Mevrouw E, 96 jaar, 1.45 m, 45 kg, os pubis fractuur

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Mevrouw E, 96 jaar, 1.45 m, 45 kg, os pubis fractuur Door Mind Map: Mevrouw E, 96 jaar, 1.45 m, 45 kg, os pubis fractuur

1. Gegevens

1.1. Rvo

1.1.1. Os pubis fractuur links

1.1.1.1. Gevallen toen zij met rollator naar het toilet ging. Wilde de deur dichttrekken en hand schoot van de klink af. Mw. is toen achterover gevallen op haar rug. Geen bewustzijnsverlies.

1.2. Vg

1.2.1. Meerdere breuken

1.2.1.1. Polsfractuur rechts

1.2.1.2. Bekkenfractuur, 2013

1.2.1.3. Petrochantere femurfractuur rechts, 2015

1.2.2. Fibulafractuur links

1.2.3. Actinische keratose

1.2.4. Osteoporose

1.2.5. Allergieën

1.2.5.1. Morfinepreparaten

1.2.5.2. Tramadol

1.2.5.3. Penicilline

1.3. Observaties en symptomen

1.3.1. Snel vermoeid tijdens inspanning

1.3.2. Pijn bij het zitten

1.3.3. Zwak

1.3.4. Weinig eetlust

1.3.5. Verminderde kracht in extremiteiten

1.3.6. Toename hartslagfrequentie na kortdurende inspanning

1.3.7. Toename ademhalingsfrequentie na kortdurende inspanning.

1.3.8. Transpiratie tijdens inspanning.

1.3.9. Kreunen tijdens opstaan en tijdens verschuiven bij het zitten.

1.3.10. Aantal keer per dag rust op bed i.v.m. vermoeidheid en ongemak aan het zitvlak.

2. Diagnose

2.1. Os pubis fractuur links (os pubis ramus superior en ramus inferior links.) (29-12-2017)

2.2. PES 1: Beperkte inspanningstolerantie

2.2.1. P: Verminderde Inspanningstolerantie

2.2.2. E: Verminderde kracht in het lichaam en een verslechterde conditie door weinig inspanning en weinig eetlust.

2.2.3. S: Veel gebruik van de rolstoel, snel vermoeid, moeite met inspannen, weinig gebruik van de rollator, verstijfde spieren. Tijdens inspanning een toename in hartslag, ademhalingsfrequentie en transpiratie. Aantal keer per dag op bed rust zoeken.

2.3. PES 2: Ongemak tijdens het zitten

2.3.1. P: Ongemak tijdens het zitten

2.3.2. E: Pijn door os pubis fractuur

2.3.3. S: Mw geeft aan veel pijn te ervaren tijdens het zitten. Mw kreunt tijdens het verschuiven in de stoel. Mw gaat een aantal keer op een dag op bed, voor verlichting van het zitvlak.

3. Doel

3.1. Naar huis, ontslag 13-03-2018

3.2. PES 1:

3.2.1. Mw. haar conditie en kracht verbeterd in zes weken tijd.

3.3. PES 2:

3.3.1. Mw geeft binnen vier weken een NRS van onder de vier aan.

4. Acties en interventies

4.1. PES 1:

4.1.1. Mw. heeft een energie- en eiwit verrijkt dieet. Daarnaast 3x daags extra versterking (bij voorkeur melkproducten) en 1x daags Resource proteïne.

4.1.2. Mw. heeft fysiotherapie.

4.1.3. Mw. loopt onder begeleiding met de rollator.

4.1.4. Steeds vaker en langer de gang op en neer wandelen. Volgens een opbouwend schema.

4.1.5. Kijken of mevrouw naar het restaurant kan wandelen onder begeleiding.

4.1.6. Vrij uur bij fysio. Voor uitgebreidere oefeningen. (Zoals fietsen, lopen, traplopen, etc.)

4.1.7. Pols tellen voor en na de inspanning. (let hierbij op de frequentie, regelmaat en gelijkmatigheid. Bij abnormale waardes direct stoppen en rapporteren.)

4.1.8. Spier gewicht meten 1 keer in de week.

4.1.9. Voor, na en tijdens inspanning de ademhaling observeren.

4.2. PES 2:

4.2.1. Ivm moeilijk kunnen zitten een actieve rolstoel met roho kussen.

4.2.2. Mw. wandelt soms onder begeleiding met de rollator door de gangen, om de zere plek te ontlasten.

4.2.3. Mw. heeft morfinepleisters.

4.2.4. 2x per dag de gang op en neer wandelen.

4.2.5. Kijken of mw naar het restaurant kan wandelen onder begeleiding. (dan is mw eerst in beweging voordat ze gaat zitten.)

4.2.6. NRS (numerieke schaal voor pijn)

4.2.7. Herhaal afspraak bij de ergotherapeut, voor overleg voor eventuele interventies.

4.2.8. Mw. kan haar ongemak aangeven met een pijnscore van 1 tot 10, om te zien of er gedurende de tijd minder pijn optreed. Deze score wordt iedere dag bijgehouden tijdens de ochtendmetingen en bij het naar bed begeleiden.

5. Evaluatie

5.1. Instelling:

5.1.1. MDO

5.1.2. Familiegesprek

5.1.3. Rapportages

5.1.4. Artsencontroles

5.2. PES 1:

5.2.1. De metingen van de pols worden gerapporteerd en in een grafiek gezet.

5.2.2. De overige observaties of bijzonderheden worden gerapporteerd, zodat die ook vergeleken kunnen worden.

5.3. PES 2:

5.3.1. De observaties van de ademhaling worden gerapporteerd en met elkaar vergeleken.

5.3.2. De metingen van de spiermassa worden gerapporteerd en weergegeven in een grafiek.

5.3.3. De metingen van de pijnscore worden aan het einde van de dag gerapporteerd en aan na twee weken in een grafiek gezet. Om de vermindering van pijn in kaart te brengen.