Ontwikkelings van het kind

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Ontwikkelings van het kind by Mind Map: Ontwikkelings van het kind

1. Een schoolkind is een kind van 6 tot 12 jaar. In Nederland zit een schoolkind in groep drie tot en met acht van de basisschool. In Vlaanderen volgt het kind het eerste tot het zesde leerjaar van de lagere school. Het kind leert daar onder andere schrijven, lezen en rekenen. Leren speelt hierbij een belangrijke rol. Motorische vaardigheden kunnen nu worden aangeleerd. Schoolkinderen gaan naar clubs en verenigingen, waar onder andere zwem- en muziekles gegeven wordt, of stappen naar het deeltijds kunstonderwijs. Over het algemeen is er een steeds grotere variatie in prestaties tussen individuele kinderen. Meisjes worden uiteindelijk sneller rijp dan jongens die wat later volgen. In deze leeftijd zullen de kinderen langzamerhand leren met geld om te gaan en krijgen ze zakgeld van hun ouders. Het denken wordt nog steeds sterk beheerst door wat het kind waarneemt. Het kind ziet nog geen samenhangen, nog geen oorzaak-gevolg-verbanden. Dat betekent dat het nog niet denkt: als ik eerst dit doe, dan gebeurt er dit en vervolgens dat.

2. Peuter

2.1. 2-4

2.2. Een peuter is een kind tussen circa één jaar en de instap in de kleuterschool. In Nederland is dat omstreeks 4 jaar, in Vlaanderen vanaf 2 jaar en 6 maanden. Tijdens deze periode leert het kind veel over sociale rollen, maakt grote vorderingen in zijn taalverwerving en ontwikkelt motorische vaardigheden. De meeste kinderen worden zindelijk als ze peuter zijn. De peutertijd is een belangrijke periode voor de taalverwerving. Een peuter zal vanaf ongeveer 12 maanden een eerste woord laten horen, waarna de taalontwikkeling snel gaat. Rond 18 maanden kent een peuter zo'n 50 woorden, rond 21 maanden worden de eerste zinnen gevormd. Hier volgen een aantal vaardigheden die normaal gesproken tijdens de peuterperiode worden geleerd. Als een kind achterloopt op een bepaald gebied, hoeft dit niet per se te betekenen dat er een probleem is met de ontwikkeling.

3. basischoolkind

3.1. onderbouw

3.1.1. 4-6

3.2. bovenbouw

3.2.1. 6-12

4. Dreumes

4.1. 1-2 jaar

4.2. Kinderen in de leeftijd van 1 tot 2 jaar worden "dreumes" genoemd. Tussen de 2 en de 4 praat je meestal over een "peuter". Kindjes in deze leeftijd zijn dol op herhaling. Heeft je kindje iets leuks ontdekt dan zal het steeds opnieuw willen zien/horen/doen tot jij er gek van wordt. Steeds maar weer hetzelfde spelletje, steeds opnieuw hetzelfde geluidje maken. Aan de andere kant vindt hij het ook machtig om nieuwe omgevingen te ontdekken en nieuwe dingen te doen. Neem je kind mee op onderzoek binnen en buitenshuis. Ook leuk voor volwassenen om de wereld eens door de ogen van een kind te bekijken voor wie alles nieuw is.

5. baby

5.1. 0-1 jaar

5.2. Baby of zuigeling is een aanduiding voor de jongste kinderen. Men spreekt over een baby totdat het kind peuter wordt genoemd. Vaak wordt ook een foetus of ongeboren kind, dus nog in de baarmoeder, een baby of buikbaby genoemd.

6. Puber

6.1. 12-18

6.2. Een puber is een kind van 12 tot en met 17 jaar. In de puberteit vinden snelle veranderingen plaats op biochemisch niveau met gevolgen voor lichamelijke kenmerken en emotionele en sociale ontwikkeling. Bij een puber beginnen de voortplantingsorganen te functioneren en komen onder invloed van hormonen de secundaire geslachtskenmerken tot ontwikkeling. Dit is de periode waarin de puber van alles ontdekt, qua seksualiteit, en naar een partner (vriendje) uitkijkt. Televisie, internet en leesbladen spelen in die zoektocht een belangrijke rol. Ook krijgen pubers een zogenaamde groeispurt waardoor zij veel sneller groeien dan voor de puberteit. In westerse landen volgen pubers meestal onderwijs aan een middelbare school (vmbo, havo, middenschool, ASO, TSO, BSO, KSO of vwo). Sommige pubers hebben voor het eerst een baan of vakantiewerk (bijvoorbeeld krantenbezorger, vakkenvuller in een supermarkt) om geld te verdienen.

7. http://nl.wikipedia.org/wiki/Kind#Schoolkind