PPO 3

Plan your projects and define important tasks and actions

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
PPO 3 Door Mind Map: PPO 3

1. Praktijk

1.1. WPL 3

1.1.1. De vijf rollen van de leraar

1.1.1.1. Gastvrouw

1.1.1.1.1. Waar ga ik staan?

1.1.1.1.2. Competenties

1.1.1.2. Presentator

1.1.1.2.1. Centraal punt

1.1.1.2.2. Non-verbaal

1.1.1.2.3. Regie houden

1.1.1.2.4. Instructie eerst, dan pas doen

1.1.1.2.5. Competenties

1.1.1.2.6. Hoe presenteer ik de les?

1.1.1.2.7. Spanningsboog

1.1.1.3. Didacticus

1.1.1.3.1. Lesdoelen communiceren

1.1.1.3.2. Verdiepen in stof

1.1.1.3.3. Competenties

1.1.1.3.4. Zelfbedieningsmodel

1.1.1.4. Pedagoog

1.1.1.4.1. Pedagoog en didacticus gaan hand in hand

1.1.1.4.2. Escalatieladder

1.1.1.4.3. Afvragen wat ik ga doen ik bepaalde situaties.

1.1.1.4.4. Competenties

1.1.1.5. Afsluiter

1.1.1.5.1. Inhoudelijk

1.1.1.5.2. Pedagogisch

2. Ik

2.1. Een goede werkrelatie: van moeten naar kunnen

2.2. Ontwikkelpunten

2.2.1. Helder communiceren

2.2.2. Aanpassen van niveau aan situatie

2.2.3. Grenzen stellen en hier consequent naar handelen

2.2.4. Balans

2.2.4.1. Professionaliteit vs mezelf zijn

2.2.4.2. Complimenteus vs realistisch

2.3. Kwaliteiten

2.3.1. 1. Positiviteit

2.3.2. 2. Enthousiasme

2.3.3. 3. Zorgzaam

2.3.3.1. Valkuilen

2.3.3.1.1. 1. Onrealisitisch

2.3.3.1.2. 2. Doordrukken van eigen zin

2.3.3.1.3. 3. Opdringerig

2.3.3.1.4. 4. Te veel tegelijk willen

2.3.3.1.5. 5. Plaatsvervangende gevoelens

2.3.4. 4. Ambitieus

2.3.5. 5. Inlevingsvermogen

2.4. Visie

2.4.1. Het beste in leerlingen zien en het meeste eruit halen

2.4.2. Het middel om leerlingen iets te laten begrijpen

2.4.3. Consciously, we teach what we know; Unconsciously, we teach who we are. (Hamachek, 1999, p. 209)

2.4.4. Inzicht geven in hun loopbaan

3. Theorie

3.1. Differentiëren

3.1.1. Leerstof

3.1.2. Instructie

3.1.3. Convergent(individueel)

3.1.4. Divergent(gezamenlijk)

3.2. Praktijkboek voor leraren

3.2.1. Wie ben ik?

3.2.2. Wat wil ik?

3.2.3. Mijn resultaten?

3.2.4. Mijn acties?

3.3. Modellen

3.3.1. ADI(Activerende directe instructiemodel)

3.3.1.1. 1. Terugblik

3.3.1.2. 2. Orientatie

3.3.1.3. 3. Uitleg

3.3.1.3.1. WHHTUK

3.3.1.4. 4. Begeleide inoefening

3.3.1.5. 5. Zelfstandige verwerking

3.3.1.6. 6. Evaluatie

3.3.1.7. 7. Terug- en vooruitblik

3.3.2. IGDI(Interactieve gedifferentieerde directe instructiemodel)

3.3.3. GIP(Groepsgerichte en Individueel gericht Pedagogisch handelen

3.3.4. Zelfbedieningsmodel

3.3.4.1. Voorspelbaarheid in aandacht

3.3.4.2. Uitgestelde aandacht

3.3.4.3. Systematische aandachtsverdeling

3.3.5. BHV-model

3.3.5.1. Basisstof

3.3.5.2. Herhalingsstof

3.3.5.3. Verrijkingsstof

3.4. Tips voor gedrag tijdens de eerste lessen

3.4.1. Consequent zijn

3.4.1.1. Als zich een overtreding voordoet moet je er altijd iets aan doen.

3.4.1.2. Doe er net zolang iets aan tot het gewenste gedrag wordt vertoond.

3.4.1.3. Als zich gewenst gedrag voordoet moet je daar aandacht aan schenken.

3.4.2. Eigen regels eerst

3.4.2.1. Hoe ga ik reageren als er dit gebeurt?

3.5. Toetsen

3.5.1. Summatief

3.5.2. Formatief

3.6. Taxonomie van Bloom

3.6.1. Denkniveau 1: Onthouden

3.6.2. Denkniveau 2: Begrijpen

3.6.3. Denkniveau 3: Toepassen

3.6.4. Denkniveau 4: Analyseren

3.6.5. Denkniveau 5: Evalueren

3.6.6. Denkniveau 6: Creëren/Ontwikkelen

3.7. ICT

3.7.1. Preteaching

3.7.2. Flipping the classroom

3.8. Handboek voor Leraren

3.8.1. Continu signaal

3.8.1.1. Belang

3.8.1.2. Goede voorbereiding

3.8.1.3. Uitvoering

3.8.1.3.1. Contact maken

3.8.1.3.2. Regie houden

3.8.1.4. Wisselmomenten

3.8.1.5. Wisselen van activiteit

3.8.1.5.1. WHHTUK

3.8.1.6. Wisselen van aandacht

3.8.1.6.1. wat-hoe-en-waarommodel

3.8.2. Alertheid

3.8.2.1. de juiste leerling tot de orde roepen

3.8.2.2. deze reactie vroegtijdig laten zien

3.8.2.3. Drie essentiële handvaten

3.8.2.3.1. Alertheid op namen

3.8.2.3.2. Alertheid als uiting van leiderschap

3.8.2.3.3. Alertheid in woord en gebaar

3.8.3. Overlappen

3.8.3.1. Belang

3.8.3.1.1. Vaart in de les houden

3.8.3.1.2. Orde houden

3.8.3.2. Escalatieladder

3.8.3.2.1. Professionele grenzen

3.8.3.2.2. Persoonlijke grenzen

3.8.4. De klas erbij houden

3.8.4.1. Belang

3.8.4.2. Goochelen

3.8.4.2.1. Met kleding

3.8.4.2.2. Met de leerstof

3.8.4.2.3. Met focus

3.8.5. Leerlingverantwoordelijkheid

3.8.5.1. Belang

3.8.5.1.1. Delegeren

3.8.5.1.2. Responsief reageren

3.8.5.1.3. Strategische manier consequent zijn

3.8.6. Roos van Leary

3.8.6.1. Wie is de baas?

3.8.6.2. Met elkaar of tegen elkaar?

3.8.7. Non-verbaal

3.8.7.1. Aankijken

3.8.7.1.1. Reguleren

3.8.7.1.2. Monitoren

3.8.7.1.3. Cognitief

3.8.7.1.4. Expressie

3.8.7.2. Afstand

3.8.7.2.1. 10 -50 cm: Intieme afstand

3.8.7.2.2. 50 - 150 cm: Persoonlijke afstand

3.8.7.2.3. 1,5 - 4 meter: Sociale afstand

3.8.7.2.4. meer dan 4 meter: Openbare afstand

3.8.7.3. Gezichtsuitdrukking

3.8.7.3.1. Levendige gezichtsuitdrukking

3.8.7.3.2. Contact maken

3.8.7.3.3. Congruent met verbaliteit

3.8.7.4. Lichaamshouding

3.8.7.4.1. Rust = ontspannen houding

3.8.7.4.2. Omvang = volop zichtbaar aanwezig

3.8.7.5. Gebaren

3.8.7.5.1. Spraakondersteunend

3.8.7.5.2. Regieondersteunend

3.8.7.5.3. Symbolische betekenis

3.8.7.6. Stemgebruik

3.8.7.6.1. Spreektempo

3.8.7.6.2. Klankkleur

3.8.7.6.3. Pauzes

3.8.7.6.4. Intensiteit

3.8.7.6.5. Nadruk

3.8.7.6.6. Klemtoon

3.8.8. Conflicthantering

3.8.8.1. Verwachtingen leraar

3.8.8.1.1. Rust (innerlijk)

3.8.8.1.2. Regelmaat (voorspelbaarheid)

3.8.8.1.3. Rechtvaardigheid

3.8.8.1.4. Redelijkheid

3.8.8.2. Conflicten

3.8.8.2.1. Interpersoonlijk

3.8.8.2.2. Intrapersoonlijk

3.9. Lessen in Orde

3.9.1. Een goede werkrelatie: van moeten naar kunnen

3.9.2. Zelfbedieningsmodel

3.9.3. Directe instructie

4. Ontwikkelingen in het onderwijs

4.1. Maatwerkuren

4.2. Docentgestuurd vs Leerlinggestuurd

4.3. Remedial teaching

4.4. Ipad-onderwijs