Budget
von Coenen Angela
1. Uitgaven
1.1. geld uitgeven = kopen
1.2. vb: snoep en snacks
1.3. winkel - kasticket
1.3.1. omruilen: ander item
1.3.2. garantie
1.3.2.1. 2 jaar in B
1.3.2.2. elektrische apparaten, fiets
1.3.2.3. kapot door fabricage fout = nieuw of herstellen
2. Inkomsten
2.1. geld ontvangen
2.2. vb: zakgeld
2.2.1. nuttig
2.2.2. jong leren omgaan met geld
2.2.3. verantwoordelijkheidszin