Maatschappijleer

een overzichtelijke mindmap over rechtsstaat

登録は簡単!. 無料です
または 登録 あなたのEメールアドレスで登録
Maatschappijleer により Mind Map: Maatschappijleer

1. rechtsstaat

2. trias politica

3. maatschappelijk probleem

4. beginselen rechtsstaat

5. sociale grondrechten

5.1. de economische, sociale en culturele rechten

5.1.1. recht op onderwijs

5.1.2. recht op onderdak

5.1.3. recht op gezondheidszorg

6. redenen om te straffen

7. politieke stromingen in nederland

7.1. Christendemocratie

7.1.1. heeft zijn grondslag in het christelijke denken over sociale en economische verhoudingen. Gevoel van verbondenheid met de medemensen, het goed omgaan met het bezit en de schepping, en zorg voor naasten vormen de kernwaarden.

7.1.1.1. CDA

7.2. Sociaaldemocratie

7.2.1. Een politieke partij die strijd voor gelijke rechten, een sterkere positie van zwakkeren in de samenleving en betere verdeling van goederen.

7.2.1.1. SP

7.3. Liberalisme

7.3.1. Wil zo veel mogelijk vrijheid van het individu zolang hij de vrijheid van anderen niet beperkt, streven naar een samenleving waarin burgers grote vrijheden genieten, zoals de burgerrechten die het individu beschermen en de macht van de staat en de kerk beperken.

7.3.1.1. VVD

7.4. Populisme

7.4.1. Populisme betekent luisteren naar het volk en bijgevolg dus doen wat het wil.

7.4.1.1. Populisme is een manier van communiceren en van politiek bedrijven, waarin de centrale tegenstelling die tussen "het volk" en "de elite" is, en waarbij de populist de kant van "het volk" kiest.

7.4.1.1.1. PVV

8. wat is politiek links?

8.1. progressief

8.1.1. partijen willen dat de overheid een grotere rol heeft in het besturen van het land

9. krakers

9.1. Kraken is het zonder toestemming van de eigenaar in gebruik nemen van een ongebruikt terrein, gebouw of ruimte.

10. coalitie

10.1. Een verbond van politieke partijen die in een volksvertegenwoordiging samen een meerderheid van de stemmen hebben.

11. geweldsmonopolie

11.1. alleen de overheid mag geweld gebruiken

11.1.1. politieagenten mogen de wapenstok of pepperspray gebruiken tegen vechtende voetbalsupporters.

12. parlementaire democratie

12.1. Individuele vrijheid, Politieke grondrechten, Politie en leger hebben beperkte bevoegdheden, Onafhankelijke rechtspraak en Persvrijheid

13. tegengestelde belangen

14. normen en waarden

14.1. normen zijn de richtlijnen hoe je met iemand omgaat.

14.1.1. Voorbeeld: je wast je handen na toiletgebruik

14.2. Waar normen gaan over hoe je je op een bepaalde manier gedraagt, gaan waarden over de achterliggende motivatie daarvan.

14.2.1. Eerst is er dus de waarde, de opvatting van wat wenselijk is, en van daaruit vloeien de gedragsregels (normen).

14.2.1.1. Voorbeeld: je vind hygiëne belangrijk

15. OM

15.1. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd

15.1.1. in het OM zitten officieren van justitie, ondersteund door administratieve en juridische specialisten.

16. klassieke grondrechten

16.1. de burgerlijke en politieke rechten.

16.1.1. het kiesrecht, vrijheid van meningsuiting, recht op privacy, godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod.

17. soorten straffen

17.1. hoofdstraffen

17.1.1. celstraf

17.1.2. taakstraf

17.1.3. geldstraf

17.2. bijkomende straffen

17.2.1. ontzetting van bepaalde rechten

17.2.1.1. ontzetting uit het kiesrecht

17.2.2. verbeurdverklaring

17.2.2.1. richt zich op voorwerpen die bijvoorbeeld zijn gebruikt bij het begaan van een strafbaar feit

17.2.3. openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

18. wat is politiek rechts?

18.1. conservatief

18.1.1. partijen willen de rol van de overheid miniem houden

19. rechten Tweede Kamer

19.1. initiatiefrecht

19.1.1. wetsvoorstel in mogen dienen

19.2. recht van amendement

19.2.1. wetsvoorstellen mogen wijzigen

19.3. motie indienen

19.3.1. Kamerleden kunnen moties indienen om een oordeel te geven over het gevoerde beleid, om de regering te vragen iets te doen of juist niet te doen of om meer algemeen een uitspraak te doen over bepaalde zaken of actuele ontwikkelingen.

19.3.1.1. Moties kunnen bij de bespreking van elk onderwerp ingediend worden en ieder Kamerlid kan dat doen.

19.4. budgetrecht

19.4.1. de inkomsten en uitgaven van het Rijk beoordelen en daarna goed of afkeuren.

19.5. onderzoek- en enquete recht

19.5.1. een parlementair onderzoek instellen naar een bepaalde kwestie.

20. officier van justitie

20.1. De officier van justitie vertegenwoordigt het OM. Hij geeft leiding aan de politie tijdens het opsporingsonderzoek en zorgt dat dit zorgvuldig en volgens de regels gebeurt.

20.1.1. rechten bij opsporing

20.1.1.1. de officier van justitie moet toestemming vragen aan de rechter-commissaris wanneer hij de telefoon van een verdachte wil afluisteren of een woning wil doorzoeken.

20.1.2. rechten bij vervolging

20.1.2.1. De officier van justitie kan voor lichte strafbare feiten zelf een straf opleggen.

20.1.3. seponering

20.1.3.1. De officier van justitie kan ook besluiten om een zaak niet in behandeling te nemen

20.1.4. rechten strafzaak

20.1.4.1. In de rechtszaal treedt de officier van justitie op als aanklager.

20.1.4.1.1. Hij vertelt aan het begin van de zitting waarvoor de verdachte terecht staat (tenlastelegging). De rechter stelt hierna vragen aan de verdachte en eventueel aan getuigen. De officier van justitie zegt vervolgens wat hij van de zaak vindt en welke straf hij eist (requisitoir).

21. oppositiepartij

21.1. een partij die geen deel uitmaakt van de coalitie en meestal tegen de voorstellen van de meerderheid stemt

22. rechtsstaat

22.1. Staat waarin burgers door grondrechten worden beschermd tegen machtsmisbruik en willekeur van de overheid.

22.1.1. vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit staan hierin centraal.

23. eigenschappen massacommunicatie

23.1. eenzijdige communicatie

23.2. richt zich op publiek en is openbaar

23.3. publiek is onbekend en verspreid