1. opgestelde spoorvoertuigen passeren
1.1. nooit over buffers en koppeling klimmen
1.2. niet tussen voertuigen bij minder dan 4 meter tussenruimte oversteken
1.3. aan de achterzijde van een voertuig minstens 2 meter afstand houden
1.4. bij het oversteken kijk in de cabine in verband met dode hoek collega in cabine
1.5. let op mogelijke verplaatsingen van de stilstaande/opgestelde voertuigen
1.6. zo nodig het bordes of de cabine van een van de opgestelde voertuigen gebruiken
2. profiel van vrij ruimte
2.1. Het profiel van vrije ruimte (PVR) is de ruimte rondom de trein die bij een bepaalde maximim toegelaten snelheid nodig is om de trein ongehinderd te laten passeren
2.1.1. aanrijding voorkomen bij storingen
3. langs en over het spoor lopen
3.1. 1,5 meter afstand houden vanaf dichts bijzijnde spoorstaaf
3.2. 2,25 meter vanaf hart spoor afstand houden
3.3. loop paden en schouwpaden gebruiken
3.4. lopen volgens lokale/plaatselijke regelgeving
3.5. loop je in een groep, achter elkaar aan lopen
3.6. goed om je heen kijken
3.7. nooit oversteken in een wissel of wisselstraten
3.8. bij oversteken door de ballast lopen
3.9. bellen stil staand
3.10. niet vanaf het perron springen
4. Veiligheid
4.1. Rol van machinist
4.1.1. Melden TRDL
4.1.1.1. onregelmatigheden melden, begleiden
4.1.1.1.1. Kuilen en gaten, achter gelaten gereedschap, openstaande hekken, verdachte personen, lekkages
4.1.1.1.2. begleiden alleen voor functie
4.1.2. maatregelen
4.1.2.1. erger voorkomen: situatie voor jezelf, milieu, spoorwegomgeving, materieel
4.1.3. beperken risico's
4.1.3.1. elektrocutiegevaar, aanrijdgevaar, struikel/beklemmingsgevaar, verblindingsgevaar.
4.1.3.1.1. elektrocutiegevaar, aanrijdgevaar zijn de 2 grootste risico's
4.2. electrocutie gevaar
4.2.1. bovenleiding
4.2.1.1. 1500/1800 Volt gelijkspanning
4.2.1.1.1. 25 kv wisselspanning
4.2.2. wet van Ohm
4.2.2.1. U = spanning (Volt)
4.2.2.1.1. I = stroomterkte (Ampere)
4.2.3. Wisselspanning = AC = Alternating current
4.2.3.1. de AC is 50 Hz
4.2.3.1.1. onderstation aan gesloten op hoogspanningsnet
4.2.3.2. 50 pulzen per seconden
4.2.4. Watt = vermogen p
4.2.4.1. P = U x I
4.2.4.1.1. wordt dan Joules
5. Gelijkspanning is DC = Direct Current
5.1. Onderstation
5.1.1. getransformeerd
5.1.1.1. van 25 Kv naar 1800/1500 V gelijkrichten
5.1.1.1.1. doorzetten naar bovenleiding
6. Risico's op of nabij de Railinfra
6.1. Aanrijdgevaar
6.2. Verblindingsgevaar
6.3. Elektrocutiegevaar
6.4. Struikel en beklemmingsgevaar
6.5. Alcohol wettelijk 0,5 promille
6.6. Drugs
6.7. Medicijnen die de reachtiesnelheid beinvloeden
7. beschermingsmiddelen voor de machinist.
7.1. veiligheidsschoenen
7.2. veiligheidshelm geel of wit
7.3. werkhandschoenen
7.4. vluchtmasker ligt in locomotief
8. Risico's bij het lopen op spoorterrein
8.1. struikelen
8.2. uitglijden
8.3. ergens aan stoten
8.4. voet verzwikken
8.5. beklemd raken
9. signalerende kleding
9.1. de kleding mag niet vuil of oud zijn
9.2. de kledingmoet zichtbaar zijn
9.3. kruisvormige reflecteerende strepen zijn niet toegestaan
9.4. de kleding moet gesloten worden gedragen
9.5. signalerende kleding die aan de bovenzijde word gedragen moet zijn voorzien van een bedrijfsnaam en of Logo op zowel de voor en achterzeide van de werkgever.
10. op en afstappen materieel
10.1. het gezicht naar het materieel houden
10.2. bedacht zijn op olieresten onder uw schoenen
10.3. steun zoeken bij de handgrepen en opstap (twee handen en een voet of een hand en twee voeten
10.4. bij het uitstappen letten op het nevenspoor
10.5. bij het uitstappen eerst kijken waar uw voeten terecht komen
11. Railinfrastructuur
11.1. Installaties
11.2. Systemen
11.3. Objecten
11.4. Constucties
11.5. pro rail
11.5.1. TRDL
11.5.2. Railinfrastructuurbeheerder
11.5.3. Nieuwe sporen
11.5.4. Onderhoudt
11.5.4.1. Onderaannemers bijv: Structon, Volker, Bam
11.5.5. Dienstregeling
11.5.5.1. netverklaring
11.5.5.1.1. Spoorwegwet
11.5.6. exploitatiemethoden
11.5.6.1. Openbaar personenvervoer (ook hogesnelheidsreizigersvervoer)
11.5.6.1.1. Goederenvervoer ( ook werktreinen)
11.5.7. infraheffing ( wegenbelasting voor spoorwegonderneming)
11.5.8. Hoofdspoorwegen
11.5.9. lokale spoorwegen
11.5.9.1. Metro, Tram, Light rail
11.6. Bijzondere spoorwegen
11.6.1. Museumspoor
11.6.1.1. atractiepark
11.6.1.1.1. bedrijventerrein
11.7. Spoorwegnet is opgebouwd met:
11.7.1. Baanvak
11.7.1.1. Grensbaanvak
11.7.1.1.1. Splitsingspunt
11.7.1.1.2. Duitsland en Belgie
11.7.1.2. Dienstregelingspunten en vrije banen
11.8. Knooppunt
11.8.1. InfrakInfraknooppunt voor planning, verdeling en vnooppunt voor planning, verdeling en vrijgeven van infra.
11.8.1.1. Materieelknooppunt voor planning en uitvoering van materieelbehandelingen en rangeren
11.8.1.1.1. Personeelknooppunt voor planning en besturing van de personeelsdiensten
11.9. Vrije baan
11.9.1. P-seinen
11.9.2. Rusttand P-sein is groen en geel
11.10. Station
11.10.1. dienstregelpunt
11.10.1.1. stoppen
11.10.1.1.1. eindigen
11.11. Emplacement
11.11.1. Station
11.11.1.1. opstelterrein
11.11.1.1.1. werkplaatsterrein
11.11.2. te stoppen
11.11.2.1. beginnen
11.11.2.1.1. eindigen
11.11.3. voorzien van teminste 1 wissel
11.11.4. behoren tot een emplacement
11.11.4.1. sporen met cijfer
11.11.4.1.1. spoorgedeeltes met wissel complex
11.12. spoorbaan
11.12.1. dwarsliggers
11.12.1.1. ballast
11.12.1.1.1. spoorstaaf
11.13. opbouw spoorbaan
11.13.1. bovenbouw
11.13.1.1. ballast
11.13.1.1.1. dwarsliggers
11.13.1.2. ballstconstructie
11.13.1.3. ballastloze constructie
11.13.1.3.1. bestaat uit een doorlopende plaat beton, spoorstaven en een rubber/kunstof gietmassa (genaamd ingegoten spoor)
11.13.2. onderbouw
11.13.2.1. baanlichaam
11.13.2.1.1. kunstwerken zoals tunnels, bruggen fly-overs
11.14. spoorstaven
11.14.1. het gleiden van de spoorwielen
11.14.1.1. een vlakke rijbaan voor de trein
11.14.1.1.1. opnemen en overbrengen van de belasting aan de onderliggende delen van het spoor
11.15. Bovenleiding
11.16. Spoor
11.17. Seinen
11.17.1. Seinbeeldenboek
11.17.1.1. Bijlage 4 - Artikel 24