Jetzt loslegen. Gratis!
oder registrieren mit Ihrer E-Mail-Adresse
Vraag & Aanbod von Mind Map: Vraag & Aanbod

1. hoofdstuk 1

1.1. Vraaglijn

1.1.1. betalingsbereidheid, wat een consument wilt betalen

1.1.2. Vraagfunctie, Qv, P

1.2. Aanbodlijn

1.2.1. Leveringsbereidheid, voor hoeveel de producent wil leveren

1.2.2. Aanbodfunctie, Qa, P

1.3. Marktprijs

1.3.1. Evenwichtsprijs, Qa = Qv

1.3.2. Evenwichtshoeveelheid, De hoeveelheid bij de evenwichtsprijs

1.4. Verandering vraaglijn

1.4.1. Prijsverandering

1.4.1.1. Vraag zal veranderen als de prijs veranderd

1.4.2. verschuiving

1.4.2.1. Verschuiving van de gehele vraaglijn door bijvoorbeeld lager of hoger inkomen

2. Hoofdstuk 3

2.1. kosten

2.1.1. Constante Kosten

2.1.1.1. Veranderd niet als de productie hoeveelheid veranderd

2.1.2. Variabele kosten

2.1.2.1. Progressief variabel

2.1.2.1.1. Kosten nemen sterker toe dan de productie omvang

2.1.2.2. Degressief variabel

2.1.2.2.1. Kosten nemen minder sterk toe dan de productie omvang

2.1.2.3. Proportionele variabel

2.1.2.3.1. Veranded even sterk met productie omvang

2.1.3. Prijsvorming

2.1.3.1. Korte termijn

2.1.3.1.1. Prijs hoog genoeg om de marginale kosten te dekken

2.1.3.2. lange termijn

2.1.3.2.1. prijs hoog genoeg om alle kosten te dekken

2.2. Doelstellingen

2.2.1. Kostendekking

2.2.1.1. Geen winst of verlies, Break-even, Voor bijvoorbeeld de overheid

2.2.2. Maximale winst

2.2.2.1. Mo=Mk, Voor maximale winst, Voor vaak een prive bedrijf

2.2.3. Maximale omzet

2.2.3.1. Mo = 0 Voor maximale markt aandeel, bijvoorbeeld een nieuw bedrijf

3. Hoofdstuk 2

3.1. Prijselasticiteit en kruislingse prijselasticiteit

3.1.1. Hoe gevoelig de vraag is bij een prijs daling/stijging (prijselasticiteit). Hoe gevoelig de vraag is bij een prijs daling/stijging van een ander product.

3.2. Prijselastisch/Prijsinelastisch

3.2.1. De prijs kan sterk reageren op een prijs daling/stijging (prijselastisch). Het kan ook minder sterk reageren op een prijs daling/stijging (prijsinelastisch)

3.3. Uitkomsten

3.3.1. De prijselasticiteit kan 4 uitkomsten hebben

3.3.1.1. De ev is los van het minteken gelijk aan 0. Er is dan geen reactie op de prijsdaling of stijging.

3.3.1.1.1. De ev is los van het minteken groter dan 1: Er is dan sprake van prijselasticiteit

3.3.1.2. De ev is los van het minteken tussen 1 en 0. Er is dan sprake van prijsinelasticiteit

3.3.1.2.1. De ev kan los van het minteken gelijk zijn aan 1: De vraag neemt dan net zoveel toe als de prijs.

3.4. Verschillende goederen

3.4.1. Er zijn 5 verschillende goederen/inkomens

3.4.1.1. Primair goederen zijn prijsinelastisch omdat dit goederen zijn waar je niet meer of minder van nodig hebt

3.4.1.1.1. inferieure goederen dit zijn goederen die afnemen naarmate het inkomen stijgt

3.4.1.2. luxe goederen zijn prijselastisch omdat het goederen zijn die je niet perce nodig hebt en er is dus veel invloed bij een prijs daling/stijging

3.4.1.2.1. Drempel en verzadigd inkomen: bij een drempelinkomen word gebruikt bij het aanschaffen van een luxe goed. Verzadigd inkomen is een inkomen die niet meer stijgt naarmate de prijs daalt/stijgt

4. Hoofdstuk 4

4.1. Exerne effecten

4.1.1. Gevolgen die niet in de prijs zijn meegerekend

4.2. Maatschappelijk verantwoord ondernemen

4.2.1. People

4.2.1.1. Mensen gaat boven winst op korte termijn

4.2.2. Planet

4.2.2.1. Het millieu gaat boven winst op koste termijn

4.2.3. Profit

4.2.3.1. Winst op korte termijn is niet het doel

4.3. Duurzaam produceren

4.3.1. Lineare economie

4.3.1.1. Nieuwe grondstoffen worden gebruikt voor productie en daarna weggegooid

4.3.2. Circulaire economie

4.3.2.1. Grondstoffen worden hergebruikt en er ontstaat geen nieuw afval

4.4. overheidsinvloed

4.4.1. Heffingen

4.4.1.1. bij negatieve externe effecten, Prijs wordt hoger en vraag neemt af

4.4.2. Subsidies

4.4.2.1. Bij positieven externe effecten, gaat meestal vanuit de overheid naar de aanbieder

4.4.3. Afwentelingspercentage

4.4.3.1. Percentage van heffing/subsidie, Dit wordt doorberekend in de prijs