TIA en herseninfarct

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
TIA en herseninfarct by Mind Map: TIA en herseninfarct

1. Wat?

1.1. Een TIA staat voor transient ischaemic attack. Dat is een tijdelijke hapering van de bloeddoorstroming in de hersenen. Een TIA kan een voorbode zijn van een naderende beroerte.

2. Ontstaan?

2.1. Bij een TIA is de bloedtoevoer naar een deel van de hersenen tijdelijk verstoord, waardoor er minder zuurstof naar de hersenen gaat. Meestal veroorzaakt door slechte kwaliteit van de bloedvaten. De binnenwand van de slagader kan beschadigd zijn. In deze beschadigde plek gaan bloedplaatjes en vetten samenklonteren. = slagaderverkalking of atherosclerose

3. Symptomen?

3.1. uitval van bepaalde lichaamsfuncties. (door tekort aan zuurstof) ! Welke symptomen zich precies voordoen, is afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de bloeddoorstroming tijdelijk geblokkeerd wordt.

3.1.1. - Verlammingen in het gezicht, zoals een scheef getrokken mond. - Blindheid van één of beide ogen, of dubbel zien. - Wartaal uitspreken, niet uit de woorden komen, taal niet begrijpen of onduidelijk spreken (als het ware dronken). - Een spierverlamming aan één lichaamszijde, zoals een arm of een been niet meer kunnen optillen. - Tintelingen, gevoelsverlies aan één lichaamszijde. - Verstoorde coördinatie, evenwichtsverlies, draaiduizeligheid.

4. FAST?

4.1. Een FAST-test is een methode om te bepalen of iemand een beroerte heeft gehad ten gevolge van een trombose.

4.1.1. - Face (gezicht): vraag aan de persoon om te lachen of de tanden te laten zien. Als de mond scheef staat of een mondhoek naar beneden hangt, kan dit duiden op een beroerte. - Arm (arm): vraag aan de persoon om beide armen op te tillen en voor zich uit te strekken met de handpalm naar boven. Als een arm wegzakt of zwaait kan dit duiden op een beroerte. Het beste is om de persoon te vragen daarbij de ogen te sluiten. Dit voorkomt dat hij visueel gaat corrigeren als een arm begint weg te zakken. - Speech (spraak): vraag aan de persoon of aan omstanders of er verandering in het spreken is opgetreden. Als de persoon onduidelijk begon te spreken of niet meer uit zijn woorden kon komen, kan dit duiden op een beroerte. - Time (tijd): tijdstip van ontstaan van de klachten.

5. Eerste hulp

5.1. omgeving veilig maken

5.2. Kijken of hij/zij bij bewustzijn is. ( door tegen de persoon te praten en zijn schouders vast te nemen en licht te schudden.

5.3. Luchtwegen vrijmaken door: spannende kledij te openen, voorhoofd naar achter en kin omhoog en door vingerveeg uit te voeren.

5.4. kijken, voelen en horen of er nog ademhaling is.

5.5. Bij geen ademhaling bel ik 112

5.6. Ik start reanimatie ( 30x pompen en 2x korte beademing) en blijf dit doen tot de hulpdiensten er zijn, hij zelf terug ademt of tot ik zelf niet meer kan.