Dementie bij licht verstandelijk gehandicapten

马上开始. 它是免费的哦
注册 使用您的电邮地址
Dementie bij licht verstandelijk gehandicapten 作者: Mind Map: Dementie bij licht verstandelijk gehandicapten

1. Verhoogde kans

1.1. Er is een verhoogde kans op dementie bij mensen met het Downsyndroom, het Sanfilippo syndroom en mensen die vaak epileptische insulten hebben.

2. Verschijnselen bij mensen met een verstandelijke handicap

2.1. Feitelijk niet anders dan bij normaal begaafden.

2.2. Mensen met een handicap hebben sommige vaardigheden nooit gehad, zoals praten, lezen en schrijven, maar ook bij bijvoorbeeld aan- en uitkleden.

2.2.1. Verlies van vaardigheden, die mensen voorheen wel hadden, kan duiden op dementie.

2.2.1.1. Bij mensen met een handicap is het lastig om dementie te herkennen, omdat ze al niet zo veel vaardigheden hebben.

3. Hoe is dementie bij mensen met een verstandelijke handicap te testen?

3.1. NETOL (Neuropsychologische testserie voor oudere licht verstandelijk gehandicapt)

3.1.1. NETOL is voor mensen met een licht verstandelijke handicap.

3.2. DSVH(Dementieschaal voor mensen met een verstandelijke handicap)

3.2.1. Is geschikt voor mensen met een matige en (zeer) ernstige verstandelijke handicap.

4. De volgende signalen kunnen wijzen op dementie bij mensen met een verstandelijke beperking:

4.1. Langere periode van inactiviteit.

4.2. Meer moeite met uitvoeren van ADL.

4.3. Zichtbare afname van vaardigheden, die eerder aangeleerd zijn.

4.4. Vaker verward of gedesoriënteerd zijn.

4.5. Motorische achteruitgang.

4.6. Geheugenproblemen voor recente gebeurtenissen.

4.7. Prikkelbaarheid, stemmingswisselingen en labiliteit.

4.8. Incontinentie van urine, als ze nog niet incontinent zijn.

4.9. Spierschokjes(bij mensen met het syndroom van Down).

5. Dementie

5.1. Dementie is een hersenaandoening. Daarbij gaan zenuwcellen in de hersenen kapot of de verbindingen tussen deze zenuwcellen raken beschadigd. hierdoor kunnen de hersenen niet goed meer functioneren.

6. Verschijnselen dementie bij mensen zonder handicap.

6.1. Geheugen gaat achteruit.

6.2. Kunnen geen nieuwe informatie onthouden.

6.3. Kunnen niets meer leren.

6.4. Vaardigheden gaan achteruit, zoals schrijven, aankleden en weten hoe ze zich moeten gedragen.

6.5. Vergeetachtigheid

6.6. Onrust en dwalen.

6.7. Niet meer weten wat te doen met bekende voorwerpen.

7. Benaderingswijzen

7.1. RealiteitsOrientatieBenadering (ROB)

7.1.1. Dementerende mensen hebben vaak moeite met oriëntatie.

7.1.2. In ROB wordt hun verwardheid verminderd door het geven van realistische informatie. Zo kunnen zij zich beter oriënteren.

7.1.2.1. Dit gebeurt met behulp van duidelijke klokken, dagschema's, maand- en jaar overzichten, aanwijzingen voor de jaargetijden, pictogrammen en foto's.

7.1.2.1.1. Niet alles is van toepassing voor de verstandelijk gehandicapten, omdat zij de informatie nooit hebben begrepen.

7.2. Validation

7.2.1. een methodiek om te communiceren met gedesoriënteerde ouderen en hen te ondersteunen om hun eigenwaarde, identiteit en zelfrespect te herstellen.

7.2.1.1. Ondersteuners proberen zich in te leven in de beleving van de dementerende mens doorgoed luisteren, kijken, volgen via oogcontacten lichaamssignalen begrijpen en hierop aan te sluiten.

7.2.1.1.1. De belevingen en gevoelens van de dementerenden worden op deze manier door de ondersteuners bevestigd (‘gevalideerd’).

7.3. Warme zorg

7.3.1. Dementerende mensen herkennen personen en voorwerpen en situaties vaak niet meer en dat geeft hen een onveilig gevoel. De methodiek 'warme zorg' richt zich op de nabijheid en veiligheid van vertrouwde mensen en een vertrouwde omgeving.

7.3.1.1. Dit kan bijvoorbeeld een vertrouwde woninginrichting (zoals vroeger) zijn: vertrouwde meubels, zachte, warme kleuren, klassieke muziek of muziek van vroeger.

7.4. Snoezelen

7.4.1. Bij snoezelen worden de zintuigen gericht gestimuleerd zodat de betrokken personen fijne ervaringen opdoen of zich ontspannen.

7.5. Reminiscentie(herinneren)

7.5.1. Bij reminiscentie staan herinneringen aan vroeger centraal.

7.5.1.1. Voor dementerende mensen, die vaak nog wel veel gebeurtenissen uit het verre verleden weten, is deze benadering zinvol. Het vergroot hun zelfvertrouwen en biedt hen en hun ondersteuners onderwerpen die voor beide partijen waardevol en interessant zijn. Kennis over het levensverhaal van dementerende personen is een voorwaarde om reminiscentie te kunnen toepassen. Niet alleen gesproken taal is een belangrijk onderdeel, maar ook zintuigen als zien, horen, ruiken en voelen kunnen worden gebruikt.