debateren,...)

6.2.3. andere vakken --> historisch bewustzijn, burgerschap, natuurwetenschappen

6.3. Hoe integreren?

6.3.1. Actua als thema (vb: jaaroverzicht in december)

6.3.2. Actua het hele jaar door

6.3.3. Recurrente actua: week tegen pesten, wapenstilstand, dag tegen racisme,...

6.3.4. kleine opdrachten (vb: Grey of the day)

6.3.5. Visueel materiaal ( foto's en filmpje's)

6.3.6. kranten aangepast op niveau

6.3.7. cartoons --> aandacht trekken

7. Hoofdstuk 7: filosoferen binnen PAV

7.1. = Gesprek waarin systematisch en gestructureerd wordt nagedacht over levensvragen en filosofische thema's

7.2. LLK is de gespreksleider en doceert maar geeft geen kennis

7.3. Waarom filosoferen?

7.3.1. Duidelijke link eindtermen en sleutelcompetenties

7.3.2. Filosoferen gaat verder dan praat-en denkvaardigheden. Het legt de nadruk op 'redelijk denken'

7.3.3. Leren omgaan met diversiteit in de samenleving in een veilige en niet oordelende context

7.4. Positieve effecten filosofie

7.4.1. denkvermogen

7.4.2. taalvaardigheden

7.4.3. luistervaardigheden

7.4.4. sociale vaardigheden

7.4.5. emotionele intelligentie

7.5. Rol leerkracht

7.5.1. Socratische houding = geen mening, wel verdiepende vragen stellen

7.5.2. Gespreksregels op voorhand duidelijk maken

7.5.3. Tracht de moeilijke onderwerpen niet te vermijden maan neem een rustoge en niet oordelende houding aan

7.5.4. Alle LLG betrekken, maar dwing niet

8. Hoofdstuk 8: Samen opleiden en professioneel groeien binnen lerende teams

8.1. = Samen werken met externen om de leerwinst te vergroten

8.2. Waarom samenwerken essentieel is?

8.2.1. School is zelf verantwoordelijk voor kwaliteitsvol onderwijs

8.2.2. Leerkracht moet zich in een snel veranderende maatschappij blijven professionaliseren door van elkaar te leren en samen na te denken hoe ze problemen aanpakken. Dit is verschillend van opleiding volgen

8.2.3. Samen succeservaringen boeken is een verbetering van de onderwijspraktijk.

8.3. Voorwaarden succesvolle leergemeenschappen

8.3.1. Gedreven leerkrachten die het gevoel hebben verschil te maken

8.3.2. Vernieuwing moet ondersteunend ervaren worden en geen belasting

8.3.3. leerkrachten mogen zelf meedenken en beslissen over innovatie

8.3.4. Cyclusproces van vernieuwing ( belang reflectie & bijsturing)

8.4. BELANGRIJK:

8.4.1. 1: Visie ontwikkelen als basis voor leergemeenschappen

8.4.2. 2: Leergemeenschappen opstarten en ontwikkelen

8.4.3. 3: Leergemeenschappen inbedden in een 'go all-project'