1. par.1 De Geologische Tijdschaal: de geschiedenis van de aarde in verschillende periodes.
1.1. zie atlas
2. par.2 platentektoniek.
2.1. Opbouw aarde (vervormbaarheid) : 1.Aardkorst+ buitenste laag mantel= vast gesteente; Lithosfeer. 2.Plastische gedeelte aardmantel= Asthenosfeer. 3. Binnenste gedeelte mantel= vast gesteente:; Mesosfeer.
2.1.1. Lithosfeer is opgebouwd uit platen die ten opzichte van elkaar door middel van convectiestromen (stroming taai vloeibaar gesteente in asthenosfeer) op de asthenosfeer "drijven"= platentektoniek
2.2. Beweging platen/ soorten platen grenzen:
2.2.1. Divergent=van elkaar af~~ridge push, slab pull, langgerekt gebergte& effusief vulkanisme.
2.2.2. Convergent=naar elkaar toe~~plooiingsgebergte of explosief vulkanisme en diepzeetrog.
2.2.3. Transform=langs elkaar~~aardschokken.
3. par 7. Verwering en erosie.
3.1. Verwering: het in stukken breken van gesteente door exogene processen, klimaat bepalend voor welke vorm verwering.
3.1.1. Mechanische/Fysishce
3.1.2. Chemische
3.2. Erosie: Slijting en verbrokkeling gesteente door transport verweringsmateriaal.
3.3. massa bewegingen: het transport van verwering materiaal onder invloed van zwaartekracht.
3.3.1. Vallen
3.3.2. Vloeien
3.3.3. Glijden
4. par.8. Sedimentatie
4.1. De hydrologisch kringoop
4.2. Het rivierenstelsel
4.2.1. Het stoomgebied
4.2.1.1. Indirecte toevoer
4.2.1.2. Directe toevoer
4.2.2. De vorm van het rivierstelsel
4.2.3. Monding rivier
4.2.3.1. Delta
4.2.3.2. estuarium
4.3. Sedimentatie
4.3.1. Verband snelheid rivier en korrelgrootte sediment
5. par 10 De gesteentekringloop
5.1. stollingsgesteente
5.1.1. dieptegesteente
5.1.2. uitvloeiingsgesteente
5.1.3. ganggesteente
5.2. sedimentgesteente
5.2.1. klastisch sedimentgesteente
5.2.2. chemisch sedimentgesteente
5.2.3. organogeen sedimentgesteente
5.3. metamorfgestente
6. par.3 Vulkanisme
6.1. Effusief: vloeibaar magma met weinig asdruk=rustig.
6.1.1. Divergente platengrens~~schildvulkaan/spleetvulkaan
6.1.2. Hotspot~~schildvulkaan
6.2. Explosief: taai stroperig magma met hoge gasdruk=zwaar
6.2.1. Subductiezone/Convergente platengrens~~stratovulkaan
6.2.1.1. Kan na uitbarsting inzakken of top weg bazen met ontstaan calderavulkaan als gevolg.
7. Par 4. Gebergtevorming
7.1. Plooiingsgebergten: zijn opgeheven, geplooide stukken aardkorst die ontstaan bij convergerende plaatbeweging tussen twee continentale platen. Eerst sedimenten dan platenranden zelf.
7.2. Plooiingsgebergten& Stratovulkaan (verticale druk): opgeheven stukken aardkorst door convergerende plaatbeweging tussen oceanisch n continentale plaat bij subductie, met het ontstaan van een plooiingsgebergte en stratov. als gevolg
7.3. Breukgebergten: aardkorst dat wordt uitgerekt en omhoog geduwd tot breuken en zo slenken(naar beneden gezakt) en horsten (omhoog gebleven) door opstijgende convectiestomen.
7.4. Jong gebergte?
7.5. Oud gebergte?
8. par.5 Aardbevingen
8.1. Plaats waar beving plaatsvindt in aardkorst=Hypocentrum.
8.1.1. Plek aardopp. loodrecht boven hypocentrum=Epicentrum.
8.2. Convergent=relatief heftig, zeker bij subductiezone.
8.2.1. Divergent= minder heftig, door minder opbouw druk.
8.2.1.1. Transfom= relatief redelijk heftig.
8.3. Manieren van sterkte meten:
8.3.1. De schaal van Richter
8.3.1.1. De schaal van Mercalli