Kom i gang. Det er Gratis
eller tilmeld med din email adresse
Immunologie af Mind Map: Immunologie

1. Antigenen

2. Antistoffen

2.1. IgD

2.2. IgM

2.2.1. Pentameer

2.2.2. 6% in serum

2.2.3. Monomeer op B-lymfocyten/pentameer lichaamsvloeistoffen

2.2.4. Activeert complement systeem

2.2.5. sterk samenklonterd

2.3. IgA

2.3.1. Dimeer

2.3.2. 13% in serum

2.3.3. Secretoir antilichaam

2.3.4. J-keten (joining chain) = polypeptide dat twee monomeren covalent bindt

2.3.5. sulfidebruggen

2.4. IgG

2.4.1. 80% in serum

2.4.2. Bevorderd fagocytose

2.4.3. Neutraliseert toxines

2.4.4. placenta naar foetus

2.4.5. 4 subklassen

2.5. IgE

2.6. Ziek

2.6.1. Eerst IgM na infectie, daardoor igG.

3. Effectorfunctie

3.1. Binding complementeiwit / celreceptoren, Fc

3.2. Variabele deel bepaalt welke antigenen binden

3.3. Constante deel bepaalt lot van gevormde antistof-antigeencomplex

4. MHC

4.1. Major Histocompatibility Complex

4.1.1. Herkent lichaamseigencellen (MHC moleculen)

4.1.2. MHC-klasse 1: lichaamscellen met een eigen celkern

4.1.3. MHC 1 virus binnen dringt = virus eiwitten gepresenteerd = Tc cel herkent

4.1.4. Laten eiwitten zien binnen de cel

4.1.5. Cel presenteert op celmembraan de inhoudt

5. MHC II

5.1. Komen voor APC cellen

6. Lymfoide organen

7. Primaire lymfoide organen

7.1. Beenmerg: ontstaan B en T-cellen

7.2. Thymus en Beenmerg

7.3. B-cellen ontwikkelen verder

7.4. T-cellen differentieren en uitrijpen

7.5. T-cellen = thymus

8. Secundaire lymfoide orgnen

8.1. Keel, neus, amandalen, aldvleesklier en milt

8.2. in de weefsels B en T-lymfocyten

8.3. Lymfeklieren: lymfe filteren en verwijderen lichaamsvreemde stoffen

9. Milt

9.1. Grootste lymfoide orgaan

9.2. Immunologische filter v.d bloedbaan

9.3. Proliferatie van lymfocyten

9.4. Productie van antisttoffen

10. Immunoglobulines als antigeem

10.1. VWF elisa: Rabbit Anti Human Antibody

10.2. Menselijke Ig's verschillen van dierlijke Ig's

10.3. Antiserum tegen humane Ig's

10.4. Verschillende AS tegen de verschillende epitopen

10.5. Elke B-lymfocyt eigen epitoop