Kwaliteit van leven voor mensen met een beperking

Comienza Ya. Es Gratis
ó regístrate con tu dirección de correo electrónico
Kwaliteit van leven voor mensen met een beperking por Mind Map: Kwaliteit van leven voor mensen met een beperking

1. mensen met een visuele beperking

1.1. begrippenkader

1.1.1. medische definities

1.1.1.1. matig/ernstig/blind

1.1.1.2. CVI: visuele aandachtsproblemen; visueel-ruimtelijke problemen; herkenningsproblemen

1.1.2. Functionele definities: ondersteuningsgericht

1.2. De ontwikkeling van het kind met een visuele beperking

1.2.1. sensorisch, cognitief, motorisch, taal, psychosociaal

1.3. Levensloopgerelateerde thema's

1.3.1. opvoeding, onderwijs, dagbesteding en tewerkstelling, ouderschap, ouderdom bij mensen met een visuele beperking

1.4. orthopedagogische ondersteuning

1.4.1. Visuele stimulatie

1.4.2. zelfredzaamheid en mobiliteit

1.4.3. apps en technologie

1.4.4. communicatie en psycho-educatie

2. mensen met een verstandelijke beperking

2.1. Basisvisies en concepten

2.1.1. Terminologie

2.1.2. Etiologie en classficiatie

2.1.3. Prevalentie

2.1.4. Definitie van verstandelijke beperking

2.1.5. Paradigmashift: van defectmodel naar ontwikkelingsmodel naar burgerschapsmodel; inclusie

2.1.6. Concept 'ondersteuning'

2.2. Model Kwaliteit van Leven

2.2.1. Uitgangspunten

2.2.2. Model van Schalock en Verdugo

2.2.3. De 8 domeinen in concreto

2.2.4. Ondersteuningsmiddelen en -strategieën

2.2.5. specifieke subdoelgroepen

2.3. KVL en ondersteuning op vlak van emotioneel welzijn en persoonlijke relaties

2.3.1. Basale stimulatie

2.3.2. Rouw en verdriet

2.3.3. Seksualiteit

3. mensen met een fysieke beperking

3.1. Ervaren obstakels in persoonlijk leven en samenleving, nadruk op diversiteit

3.2. Beeldvorming

3.2.1. cerebrale parese

3.2.1.1. defintie

3.2.1.2. invloed op gezin en ouderschap

3.2.1.3. classificatie

3.2.1.3.1. volgens lokatie

3.2.1.3.2. volgens aard van beweging

3.2.1.3.3. volgens grofmotorisch functioneren

3.2.1.4. bijkomende beperkingen: epilepsie; verstandelijke beperking; communicatieproblemen; visuele problemen; gehoorproblemen; pijn; emotionele en gedragsproblemen

3.2.2. spina bifida

3.2.2.1. diagnostiek en verloop

3.2.2.2. Motore problemen en functiebeperkingen

3.2.2.3. ondersteuning

3.2.3. neuromusculaire aandoeningen

3.2.3.1. voorbeelden ALS; Myasthenia gravis

3.3. Ondersteuning: Bobath, onderwijs aan kinderen met neuromotore problemen; assistieve technologie, aangepaste woonvoorzieningen en leefmogelijkheden

4. mensen met een auditieve beperking

4.1. Opvoeding van dove kinderen

4.1.1. het bilinguaal-bicultureel model: het belang van tweetaligheid van gesproken taal en gebarentaal

4.1.2. verschil horende ouders versus dove ouders

4.1.3. extra aandacht voor dove adolescenten en jongvolwassenen: identiteitsontwikkeling doof/horend?

4.2. begrippenkader

4.2.1. ALGO-test

4.2.2. Cochleaire implantaten

4.2.3. gebarentaal

4.2.4. dovengemeenschap

4.3. Classificiatie

4.3.1. graad van gehoorverlies

4.3.2. onset: prelinguaal versus postlinguaal

4.3.3. oorzaak: endogeen versus exogeen

4.3.4. aard: geleidings- versus perceptieverlies

4.4. Orthopedagogische ondersteuning

4.4.1. aandacht voor vroege communicatie en interactie

4.4.2. omgaan met hulpmiddelen