1. praktijk van de pluriforme samenleving
1.1. Niet westerse allochtonen (migranten)
1.1.1. Niet-westerse allochtonen zijn vaak islamitisch
1.1.2. gaat meer over "wij" de groep/familie is het belangrijkst
1.2. autochtonen
1.2.1. autochtonen zijn vaak christelijk of hebben geen geloof
1.2.2. hebben meer een ik-cultuur de individu is het belangrijkst
1.3. Grondwet Artikel 1
1.3.1. Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
1.4. Standpunten Pvv
1.4.1. De PVV is van mening dat Nederland geen vluchtelingen moet opnemen
1.4.1.1. Echte vluchtelingen kunnen worden opgevangen in de eigen regio
1.4.1.2. asielzoekers krijgen altijd een tijdelijke vergunning zodat ze terug kunnen naar land van herkomst als het veilig is
1.5. Standpunten Sp
1.5.1. De SP vind dat vluchtelingen recht hebben op een verblijfplaats
1.5.1.1. Nederland heeft verdragen getekend dat dit ook moet
2. Internationale vergelijking en internationale organisaties
2.1. Nederland heeft de euro ipv de gulden
2.2. Veel wetten uit Nederland komen uit de Europese afspraken
2.3. Makkelijker naar andere Europese landen (geen grens controles)
2.4. Export en import goedkoper
3. geschiedenis van een pluriforme samenleving
3.1. betrokken actoren
3.1.1. de overheid
3.1.1.1. gaan over immigraitebeleid
3.1.2. maatschappelijke organisaties
3.1.2.1. gaan over opvang
3.1.3. de Nederlandse burgeers
3.1.3.1. gaan over opvang
3.2. NL leiders schreven Plakkaat van Verlatinghe 1581
3.2.1. eigen staatshoofd kiezen
3.2.2. godsdienstvrijheid
4. grondrechten bij een pluriforme samenleving
4.1. Morele verplichtingen gaat meer over normen en waarden en plichten over dingen die je moet doen
4.2. Grondrechten
4.2.1. recht op persvrijheid
4.2.2. Vrijheid van onderwijs
4.2.3. het recht van vrijheid van godsdienst
4.2.4. Recht op gelijke behandeling
4.2.4.1. godsdienst
4.2.4.2. levensovertuiging
4.2.4.3. geslacht
4.2.4.4. Politieke gezindheid
4.2.5. vrijheid van menings uiting
4.3. Waarden
4.3.1. Menselijke waardigheid
4.3.2. solidariteit
4.3.3. gelijkheid
4.3.4. vrijheid