De kracht van het 'Nu'

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
De kracht van het 'Nu' Door Mind Map: De kracht van het 'Nu'

1. Hoofdstuk 1: "Je bent meer dan je denken"

1.1. Verlichting

1.1.1. Het loskoppelen van gedachten van je innerlijke zelf. Je gedachten is slechts een klein deel van het 'Zijn'.

1.1.1.1. In contact komen met jezelf: de bewustwording van het 'Zijn'. Dit is niet met het verstand te begrijpen omdat deze denkt in gedachten.

1.1.1.2. Door de bewustwording van het feit dat gedachten een klein deel van het 'Zijn' is, kan denken op bewuste momenten worden toegepast vanuit het 'niet-denken'.

1.1.2. Boeddha noemt de verlichting ook wel 'het einde van het lijden'.

1.2. Obstakels

1.2.1. Gedachten die voortkomen uit de identificatie van je verstand. Je verstand is een voortreffelijk instrument, mits deze goed wordt gebruikt. Echter is het in de werkelijkheid andersom: het verstand gebruikt jou. Een misvatting: je bent je verstand.

1.3. Liefde, vreugde en vrede

1.3.1. Dit zijn geen emoties, maar aspecten of toestanden van het 'Zijn'. Deze aspecten hebben tevens geen tegenpolen, in tegenstelling tot emoties. De tegenpolen van een emoties zijn telkens met elkaar in strijd.

1.4. Het ego

1.4.1. Het ego ontstaat doordat een individu zichzelf identificeert met zijn denken. Dit is een verslavend proces dat in stand wordt gehouden door het ego. Het ego voedt zich overigens met dit proces.

1.5. Emotie

1.5.1. Emotie is de reactie van het lichaam op het verstand. Des te afweziger je als 'waarnemer' van de emotie bent, des te sterker de emotionele lading.

1.5.2. Als er niet wordt waargenomen vanuit de waarnemer, voeden de gedachten de emoties en de emoties de gedachten. Dit proces gaat door en wordt versterkt.

2. Hoofdstuk 2: "bewustzijn: bevrijding van pijn"

2.1. Creëer geen pijn meer in het nu

2.1.1. Het verstand probeert altijd aan het nu te ontsnappen. Aanvullend is het besef van tijd onlosmakelijk verbonden met het verstand. Deze is continue bezig met het verleden en de toekomst.

2.2. Pijn uit het verleden: "oplossen van het pijnlichaam"

2.2.1. Het pijnlichaam ontstaat door de angst voor traumatische gebeurtenissen die worden meegemaakt in een toestand van onbewustzijn.

2.2.2. Het pijnlichaam kan overwonnen worden door het simpelweg op te merken en te aanvaarden. Op het moment dat je het bewustzijn over het pijnlichaam verliest, geef je je gedachten de kans om zich af te stemmen op het pijnlichaam, waardoor jij je uiteindelijk identificeert met dit pijnlichaam. Dit voedt het proces waardoor het sterker wordt.

2.2.2.1. Te doorlopen stappen om het pijnlichaam te overwinnen: 1. Gevoel vanuit pijnlichaam, 2. Besef dat dit het pijnlichaam is, 3. Aanvaard het gevoel, 4. Denk er niet over na en ken er geen identiteit aan toe, 5. Blijf waarnemer, 6. Word je bewust van de emotionele pijn en de waarnemer.

2.3. Identificeren van het ego met het pijnlichaam

2.3.1. Het kan als zeer lastig worden ervaren om het pijnlichaam niet als identiteit aan te nemen omdat sommige personen dit al hun hele leven doen. Dat is de enige identiteit die zij kennen. Ook in dit geval is bewustwording de oplossing.

2.4. De oorzaak van angst

2.4.1. Er is een verschil tussen wetenschap en angst. angst die voortkomt uit het verleden en die je bijvoorbeeld beschermd tegen het verbranden van je huid is instinctief. Het tegenovergestelde is psychische angst.

2.4.1.1. Psychische angst: wekt een herhaaldelijke emotie op. Deze emotie versterkt op zijn plek het ego. Een kenmerk van psychische angst is dat het gaat om angst voor iets wat zou kunnen gebeuren, niet iets wat ongetwijfeld gebeurt.

2.4.2. De reden dat angst zo'n sterkte emotie is, is het feit dat je ego dit gelijkstelt aan de dood.

2.4.3. Zolang je als aanwezigheid naar de angst kijkt, sta je erboven. je kunt iemand anders dan gelijk geven zonder daar een verminderd gevoel van eigenwaarde aan over te houden.

2.4.4. "Macht over anderen is zwakte vermomd als kracht"

2.5. Het zoeken van het ego naar heelheid

2.5.1. Het ego doet een individu zoeken naar opvulling hiervan. Dit is bijvoorbeeld terug te zien door de behoefte aan geld, succes, macht, erkenning et. cetera.

2.5.1.1. Mogelijke identificaties om het ego te strelen zijn: werk, status, kennis en opleiding, erkenning, uiterlijk, vermogens, relaties, geschiedenis van jezelf of familie, geloof, politieke- nationalistische- raciale en andere collectieve identificaties.

2.5.2. Het geheim van het leven: sterven voor je dood en dan tot de ontdekking komen dat de dood niet bestaat.

3. Hoofdstuk 3: "helemaal opgaan in het 'Nu'

3.1. Zoek jezelf niet in het verstand

3.1.1. De problemen van het verstand zijn niet op het niveau van het verstand op te lossen.

3.1.2. Het ego is gek op problemen en voedt zich hiermee.

3.2. Beëindig de illusie van de tijd

3.2.1. De enige manier om je niet te identificeren met je verstand is door het concept van tijd los te laten. Het verstand identificeert zich met het verleden en zoekt bevrediging en belofte van verlossing in de toekomst.

3.2.2. Het 'Nu' is het enige wat er altijd is geweest: het eeuwige heden is de ruimte waarin je leven zich ontvouwt.

3.3. Er bestaat niets buiten het nu

3.3.1. Wat je als het verleden ziet is een herinneringsspoor, opgeslagen in het verstand, van een vroeger nu. De toekomst is een ingebeeld nu, geprojecteerd door het verstand.

3.4. De sleutel tot de spirituele dimensie

3.4.1. Tijd is datgene wat tussen ons en 'God' in staat. De sleutel tot de spirituele dimensie is het Nu.

3.4.2. Indien het niet lukt om direct in het nu te stappen kan er gestart worden met het waarnemen van de neiging om uit het nu te stappen. Op het moment dat je beseft dat je niet aanwezig bent, ben je aanwezig.

3.4.3. Identificatie met het verstand voorziet het van energie, observatie onttrekt energie aan het verstand.

3.5. Het loslaten van de psychologische tijd

3.5.1. Leer tijd in de vorm van Kloktijd te gebruiken voor praktische doeleinden, zoals het plannen van een afspraak, het leren van het verleden, een doel stellen en verwezenlijken. Ook voorspellingen obv formules en op basis daarvan passende maatregelen treffen vallen hieronder.

3.5.2. Bij iedere vorm van kloktijd is het nu nog steeds het belangrijkst. Je focust al je energie op iedere stap die je nu zet.

3.6. De krankzinnigheid van psychologische tijd

3.6.1. Door psychologische tijd zijn al veel trieste gebeurtenissen voorgekomen. Zo werden er vijftig miljoen slaven vermoord om een 'betere wereld' te creëeren. Terwijl het slechts een hel in het verleden heeft opgeleverd.

3.6.2. In je eigen leven kun je herkennen dat je veelal bezig bent met psychologische tijd door de behoefte aan kortstondige geluksmomenten zoals: seks, drugs, alcohol, eten enzovoort...

3.7. Negativiteit en leiden hebben hun wortels in de tijd

3.7.1. Het verleden zet zichzelf voort door gebrek aan aanwezigheid. De kwaliteit van het bewustzijn nu is bepalend voor de toekomst. De kwaliteit van je bewustzijn wordt veelal bepaald door de mate van aanwezigheid. De enige plaats waar verandering mogelijk is, is in het nu.

3.7.2. Alle negativiteit wordt veroorzaakt door een ophoping van psychologische tijd en door een ontkenning van het heden.

3.7.2.1. Gevoelens die horen bij een overmacht van toekomst: vrees, stress, spanning, zorgen.

3.7.2.2. Gevoelens die horen bij een overmaat van het verleden: spijt, wrok, grieven, treurigheid, bitterheid -> iedere vorm van niet kunnen vergeven of accepteren.

3.8. Het ontdekken van het leven onder je levenssituatie

3.8.1. Het verschil tussen het leven en je levenssituatie: het leven bestaat alleen in het nu. Je levenssituatie bestaat in het verleden en in de toekomst.

3.9. Alle problemen zijn illusies van het verstand

3.9.1. Bij het leven in het nu gaat het om het besef dat er geen problemen zijn, alleen situaties die je aan moet pakken of moet aanvaarden.

3.9.2. In feite bestaan problemen niet. Een situatie wordt pas een probleem als je verstand deze identificatie eraan toekent. Een dergelijke situatie kan alleen in het nu aangepakt worden. Door vanuit het bewustzijn te handelen in zo'n situatie ontstaat er een intuïtieve reactie, ipv een geconditioneerde reactie die voortkomt uit het verstand.

3.10. De vreugde van het zijn

3.10.1. Om erachter te komen of je in het bezit van psychologische tijd bent, stel je jezelf de volgende vraag: is er vreugde, ongedwongenheid en lichtheid in alles wat ik doe? Als het antwoord nee is, ligt de tijd over het huidige moment en ervaar je het leven als last of worsteling. Om dit te veranderen moet er gekeken worden naar het 'hoe' ipv het 'wat': dus concreter op hoe je iets doet, niet wat je daarmee wilt bereiken -> dit wordt ook wel toegewijde actie genoemd.

3.10.2. Als er geen psychologische tijd is, ontleen je je zelfbeeld/zelfgevoel niet aan je persoonlijke verleden, maar aan het 'Zijn'. Vanuit het 'Zijn' kunnen er nog steeds doelen nagestreefd worden, maar dan vanuit een betere basis

4. Hoofdstuk 4: strategieën van het verstand om het nu uit de weg te gaan

4.1. Verlies van het nu: de essentiële misvatting

4.1.1. in sommige gevalen dient zich iets aangrijpends voor te doen om bewustheid te creëeren. Sommigen moeten ervoor werken. Sommigen bevinden zich in verschillende niveaus van onbewust zijn, namelijk gewone onbewustheid en diepe onbewustheid

4.1.1.1. Gewone onbewustheid: identificatie met denkprocessen, emoties, reacties, verlangen. Van dit niveau zijn de meesten zich niet bewust omdat deze constant als een achtergrondruis aanwezig is. Om dit niveau van onbewustheid te verdoven wordt doorgaans gebruik gemaakt van drugs, alcohol, seks, eten, werk en anderen.

4.1.1.2. Diepe onbewustheid: dit niveau van onbewustheid ontstaat wanneer het pijnlichaam wordt geactiveerd. Deze activering vindt plaats als gevolg van de bedreiging van het ego. Hierbij komen doorgaans gevoelens als angst, woede depressie en anderen naar boven.

4.2. Wees helemaal waar je bent, waar dat ook is

4.2.1. Gewone onbewustheid heeft altijd te maken met de ontkenning van het nu.

4.2.2. Als het 'Hier-en-Nu' als ondraaglijk ervaren wordt kan er gekozen worden voor drie verschillende opties, namelijk: je onttrekken van de situatie, de situatie veranderen of de situatie aanvaarden zoals deze is.

4.2.2.1. Bij het veranderen of het aanpakken van een bepaalde situatie kan angst voor bijvoorbeeld mislukking ontstaan. Deze angst wordt aangepakt door observatie. Door met je aandacht naar deze angst te gaan en je er in het Nu bewust van te zijn kan deze angst niet overleven. Omdat datgene waar de angst voor waarschuwt in het Nu irrelevant is.

4.2.3. De oorzaak van stress: 'Hier willen zijn, terwijl je daar bent' in je gedachten. Dit is de ontkenning van het nu.

4.2.4. Er kunnen nog steeds doelen gesteld en behaald worden. Er dient gedurende het proces richting het behalen van deze doelen bewustheid te zijn in iedere stap die genomen wordt om van dit proces en het resultaat te kunnen genieten.

4.2.5. De schalen van wachten

4.2.5.1. Wachten op kleine schaal: in de rij bij het postkantoor, tot je klaar bent met werken, het stoplicht et cetera

4.2.5.2. Wachten op grote schaal: wachten op de volgende vakantie, een betere baan, een waardevolle relatie, succes et cetera.

4.2.5.3. Conclusie: wachten is een toestand van het verstand. je wilt de toekomst, niet het heden.

4.2.6. Je kunt je levenssituatie verbeteren, je leven niet. Omdat het leven al compleet en volmaakt is.

4.3. Het innerlijke doel van je levensreis

4.3.1. De levensreis heeft zowel een uiterlijk als een innerlijk doel

4.3.1.1. Uiterlijk doel: hierbij gaat het om het 'Wat'. Dus dat je aankomt op de bestemming die je voor ogen had, dat je verwezenlijkt wat je je hebt voorgenomen dat je het een of het ander bereikt. Al deze zaken vertegenwoordigen de toekomst.

4.3.1.2. Innerlijk doel: het innerlijke doel heeft alles te maken met het 'Hoe'. Het betreft het nu en de mate waarin de kwaliteit van het leven wordt ervaren en de mate van bewustzijn.

4.3.1.3. Belangrijke aanvulling: om te kunnen genieten van uiterlijke doelen moet allereerste het innerlijke doel behaald zijn. Anders ontstaat uiterlijke rijkdom en innerlijke armoede.

4.4. Het verleden kan niet overleven als je aanwezig bent

4.4.1. Emoties, gevoelens, stemmingen, gedachten kunnen voortkomen uit ervaringen uit het verleden. Door in het heden bezig te zijn met deze emoties door je ervan bewust te zijn en deze te observeren, pak je het verleden aan. Niet door in je geheugen te zoeken naar de oorzaak hiervan. Dit blijkt vaak een bodemloze put.

5. Hoofdstuk 5: de toestand van aanwezigheid

5.1. Het is niet wat je denkt dat het is

5.1.1. De toestand van aanwezigheid is niet wat je denkt dat het is omdat je het niet kunt begrijpen. Om het te voelen doe je je ogen dicht en zeg je tegen jezelf: ik vraag me af wat mijn volgende gedachte wordt. De toestand waar je dan in zit , zonder gedachten en met volle aanwezigheid is de toestand van aanwezigheid, ook wel het nu.

5.1.2. Door geworteld te zijn met jezelf, kun je makkelijker aanwezig blijven. Hiervoor moet je lichaamsbewust zijn.

5.2. De esoterische betekenis van wachten

5.2.1. De toestand van aanwezigheid valt te vergelijken met een vorm van wachten. Niet het wachten op heden maar de toestand van wachtende op iets dat ieder moment kan gebeuren. Je bent constant alert op je omgeving.

5.3. Schoonheid komt op in de stilte van je aanwezigheid

5.3.1. Satori: een moment van 'Niet-denken' en totale aanwezigheid.

5.3.2. Hoe langer de periode tussen waarnemen en denken is, des te meer diepte je krijgt, wat weer duidt op meer bewustzijn.

5.4. Het realiseren van zuiver bewustzijn

5.4.1. Bij de moderne mens heeft het bewustzijn zich volledig geïdentificeerd met de vorm ervan -> het lichaamsuiterlijk. Daardoor is het voortdurend in angst voor de vernietiging hiervan.

5.4.2. Als het bewustzijn zich verliest van zijn identificatie met stoffelijke vormen dan wordt het wat we zuiver of verlicht bewustzijn noemen.

5.5. Christus: de werkelijkheid van je goddelijke aanwezigheid

5.5.1. Christus is als woord gelijk aan aanwezigheid.

6. Hoofdstuk 6: het innerlijke lichaam

6.1. Kijk achter de woorden

6.1.1. Woorden zijn beperkt en abstract, ze kunnen dienen als wegwijzer, maar zijn nooit datgene waarnaar ze verwijzen. Dit geldt ook als er gesproken wordt over 'Zijn'.

6.2. Het vinden van je onzichtbare en onvernietigbare werkelijkheid

6.2.1. Het zichtbare en aanraakbare lichaam is slechts je buitenste schil, een beperkt en verdraaid beeld van een diepere werkelijkheid. In de toestand van 'verbonden met Zijn' voel je de diepere werkelijkheid als het onzichtbare innerlijke lichaam. Het bewonen van je lichaam is het lichaam van binnenuit voelen en daardoor te weten komen dat je meer bent dan een uiterlijke vorm.

6.2.2. Om bewust te worden van 'Zijn' moet je bewustzijn over je verstand heroveren. Techniek: je aandacht afleiden van je denken en op je lichaam richten. concentreren op het energieveld dat leven geeft aan je lichaam.

6.3. In contact komen met je innerlijke lichaam

6.3.1. Bij het uitvoeren van de techniek zou je leven in alle cellen van je lichaam moeten voelen, met hoge concentratie, maar zonder erbij na te denken. Ook het voelen van een kleine tinteling in bijvoorbeeld je hand is in het begin genoeg.

6.4. Transformatie door het lichaam

6.4.1. Vroeger bestond er het geloof dat het lichaam zondig was en in de weg stond van bevrijding. Mensen vergeleken het lichaam met dieren en konden dit idee niet aanvaarden. Het is echter een feit dat ieder mens veel weg heeft van een dier: voorplanten, voeden en uitscheiden. Aanvullend is er nog nooit iemand bevrijd door uit het lichaam te treden. De transformatie vind juist plaats door het lichaam, niet ervandaan.

6.5. Ga met je wortels die naar binnen

6.5.1. Als je het energieveld van je lichaam met een bepaalde sterkte voelt is deze op een gegeven moment onvatbaar voor negativiteit. Om hiermee te oefenen dien je niet al je aandacht te focussen op bijv. lezen of luisteren met je verstand, maar ook met je lichaam. Hierdoor kom je in contact met je innerlijke lichaam. Het is ook makkelijker om waarnemer van je verstand te worden als je diep in jezelf geworteld bent. Als je dit niet doet za je verstand snel de macht overnemen en bij een situatie waarin iets misgaat terugvallen in oude gewoonten: angst.

6.6. Vergeef voordat je het lichaam binnengaat

6.6.1. Aandacht is de sleutel tot transformatie: met aandacht wordt niet bedoeld dat je over een emotie na gaat denken, maar wel dat je er je volledig bij bent met je aandacht en dat je deze aanvaardt zoals die is.

6.6.2. Aandacht is als een lichtbundel: de geconcentreerde kracht van je bewustzijn dat alles omzet in zichzelf.

6.6.3. Door middel van deze aandacht kan er in het lichaam gefocust worden op emoties. Om emoties uit het verleden niet sterker te laten worden moet er vergeven worden in het diepste niveau van het lichaam. Je laat het leven door je heen leven, zonder je hiertegen te verzetten.

6.7. Je band met het ongemanifesteerde

6.7.1. Het verschil tussen aanwezigheid en het innerlijke lichaam

6.7.1.1. Aanwezigheid: zuiver bewustzijn dat is heroverd van het verstand.

6.7.1.2. Het innerlijke lichaam: de ongemanifesteerde bron waar de aanwezigheid zijn oorsprong vindt.

6.7.1.3. Je bewustzijn van je innerlijke lichaam: wanner je bewustzijn zich herinnert waar zijn oorsprong ligt en terugkeert naar de bron.

6.8. Het vertragen van het verouderingsproces

6.8.1. Door bewustzijn van het innerlijke lichaam vertraagd het verouderingsproces, Minder ophoping van tijd als psychische last in de cellen is hier de oorzaak van.

6.9. Het versterken van het immuunsysteem

6.9.1. Door intens bewustzijn van het innerlijke lichaam wordt het immuunsysteem versterkt. Dit voorkomt zowel ziektes als negativiteit. Een oefening om dit te realiseren gaat als volgt: ga op je rug liggen, voor het slapen gaan. Ga ieder lichaamsdeel af en schenkt hier gedurende 15 seconden de volle aandacht aan. Voel al het leven in dit lichaamsdeel. Doe dit tot alle lichaamsdelen de volle aandacht hebben gekregen. Laat vervolgens je aandacht als een golf een paar keer over je lichaam heen gaan. Tot slot probeer je je lichaam als één groot energieveld te voelen, waarbij je al het leven door je hele lichaam heen voelt gaan. Als het moeilijk is om je niet te laten leiden door je gedachten, probeer je dan eerst te concentreren op je ademhaling tot je gedachten wat rustiger zijn.

6.10. Creatief denken

6.10.1. Voordat je het verstand gebruikt, kun je eerst teruggaan naar je innerlijke lichaam om meer creativiteit te realiseren. Doe dit gedurende 1 tot 2 minuten.

6.11. De kunst van het luisteren

6.11.1. Door met je innerlijke lichaam naar iemand te luisteren, vindt er in interactie plaats van mens-tot-mens. Door te luisteren met je gedachten vindt er interactie plaats van verstand-tot-verstand. Door dit laatste ontstaan veel conflicten in relaties. Goed naar iemand luisteren is één van de meest waardevolle dingen die je kunt bieden. Door contact met het innerlijke lichaam ontstaat er een lichte ruimte, waardoor liefde kan bloeien.

7. Hoofdstuk 7: Poorten tot het ongemanifesteerde

7.1. Diep in het lichaam afdalen

7.1.1. Om dieper in het lichaam af te dalen kan mediteren helpen. Als je het energieveld van je vorm kunt voelen, laat dan alle visualisaties los en de mentale beelden van je lichaam. Neem na de mediatie een paar minuten om de omgeving in je op te nemen. Doe dit zonder concepten aan en blijf je innerlijke lichaam voelen.

7.2. De bron van Chi

7.2.1. Het ongemanifesteerde is de bron van Chi. Chi is het innerlijke energieveld van je lichaam. Dit is dan weer de brug naar het ongemanifesteerde. Ht ongemanifesteerde staat niet los van het gemanifesteerde, maar is het leven in elke vorm, de innerlijke essentie van al het bestaande/gemanifesteerde.

7.3. De droomloze slaap

7.3.1. Iedereen betreed iedere nacht de droomloze slaap. Dit is een reis naar het ongemanifesteerde: er is daar niks, geen gedachten of concepten.

7.4. Andere poorten

7.4.1. Het nu: dit is de voornaamste poort en een essentieel aspect van alle andere poorten

7.4.2. Het ophouden met denken: het denken is een onderdeel van de wereld van het gemanifesteerde. Ophouden met denken kan door ademhalingsoefeningen, meditatie of intense aandacht voor iets zonder daarbij na te denken.

7.4.3. Overgave: het laten varen van elk mentaal-emotioneel verzet tegen wat 'is'. Anders ontstaat er innerlijk verzet, wat het ego sterker maakt.

7.4.4. De identificatie met het verstand opgeven.

7.4.5. Van alle poorten heb je er maar één nodig om in contact te komen met je innerlijke lichaam en zo de brug te slaan naar het ongemanifesteerde.

7.4.6. Het zoeken naar stilte: het ongemanifesteerde is aanwezig in de wereld als een stilte. Door in het dagelijks leven op zoek te gaan naar geluiden en de oorsprong hiervan kom je uit bij het ongemanifesteerde. Zonder stilte is er geen geluid en zonder geluid is er geen stilte.

7.5. Ruimte

7.5.1. Net zoals er geen geluid is zonder stilte, is er geen ruimte zonder objecten. Er is niets zonder niet-iets. Stoffelijke objecten bestaan grotendeels uit ruimte omdat de ruimte tussen atomen vele malen groter is dat de atomen zelf.

7.5.2. Niets of ruimte is de verschijning van het ongemanifesteerde als een uiterlijk fenomeen in een zintuigelijk waargenomen wereld.

7.5.3. Wordt je bewust van de ruimte zelf en niet van de objecten. Keer terug naar de essentie: de lege ruimte in jezelf. Zonder de ruimte was de kamer er niet. Als je hierin slaagt ontstaat er een verschuiving van bewustzijn. Om twee redenen

7.5.3.1. Het innerlijke equivalent van objecten in de ruimte zijn de objecten van je verstand.

7.5.3.2. Het innerlijke equivalent van de ruimte is het bewustzijn waardoor deze objecten kunnen bestaan.

7.5.3.3. Conclusie: als je aandacht onttrekt aan objecten, onttrek je ook aandacht aan de objecten van je verstand.

7.6. De ware aard van ruimte en tijd

7.6.1. Voor het ontstaan van ruimte moeten er op zijn minst twee referentiepunten zijn. Er ontstaat meer ruimte als één ding twee dingen wordt en twee dingen tienduizend worden.

7.6.2. De oneindige en uitgestrekte ruimte die er is, zit diep in iedereen en staat voor het ongemanifesteerde.

7.6.3. Ruimte en tijd hebben een innerlijk equivalent:

7.6.3.1. Innerlijke equivalent ruimte: het stille, oneindig diepe rijk.

7.6.3.2. Uiterlijk equivalent tijd: de aanwezigheid en het bewustzijn.

7.6.4. Het uiteindelijke doel van de wereld is om je bewust te laten worden van het ongemanifesteerde. Net zoals je je niet bewust zou zijn van de ruimte zonder dingen, is de wereld nodig om je bewust te laten worden van het ongemanifesteerde.

7.7. Bewuste dood

7.7.1. Een laatste poort: de lichamelijke dood, staat bekend als een lichtgevend en vredig moment dat ontstaat bij een bijna-dood ervaring.

7.7.2. De dood betekent het einde van de illusie: de illusie van de identificatie met het verstand.

8. Hoofdstuk 8: Betreed het 'Nu' waar je ook bent

8.1. De essentiële fout" verlossing is niet ergens anders of bij iemand anders, maar in het hier en nu.

8.2. Haat-liefde verhoudingen

8.2.1. Doorgaans veranderen relaties na verloop van tijd in haat-liefde verhoudingen. De reden hiervoor is dat er geen bewustheid is en de relatie daardoor geleid wordt door gevoelens. Deze gevoelens zijn tegenpolen van elkaar. Hierdoor wisselen periodes van vreugde en jaloezie, rancune en chantage. Dit alles is geen echte liefde, dit heeft namelijk geen tegenpool.

8.3. Verslaving en het streven naar heelwording

8.3.1. De behoefte aan heelwording of een partner ontwikkelt zich op lichamelijk en psychisch niveau.

8.3.1.1. Lichamelijk: je hebt het gevoel dat je niet heel bent en wordt dat niet: je bent een man of een vrouw, dus één deel van het geheel en niet beide. Seksuele gemeenschap brengt je het dichts bij het gevoel van 'heel' zijn.

8.3.1.2. Psychisch: op dit niveau is het verlangen nog groter. Als je onbewust bent, ontleen je je zelfgevoel aan de buitenwereld. Je ego is hierdoor constant op zoek naar aanvulling. Aanvullend kan je ego op basis van een relatie zijn identiteit vastleggen.

8.3.1.3. Op verschillende manieren is een liefdesrelatie te vergelijken met een drug. Er wordt gezocht naar iets buiten jezelf om, om je ego heel te maken. In het beginstadium lijkt dat te werken, totdat de pijn uiteindelijk toch boven komt en zich begint te uiten in ruzies.

8.4. Ven verslavende naar verlichte relaties

8.4.1. De sleutel tot een verlichte relatie ligt in het nu en bij het loslaten van het pijnlichaam en de identificatie hiervan met het verstand.

8.4.2. De beste katalysator voor verandering in een relatie is aanvaarding van je partner zonder hem of haar te veroordelen.

8.4.3. God is het eeuwige Ene leven onder alle levensvormen. Liefde is de aanwezigheid van dat ene leven diep in jezelf en in anderen voelen.

8.4.4. De intensiteit van liefde die je terugkrijgt kan verschillen per persoon.

8.4.5. Op bepaalde momenten in het leven zoals: de geboorte, de geboorte van een kind, een ernstige ziekte of oog-in-oog met de dood, wanneer het verstand machteloos is, wordt er intense liefde ervaren. Op zo'n moment wordt je 'Zijn'.

8.5. De relatie als spirituele oefening

8.5.1. Vandaag de dag bestaat er veel onvrede binnen relaties. Deze onvrede kan het pijnlichaam activeren. Door je bewust te worden van dit pijnlichaam, in plaats van verzet, wordt de relatie en spirituele oefening. Hierdoor kan men dichter bij 'Zijn' komen. Er ontstaat daardoor ruimte voor genade en liefde om binnen te komen. Door bewustheid in de relatie te brengen, zonder iemand te oordelen, ontstaat er zuiver bewustzijn. Dit bewustzijn ontkent de pijn niet, maar staat er wel boven als de toeschouwer of de wetende.

8.5.2. Wanneer je je bewust bent van de boosheid van je partner in een bepaalde situatie, zal deze boosheid het niet lang volhouden. Je moet daarvoor 'weten' dat dit de boosheid is en niet de ware persoon. Zodra je reageert op de boosheid, wordt je ook onbewust.

8.5.3. De relatie is er uiteindelijk om je bewust te maken, niet om je gelukkig te maken.

8.5.4. Op het moment dat je begint aan een woordenwisseling, identificeer je je met een verstandelijke positie. Dan verdedig je niet alleen je standpunt, maar ook je ego.

8.6. Waarom vrouwen dichter bij verlichting staan

8.6.1. De reden hiervoor is dat een vrouw haar lichaam makkelijker kan voelen en makkelijker in haar lichaam kan zijn. een vrouw belichaamd het ongemanifesteerde en geeft leven. Toen het verstand het overnam veranderde de werkelijkheid en werd god als een man beschouwd.

8.6.1.1. Het verstand is eerder als mannelijk te beschrijven. 'Zijn' is vrouwelijk. Het verstand houdt de maatschappij draaiende, het 'Zijn' doet dat met al het leven op deze planeet en daarbuiten.

8.6.2. Over het algemeen is het grootste struikelblok voor de verlichting bij mannen het verstand en bij vrouwen het pijnlichaam.

8.7. Het oplossen van het collectieve vrouwelijke pijnlichaam

8.7.1. Het pijnlichaam heeft zowel een persoonlijk als een collectief aspect.

8.7.1.1. Persoonlijk: Hert opgehoopte residu van pijn uit iemands leven. Collectief: duizenden jaren van ziekte, wreedheid, marteling, waanzin enzovoorts.

8.7.2. Zolang je voor jezelf een identiteit aan de pijn vanuit het pijnlichaam ontleent, kun je je er niet van bevrijden.

8.8. Geef de relatie met jezelf op

8.8.1. Er zal altijd een fysieke aantrekkingskracht van man tot vrouw en andersom zijn. Op het niveau van de vorm kun je je dan incompleet voelen. Echter kun je vanuit je innerlijke lichaam en vanuit 'Zijn' alsnog een vredig en vervuld gevoel hebben.

8.8.2. Dat je eerst van jezelf moet houden om van iemand anders te kunnen houden is een illusie. Je splitst jezelf dat in tweeën: ik en jezelf. Deze door het verstand geschapen dualiteit is de oorzaak van onnodige complexiteit, problemen en conflicten. In een toestand van verlichting ben je jezelf: en en jezelf gaan in elkaar over en worden één. Je hebt dan geen mening meer over jezelf. Er is dan geen 'zelf' of ego meer om te beschermen.

9. Hoofdstuk 9: Voorbij gelukkig en ongelukkig zijn ligt vrede

9.1. Het hogere goed achter goed en kwaad

9.1.1. Iedere situatie heeft iets positiefs: een 'negatieve' situatie doet iemand beseffen wat wel of niet belangrijk is. Voorbij een situatie ervaren als positief of negatief komt het volledig aanvaarden van deze situatie. Aanvaarden wat 'is'. Ook dan kan er verdriet zijn, bijvoorbeeld door het verlies van iets of iemand. Echter is daar dan slonk een innerlijke vrede en stilte.

9.2. Vergankelijkheid en de cycli van het leven

9.2.1. Al het leiden is een product van het ego en een gevolg van het verzet tegen iets.

9.2.2. Op het niveau van vorm is er geboorte en dood. Het ene komt en het andere gaat. Soms is dat nodig voor transformatie. Hoe dan ook: als je je ertegen verzet is er geen ontkomen aan leed.

9.2.3. Je kunt plezier halen uit het starten van nieuwe dingen of het spelen met 'vormen'. Echter bepaald dit niet je zelfgevoel. Ze behoren tot je levenssituatie, niet je leven.

9.2.4. Boeddha: "Vergankelijkheid is een kenmerk van iedere omstandigheid os situatie waar je in je leven mee te maken krijgt: zijn verandert, verdwijnt of bevredigt je niet meer.

9.2.5. Als er een positieve omstandigheid of situatie in je leven komt, identificeert je verstand zich hiermee. Op het moment dat de situatie verandert of verdwijnt heeft het verstand hier dus moeite mee.

9.2.6. Geluk en ongeluk of onbevredigdheid zijn tegenpolen en dus één. De reden dat dit vaak anders wordt ervaren is dat zij gescheiden worden door de tijd.

9.3. Negativiteit gebruiken en loslaten

9.3.1. Het ego trekt negativiteit aan en gebruikt dit om zichzelf te versterken. Zo kan een onbetekenende situatie al snel tot intense negativiteit leiden, zoals woede, depressie en groot verdriet.

9.3.2. Negativiteit bestaat alleen onder mensen en is totaal onnatuurlijk.

9.3.3. Negatieve emoties zijn allen nuttig doordat ze je erop wijzen dat je meer aanwezig moet zijn. Je moet dit dus niet zien als een mislukking, maar als een signaal dat je erop wijst bewuster te worden. Dit kan op twee manieren:

9.3.3.1. 1. Telkens als er iets gebeurt dat ook maar de kleinste irritatie oproept, moet je dat zien als een stem die zegt "attentie-Hier en nu-aanwezig".Je gaat dat in het hier en nu naar die situatie en erkent het gevoel of de gedachte.

9.3.3.2. 2. Een negatieve reactie laten verdwijnen door je voor te stellen dat je doorzichtig wordt voor de oorzaak van die reactie. Je verstand denkt onbewust dat het de oorzaak kan veranderen met negativiteit, maar dat is natuurlijk een hersenschim. Deze oefening voer je uit door jezelf helemaal transparant te maken: de oorzaak van de irritatie gaat dwars door je heen en etuit niet meer op een muur in je innerlijk. In het begin kun je oefenen met kleine dingen zoals een blaffende hond of een autoalarm.

9.3.3.3. Conclusie: uiteindelijk gaat het erom dat je aanvaardt en vergeeft wat "is".

9.4. Het wezen van mededogen

9.4.1. Mededogen is het besef dat alle stoffelijke schepsels gelijk zijn, op het niveau van de vorm en op het niveau van het eeuwige stille leven van 'Zijn". Als je in het "zijn" leeft zal dit je dichter bij andere mensen brengen omdat je hun lichaam en uiterlijk slechts als scherm ziet waarachter hun ware werkelijkheid schuil gaat.

9.4.1.1. Een sterke spirituele oefening: 'sterven voordat je sterft'. Diep mediteren over de sterfelijkheid van de stoffelijke vormen, ook die van jezelf. Als alle verstandelijke vormen of gedachten sterven, blijft alleen jij als goddelijke aanwezigheid over. Niets dat echt was, is ooit gestorven alleen maar namen, vormen en illusies.

9.4.2. Op het niveau van vormen heb je sterfelijkheid en onsterfelijkheid met alle schepsels gemeen. Op het niveau van Zijn hebben jullie het eeuwige stralende leven gemeen.

9.4.3. Conclusie: mededogen heeft dus twee aspecten. Die van de stoffelijke vormen, gedachten en illusies en die van 'Zijn".

9.5. Naar een andere orde van de werkelijkheid

9.5.1. Het lichaam en de dood behoren tot dezelfde illusie. Deze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Je kunt het een niet hebben zonder het ander. Je lichaam is een ongelooflijke misvatting van je ware natuur. Echter is je ware natuur ergens in de misvatting verborgen.

9.5.2. De manier waarop je de wereld ziet is een afspiegeling van je bewustzijnstoestand. Wat je ziet is slechts een soort symbool. het hangt ervan af hoe je bewustzijn de moleculaire energiedans van het heelal interpreteert en ermee omgaat. Deze energie is de grondstof voor de zogenaamde stofflelijke werkelijkheid. Elk wezen is een brandpunt van bewustzijn en elk brandpunt schept zijn eigen wereld.

9.5.3. De belangrijkste taak is niet om naar verlossing te streven door de wereld een beter plek te maken, maar te ontwaken uit je identificatie met de vorm. Je staat in contact met iets dat oneindig veel groter is dan welke vorm van genot, groter dan elk gemanifesteerd ding.

9.5.4. Wie je bent is altijd een levenskrachtiger leer dan wat je zegt of wat je doet.

9.5.5. Bij het aanpakken van kwaden in de wereld moet de leer van verlichting het hoofddoel blijven. Er moet evenwicht zijn tussen de empathie voor de pijn van iemand anders en je inzicht in het eeuwige karakter van het leven en het illusoire van alle pijn. Anders kun je eigen bewustzijn hierin verliezen.

10. Hoofdstuk 10: de betekenis van overgave

10.1. Aanvaarding van het Nu

10.1.1. Overgave is de eenvoudige maar tegelijk diepe wijsheid van meegeven met, i.p.v. verzetten tegen de stroom van het leven. Het houdt in dat je innerlijk verzet tegen wat is laat aren. De pijnlijke kloof ontstaat door het verschil tussen verstandelijke verwachtingen en dat wat uiteindelijk daadwerkelijk is. Verzet is het verstand.

10.1.2. Overgave hoeft niet te betekenen dat je op uiterlijk niveau niet in actie komt om de situatie te veranderen. Je kunt echter maar op één ding invloed uitoefenen, namelijk het Nu. Door je in een ongewenste situatie volledig te focussen op het Nu hang je geen concept aan die situatie maar doe je er alles aan om eruit te komen.

10.1.3. Handelen uit overgave: je kunt het best doelen behalen, verandering in gang zetten in de toestand van overgave. Er stroomt dan een andere levensenergie door je lichaam.

10.1.3.1. Kijk hiervoor naar de details van de situatie: kan je eraan ontsnappen, het verbeteren of veranderen? Concentreer je op wat je Nu moet doen, niet op een toekomstig moment. Dit kan ook betekenen dat je nu een planning moet maken. Let echter op dat dit geen mentale film wordt.

10.1.4. Overgave is geheel in het Nu aanwezig zijn, niet een houding van 'het maakt me niks meer uit'.

10.1.5. Als je je overgeeft, moet je dit doen met veel aandacht. Anders kan er nog een niet-erkende emotie of gedachte achterblijven.

10.2. Van verstandsenergie naar spirituele energie

10.2.1. Overgeven doe je door allereerste te erkennen dat er verzet is. Observeer hoe je verstand een situatie creëert en alles een etiket opplakt. Wordt je bewust van het gedachteproces. Door het onbewuste bewust te maken verdwijnt het.

10.2.2. Als er niet meteen verandering komt in de omstandigheden, geeft aanvaarding van het Nu (overgave) je de kracht om er bovenuit te stijgen. Hoe dan ook: je bent vrij.

10.3. Overgave in persoonlijke relaties

10.3.1. Alleen onbewuste mensen proberen anderen te manipuleren en kunnen zelf gemanipuleerd worden.

10.3.2. Als overgave door veel verzet uiteindelijk niet lukt, probeer dan verandering in de situatie aan toebrengen. Laat geen ongelukkigheid in je leven toe.

10.3.3. Overgave is alleen van toepassing op het innerlijke aspect. Veranderingen in het uiterlijke aspect zijn echter een logisch gevolg. Als je je echter innerlijk niet kunt overgeven is dit ook van invloed op het uiterlijke aspect: je probeert anderen te gebruiken, te veranderen en te bekritiseren.

10.3.4. In een relatie kun je overgave oefenen tijdens een discussie. het is hierbij van belang om je eigen energie te voelen. En om, op het moment dat je je standpunt verdedigd, dit te erkennen en te laten varen.

10.3.5. Geen verzet bieden is wat anders dan 'niets doen'. Als je vanuit intense aanwezigheid besluit niets te doen is dit wat anders dan wanneer je dit onbewust doet.

10.3.6. Je ego ziet je 'Zijn' als zwakte en probeert deze daarom telkens te verdoezelen. Tot je je overgeeft speel je daarom onbewust een rollenspel. Pas hierna wordt je de 'ware ik'.

10.4. Ziekte omzetten in verlichting

10.4.1. Ziekte is een deel van je levenssituatie, niet van je leven. In het nu zijn er geen problemen en dus ook geen ziekte. Dit is als het ware een etiket dat je verstand hieraan toekent. Een ziekte kan dan ook onderdeel worden van iemands ego en/of zelfbeeld.

10.4.2. Overgave verandert niet wat 'is' maar verandert jou. Hierdoor verandert het je hele wereld omdat dit slechts een afspiegeling is van de realiteit.

10.5. Als je door een ramp wordt getroffen

10.5.1. Soms is er een extreme situatie voor nodig om iemands ego af te laten breken. Veel gevangenen met de doodstraf ervaren intense vrede en vreugde vlak voor hun executie. Voor deze gevangenen leidde verzet tot intens lijden. Aanvullend was er geen toekomst meer, dus: ze werden gedwongen te ervaren wat is.

10.6. Lijden omzetten in vrede

10.6.1. Soms is het moeilijk om het 'Nu' te aanvaarden, bijvoorbeeld bij de dood van een naaste. Je krijgt altijd twee kansen:

10.6.1.1. 1. Je eerste kans is om je op elk moment over te geven aan de werkelijkheid van dat moment. Je doet dat wat je moet doen.

10.6.1.2. 2. Als het eerste niet lukt, door bepaalde gewoontes in verzetspatronen die je niet af kunt leren, krijg je een tweede kans: als je het uiterlijke niet kunt ervaren, ervaar dan het innerlijke. Dus: biedt geen weerstand aan de pijn, maar er ruimte voor. Geef je over aan het verdriet, de wanhoop, de angst, de eenzaamheid. Omarm het en kijk ernaar zonder er een etiket aan te plakken. Belangrijk is dat je niet over het gevoel na gaat denken. Geef al je aandacht aan het gevoel, niet de oorzaak.

10.6.1.3. Door met je volle aandacht naar de pijn te gaan zonder hier een etiket aan te plakken heb je je als het ware al overgegeven.

10.6.2. Erge pijn onder ogen zien is hetzelfde als de bewuste dood. Als je deze dood gestorven hebt, besef je dat er geen dood is en dat je nergens bang voor hoeft te zijn.

10.7. De macht om te kiezen

10.7.1. Kiezen begint pas op het moment dat je je hebt losgemaakt van de identificatie met het verstand.

10.7.2. Het verstand is altijd op zoek naar iets vertrouwds en herkenbaars. Dit is de reden dat het sommige mensen in vervelende en pijnlijke situaties brengt en houdt.

10.7.3. Niemand kiest voor onbewustheid en de gevolgen hiervan. De enige passende reactie voor onbewustheid is mededogen.

10.7.4. Vergeving is als term al 2000 jaar gebruikt maar wordt nog steeds verkeerd geïnterpreteerd. Je kunt jezelf of anderen pas vergeven als je het verleden loslaat, dus vergeven kan alleen in het 'Nu'. Echter wordt het hele concept van vergeving in het 'Nu' overbodig.