Voeding en Vertering

Voeding en Vertering

Kom i gang. Det er Gratis
eller tilmeld med din email adresse
Voeding en Vertering af Mind Map: Voeding en Vertering

1. voedingstoffen

1.1. Bouwstoffen

1.1.1. Functie

1.1.1.1. Groei en ontwikkeling

1.1.1.2. Aanmaak van cellen en weefsels

1.1.1.3. Herstel van wondjes

1.1.2. Welke voedingsstoffen?

1.1.2.1. Vetten

1.1.2.2. Eiwitten

1.1.2.3. Koolhydraten

1.1.2.4. water

1.1.2.5. vitamines

1.1.2.6. mineralen

1.2. Brandstoffen

1.2.1. Functie

1.2.1.1. Het leveren van energie om warm te blijven en te bewegen

1.2.2. Welke voedingsstoffen?

1.2.2.1. Vetten

1.2.2.2. Eiwitten

1.2.2.3. Koolhydraten

1.3. Beschermende stoffen

1.3.1. Functie

1.3.1.1. Beschermen tegen ziektes

1.3.2. Welke voedingsstoffen?

1.3.2.1. Mineralen

1.3.2.2. Vitamines

2. gezond eten

2.1. Schijf van 5

3. Doel vertering

3.1. Voedingsstoffen afbreken zodat ze via de darmwand opgenomen kunnen worden in het bloed

3.1.1. Voedingsstoffen die niet verteerd hoeven te worden: Water, mineralen, vitamines en glucose

3.1.2. Voedingsstoffen die verteerd moeten worden: Eiwitten, vetten, de meeste koolhydraten.

4. Voedingsvezels

4.1. Bevorderen de darmperistaltiek (beter poepen)

4.2. Het is geen voedingsstof

4.3. Komt voor in plantaardige producten (groente, fruit en granen)

5. spijsverteringstelsel

5.1. Mondholte

5.1.1. Gebit

5.1.1.1. Oppervlaktevergroting voedsel

5.1.2. Speekselklieren

5.1.2.1. Speeksel produceren

5.1.2.1.1. Enzymen voor vertering van zetmeel (koolhydraat)

5.1.2.1.2. Slijm voor glijmiddel

5.1.2.1.3. Water

5.2. Keelholte

5.2.1. Huigje

5.2.1.1. Voorkomt dat voedsel in de neusholte komt. Dit gebeurt WEL wanneer je je verslikt

5.2.2. Strotteklepje

5.2.2.1. Voorkomt dat voedsel in de luchtpijp komt. Dit gebeurt WEL wanneer je je verslikt

5.3. Slokdarm

5.3.1. Peristaltische beweging, voedsel gaat door samentrekken van de lengte- en de kringspieren naar de maag

5.4. Maag

5.4.1. Tijdelijke opslag van voedsel

5.4.2. Maagsapklieren

5.4.2.1. Produceren van maagsap

5.4.2.1.1. Enzymen voor de vertering van Eiwitten

5.4.2.1.2. Maagzuur: dood bacteriën

5.4.3. Slijm

5.4.3.1. Beschermt maagwand tegen maagzuur

5.4.4. Maagportier

5.4.4.1. Kringspier die de maag afsluit

5.5. 12-vingerige darm

5.5.1. Lever

5.5.1.1. Produceert gal

5.5.1.1.1. Gal emulgeert vetten. Grote druppels vet worden verdeeld in kleine druppels. Dit zorgt voor oppervlakte vergroting zodat enzymen beter kunnen inwerken.

5.5.2. Galblaas

5.5.2.1. Opslag van gal

5.5.3. Alvleesklier

5.5.3.1. Produceren van alvleessap

5.5.3.1.1. Bevat enzymen voor de vertering van koolhydraten, vetten en eiwitten

5.6. Dunne darm

5.6.1. Darmsapklieren

5.6.1.1. Produceren van darmsap

5.6.1.1.1. Bevat enzymen voor de vertering van koolhydraten en eiwitten

5.6.2. Darmplooien en darmvlokken

5.6.2.1. Oppervlaktevergroting voor opname voedingsstoffen in bloed.

5.7. Blinde darm

5.8. Dikke darm

5.8.1. Water uit voedsel ontrekken

5.8.2. Bacteriën helpen onverteerd plantaardig voedsel afbreken

5.9. Endeldarm

5.9.1. Tijdelijke opslag onverteerde voedselresten

5.10. Anus

5.10.1. Kringspier die ontlasting doorlaat