Jetzt loslegen. Gratis!
oder registrieren mit Ihrer E-Mail-Adresse
Taalvariaties von Mind Map: Taalvariaties

1. definitie

1.1. natuurlijke variatie in een levende taal

1.2. persoonsgebonden: Idiolect

1.3. verschillen in uitspraak, woordenschat, en grammatica

2. sociaal

2.1. sociolect

2.1.1. taal v/e groep gebaseerd op sociala achtergrond

2.2. factoren

2.2.1. opleiding

2.2.1.1. hoog vs. laag

2.2.2. beroep

2.2.2.1. vaktaal (specifieke jargon)

2.2.3. gender

2.2.3.1. verschil mannen- en vrouwentaal

2.2.4. leeftijd

2.2.4.1. jongeren <-> ouderen

2.2.5. trends

2.2.5.1. turbotaal/ trendcolect

2.2.5.1.1. beïnvloed door mode

3. dynamiek en taalvariatie

3.1. taalvariatie = veranderlijk

3.1.1. afhankelijk van situatie, persoonlijkheid, en expressieve bedoelingen

3.2. uitdrukking van meerdere indentiteit

4. tussentaal en standaardtaal

4.1. standaardtaal in BE

4.1.1. woorden pas BE-NL als algemeen gebruikt en aanvaardbaar in BE

4.2. tussentaal

4.2.1. negatief aanvaard (standaardsprekers BE)

4.2.1.1. bv. frigo (koelkast), camion

5. dialect

5.1. kenmerken

5.1.1. lexicologisch

5.1.1.1. woorden

5.1.1.1.1. seule vs. emmer

5.1.2. Fonetisch

5.1.2.1. uitspraak

5.1.2.1.1. buik als buuk

5.1.3. morfologisch

5.1.3.1. woordvormen

5.1.3.1.1. huizeke ipv huisje

5.1.4. syntactisch

5.1.4.1. zinsstructuur

5.1.4.1.1. bv. dubbele negatie: 't En is geen waar (het is niet waar)

6. soorten

6.1. diachroon

6.1.1. door de tijd heen

6.2. synchroon

6.2.1. op een bepaald moment

7. geografisch

7.1. standaartaal

7.1.1. verschillen: uitspraak, woorden, uitdrukkingen

7.1.1.1. Belgisch-NL vs. NL-NL

7.1.1.2. communicatieproblemen: 's middags: BE middag, NL 12 uur - avond

7.1.2. uitspraak

7.1.2.1. Nederlander: 'trem', 'teeraapuit'

7.1.2.2. Vlaming: 'tram', 'teeraapeut'

7.1.3. woorden & uitdrukkingen

7.1.3.1. BE: koffiekoeken, NL: koffiebroodjes

7.2. regiolect

7.2.1. variëteit van de standaardtaal binnen een regio

7.2.1.1. tussen dialect en standaardtaal

7.3. dialecten

7.3.1. regionale variëteiten van het Nederlands

7.3.1.1. bv. Gronings, Brabants

8. etnisch

8.1. ontwikkeld door sprekers met een andere moedertaal

8.1.1. bv. Indonesisch-NL, Marrokaans-NL

8.2. groeiend aatal sprekers met migratieachtergrond

8.3. kenmerken overgenomen door bredere groepen

9. situationeel

9.1. taalregisters (afhankelijk v/d situatie)

9.1.1. formeel

9.1.1.1. sollicitatiegesprek

9.1.2. informeel

9.1.2.1. gesprekken met vrienden

9.2. gesproken <-> geschreven

9.2.1. gesproken

9.2.1.1. spontaan, informeel

9.2.2. geschreven

9.2.2.1. formeler, structuur belangrijker

9.3. digitaal vs. analoog

9.3.1. verschillen communicatie via sociale media en traditionele media