Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Geluid by Mind Map: Geluid

1. geluid maken en horen

1.1. Wat is geluid?

1.1.1. geluid verplaatst zich van:

1.1.1.1. 1. een geluidsbron

1.1.1.1.1. maakt trillingen

1.1.1.1.2. bijv.

1.1.1.2. 2. door een tussenstof

1.1.1.2.1. zonder tussenstof is er geen geluid

1.1.1.3. 3. naar de waarnemer (meestal oor)

1.1.1.3.1. 1. trillende lucht laat trommelvlies trillen

1.1.1.3.2. 2. inwendige oor zet trillingen om in elektrische signalen

1.1.1.3.3. 3. elektrische signalen worden doorgegeven door je zenuwen

1.1.1.3.4. 4. naar hersens

1.1.1.4. 3.1 microfoon of geluidssensor

1.1.1.4.1. zetten geluidsgolven om in elektrische signalen

1.2. Hoe bereken je de frequentie?

1.2.1. frequentie (f)

1.2.1.1. aantal trillingen in 1 seconde

1.2.1.2. eenheid frequentie is Hertz (Hz)

1.2.2. hoge tonen

1.2.2.1. trillende deel in geluidsbron gaat snel heen en weer

1.2.3. lage tonen

1.2.3.1. trillende deel geluidsbron gaat langzaam heen en weer

1.2.4. formule

1.3. Hoe bereken je de trillingstijd?

1.3.1. trillingstijd (T)

1.3.1.1. hoeveel seconde 1 trilling duurt

1.3.1.2. eenheid is seconde

1.3.2. formule

1.4. Hoe snel gaat geluid?

1.4.1. snelheid

1.4.1.1. v

1.4.2. afgelegde afstand

1.4.2.1. s

1.4.3. tijd

1.4.3.1. t

1.4.4. formule snelheid

1.4.5. geluidssnelheid in lucht is ongeveer 333 m per seconde

1.4.5.1. geluidssnelheid hangt af van:

1.4.5.1.1. 1. luchttemperatuur

1.4.5.1.2. 2. de tussenstof

2. Geluid in beeld

2.1. Hoe krijg je geluid in beeld?

2.1.1. geluidstrillingen kun je zichtbaar maken met een oscilloscoop

2.1.1.1. de microfoon zet de trillingen om in elektrische trillingen

2.1.1.2. een stemvork geeft een zeer regelmatige trilling

2.1.1.3. muziek of spraak geeft een zeer onregelmatige trilling

2.1.2. de trillingstijd kun je op een oscilloscoop aflezen. Hiermee kun je de frequentie ook uitrekenen

2.2. Waaraan zie je het verschil tussen tonen?

2.2.1. hoge, harde toon (rechtsonder)

2.2.1.1. veel trillingen per seconde

2.2.1.2. grote amplitude

2.2.2. hoge, zachte toon (linksonder)

2.2.2.1. veel trillingen per seconde

2.2.2.2. kleine amplitude

2.2.3. lage, zachte toon (linksboven)

2.2.3.1. weinig trillingen per seconde

2.2.3.2. kleine amplitude

2.2.4. harde, lage toon (rechtsonder)

2.2.4.1. weinig trillingen per seconde

2.2.4.2. grote amplitude

2.2.5. amplitude

2.2.5.1. de maximale uitwijking van een trilling

3. muziekinstrumenten

3.1. Wat is de functie van een klankkast?

3.1.1. stemvork met klankkast

3.1.1.1. harder geluid

3.1.1.2. klankkast versterkt trilling

3.1.1.2.1. lucht in klankkast trilt mee

3.1.2. stemvork zonder klankkast

3.1.2.1. minder hard geluid

3.1.3. geluid wordt steeds sterker

3.1.3.1. =resonantie

3.2. Hoe verander je de toonhoogte?

3.2.1. snaarinstrumenten

3.2.1.1. dikke snaren

3.2.1.1.1. zwaarder

3.2.1.1.2. trillen langzamer

3.2.1.2. dunne snaren

3.2.1.2.1. lichter

3.2.1.2.2. trillen snel

3.2.1.3. snaar korter maken met vinger

3.2.1.3.1. toon is hoger

3.2.1.3.2. trilt korter deel van snaar

3.2.1.4. strakke snaren

3.2.1.4.1. hogere toon

3.2.2. blaasinstrument

3.2.2.1. veel gaten open

3.2.2.1.1. korte, trillende luchtkolom

3.2.2.1.2. hoge toon

3.2.2.2. weinig gaten open

3.2.2.2.1. lange, trillende luchtkolom

3.2.2.2.2. lage toon

3.2.2.3. buis waarin of waarlangs je blaast

3.2.2.3.1. trillende lucht stroomt door schacht van fluit

3.2.2.4. hoog spelen op trompet

3.2.2.4.1. lippen strak spannen

3.3. Welke tonen kunnen mensen horen?

3.3.1. gehoorbereik

3.3.1.1. onderste gehoorgrens

3.3.1.1.1. laagste toon die je kan horen = 20 Hz

3.3.1.2. bovenste gehoorgrens

3.3.1.2.1. hoogste toon die je kan horen = 20 kHz = 20.000 Hz

3.3.1.3. menselijk gehoor is meest gevoelig voor geluiden tussen de 500 en 5000 Hz

3.3.1.4. hoe ouder je wordt hoe slechter je hoge tonen hoort.

3.3.1.4.1. onderste gehoorgrens verandert niet veel

4. Geluidssterkte

4.1. Hoe hard klinkt geluid?

4.1.1. geluid dichtbij

4.1.1.1. harder

4.1.2. geluid veraf

4.1.2.1. zachter

4.1.3. geluid meten met decibelmeter

4.1.3.1. goede meting:

4.1.3.1.1. Richt de decibelmeter op de geluidsbron

4.1.3.1.2. Houd de decibelmeter op 1m van de geluidsbron

4.1.3.1.3. Stel de meter in op het meetbereik dat bij de sterkte van het geluid past.

4.1.3.1.4. Lees de meter af

4.1.4. eenheid van geluidssterkte

4.1.4.1. decibel (dB)

4.2. Hoe reken je aan geluidssterkte?

4.2.1. 2× zo weinig geluid

4.2.1.1. - 3 dB

4.2.2. hoeveelheid geluid

4.2.2.1. intensiteit

4.2.3. logaritmische schaal

4.2.3.1. 2 maal zo grote afstand = viermaal zo zwak

4.3. Wat is het probleem van te veel geluid?

4.3.1. geluidssterkte

4.3.1.1. 140 dB

4.3.1.1.1. pijngrens

4.3.1.2. 130 dB

4.3.1.2.1. straaljager

4.3.1.3. 100 dB

4.3.1.3.1. discotheek of drilboor

4.3.1.4. 80 dB

4.3.1.4.1. scooter

4.3.1.5. 60 dB

4.3.1.5.1. rustig gesprek in klas

4.3.1.6. 40 dB

4.3.1.6.1. typen op laptop

4.3.1.7. 20 dB

4.3.1.7.1. natuur

4.3.1.8. 0 dB

4.3.1.8.1. gehoordrempel

4.3.2. gehoorschade voorkomen door:

4.3.2.1. gehoorbeschermers

4.3.2.2. waarschuwingen

4.3.2.3. volumegrens op bijv. mp4

4.4. Hoe kun je geluidsoverlast verminderen?

4.4.1. geluid wordt doorgegeven

4.4.1.1. via ramen

4.4.1.2. via muren

4.4.1.3. via vloeren

4.4.1.4. isolatie

4.4.1.4.1. zachte materialen

4.5. Hoe bepaal je de gehoordrempel?

4.5.1. oren gevoeligst rond 1000 Hz

4.5.2. gehoordrempel

4.5.3. minimale geluidssterkte

4.5.3.1. gehoordrempel = 0dB

4.5.3.1.1. hangt af van frequentie

5. geluidseffecten

5.1. dopplereffect

5.1.1. vleermuizen gebruiken dopplereffect om beweging insecten te volgen

5.1.1.1. 1. ze zenden geluiden met hoge frequentie

5.1.1.2. 2. kaatst terug en heeft andere toonhoogte

5.1.1.3. 3. vleermuizen kunnen hieruit afleiden hoe ver en waar het insect is

5.2. echo

5.2.1. je kunt met teruggekaatste geluids- en lichtgolven een beeld krijgen van je omgeving.

5.2.2. vissersboten zenden met sonar geluidsgolven onder water en die wordt teruggekaatst.

5.2.2.1. zo kan je plek van de vissen weten.

5.2.3. dokters gebruiken echoscopie om baby's in beeld te krijgen. zo kan hij zien of de baby in orde is.