1. Productbeleid
1.1. Indeling van producen
1.1.1. Tastbaar
1.1.1.1. MVA (goed)
1.1.1.2. IVA (Dienst)
1.1.2. Duurzaam
1.1.2.1. Verbruiksgoed
1.1.2.2. Gebruiksgoed
1.1.3. Doelgroep
1.1.3.1. B2C
1.1.3.1.1. consumentengoederen
1.1.3.2. B2B
1.1.3.2.1. industriële producten
1.2. Assortiment
1.2.1. Breedte
1.2.1.1. Aantal productgroepen
1.2.2. Lengte
1.2.2.1. Totaal aantal artikelen van een bedrijf
1.2.3. DIepte
1.2.3.1. verschillende artikelen binnen productgroepen
1.2.4. Uniformiteit of Consistentie
1.2.4.1. Graad van verwantschap tussen verschillende producten
2. prijsbeleid
2.1. Interne elementen
2.1.1. Kosten
2.1.2. Marketingdoelstellingen
2.1.3. Marketingmixstrategie
2.2. Externe elementen
2.2.1. Marktstructuur
2.2.1.1. Volkomen concurrentie
2.2.1.1.1. Homogeen
2.2.1.1.2. Veel aanbieders, veel vragers
2.2.1.1.3. Transparant
2.2.1.1.4. vrije in- en uittreding
2.2.1.2. Monopolie
2.2.1.2.1. Kenmerken
2.2.1.2.2. soorten
2.2.1.3. Monopolistische concurrentie
2.2.1.3.1. Hetrogeen
2.2.1.3.2. Veel aanbieders
2.2.1.3.3. substitutie-producten
2.2.1.4. Oligopolie
2.2.1.4.1. Enkele grote spelers
2.2.1.4.2. Kapitaalintensieve sectoren
2.2.1.4.3. Homogeen
2.2.1.4.4. Hetrogeen
2.2.2. concurrentie
2.2.2.1. concurrentieprijszetting
2.2.2.1.1. Going-rate
2.2.2.1.2. Premium pricing
2.2.2.1.3. Put out pricing/ discount pricing
2.2.3. Perceptie door concument
2.2.3.1. Emotionele factoren
2.2.3.2. Rationele factoren
2.2.3.2.1. Naambekendheid
2.2.3.3. Psychologische prijszetting
2.2.4. Overheid
2.2.4.1. Prijzencontrole
2.2.4.1.1. wetten subsidies, regels, ....
2.2.4.2. Maximum-/ Minimumprijsoplegging
2.2.4.3. Verbod op verkopen met verlies
2.2.4.3.1. UITZONDERINGEN: bv. Solden, schade, niet lang bewaard
3. promotiebeleid
3.1. promotiestrategie
3.1.1. 1) Bepalen doelgroep
3.1.2. 2) Doelstellingen bepalen
3.1.2.1. AIDA
3.1.2.2. SMART
3.1.3. 3) Boodschapopstellen
3.1.3.1. Rationele boodschap
3.1.3.1.1. Voordelen product
3.1.3.2. Emotionele boodschap
3.1.3.3. Morele boodschap
3.1.3.3.1. Bv. Milieu, vrouwenrechten, kinderarbeid,...
3.1.4. 4) Medium bepalen
3.1.4.1. Persoonlijke communicate
3.1.4.2. Niet persoonlijke communcatie
3.1.5. 5) resultaat meten
3.1.5.1. de return on investment
3.2. Budget
3.2.1. sluitpostmethode
3.2.1.1. uitgaven-(kosten + tot v. investeringen= Promobudget
3.2.2. Omzetpercentage
3.2.3. Concurrentiegeoriënteerde methode
3.2.4. Doelgerichte budgetteringsmethode
3.2.4.1. 1) strategie uitschrijven
3.2.4.2. 2) budget ramen
3.2.5. Anticyclische methode
4. marketingconcepten
4.1. marketingconcepten
4.1.1. maken wat consument wenst
4.1.2. interacties
4.1.3. gebeurt op kostenniveau
4.2. productconcepten
4.2.1. aandacht voor kwaliteit
4.2.2. voortdurend werken aan verbetering
5. Marketingstrategie
5.1. stappenplan
5.1.1. 1) Marktonderzoek
5.1.1.1. bepalen doelgroep/ concurrentie/ overheid
5.1.2. 2) lokaliseer problemen en oplossingen zoeken
5.1.3. 3) emotionele raakvlakken bepalen
5.1.3.1. Wat kopen mensen graag?
5.1.4. 4) creëren van strategie
5.1.4.1. Voeg alle bovenstaande informatie samen tot een perfecte strategie
5.1.5. 5) beluit
5.1.5.1. zorg dat je voldoende op de hoogte bent van de markt (omgevingsfactoren)
5.2. Marktingmix
5.2.1. Prijs
5.2.1.1. cost
5.2.2. Product
5.2.2.1. customer solution
5.2.3. Plaats
5.2.3.1. convenience
5.2.4. Promotie
5.2.4.1. communication
5.2.5. personeel
5.2.6. presentatie