1. 5) Karl Rogers
1.1. 3 Grondhoudingen
1.1.1. Echtheid
1.1.1.1. doet niet alsof!
1.1.1.2. 1) Congruente interne dialoog
1.1.1.2.1. = openstaan voor eigen gevoelens
1.1.1.3. 2) Transparantie
1.1.1.3.1. Je gevoelens aangeven aan cliënt vb: zenuwachtig
1.1.1.4. => als therapeut MOET je congruent zijn. Dat blijft dus altijd aanwezig + je kan kiezen niet transparant zijn = gevoelens voor jezelf houden
1.1.2. Empathie
1.1.2.1. Alsof-karakter
1.1.2.1.1. = je begrijpt de gevoelens v cliënt maar je moet ze niet zelf ervaren
1.1.2.2. NIET identificatie
1.1.2.3. NIET steunen
1.1.3. Onvoorwaardelijke pos. aanvaarding
1.1.3.1. openstaan voor gedachten + gevoelens v/d cliënt
1.1.3.2. + zorgen voor een veilige, accepterende sfeer
2. 6) Samengevat
2.1. Geloof in cliënt
2.2. gedachten & GEVOELENS
2.3. Gevoelens begrijpen via grondhoudingen
2.3.1. => komt zo tot zelfactualisatie en kan zelf problemen aanpakken
3. 2) Gedachten, emoties, handelen
3.1. Interne dialoog
3.1.1. interactie tss denken + voelen
3.1.1.1. in evenwicht = gezond
3.1.1.2. evenwicht x = ontstaan psychische problemen
3.2. Externe dialoog
3.2.1. interactie met anderen
3.2.1.1. voelen en denken naar buiten toe
4. 3) Zelfactualisatie
4.1. aangeboren groeibehoefte -> willen onszelf voortdurend verbeteren
5. 1) Gaat uit van de subjectieve gevoelens v/d cliënt
5.1. Fenomologische realiteit
5.1.1. = realiteit die door de persoon zelf ervaren wordt + uniek + subjectief
6. 4) Tijdens therapie
6.1. luisteren: via externe dialoog
6.1.1. techniek: spiegelen
6.1.1.1. kort samenvatten + teruggeven aan cliënt