Ruilen over de tijd (Klaar)

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Ruilen over de tijd (Klaar) Door Mind Map: Ruilen over de tijd (Klaar)

1. Intertemporele ruil

1.1. sparen/beleggen

1.1.1. koopkracht uitstellen naar de toekomst

1.1.2. extra opbrengst door rente

1.1.2.1. hoeveelheid rente afhankelijk van de markt

1.1.2.2. minder opbrengst door inflatie

1.1.3. extra risico, omdat je je ingelegde geld kwijt kan raken

1.2. lenen

1.2.1. koopkracht naar voren halen door te lenen

1.2.2. extra kosten door rente voor lenen geld

1.2.2.1. hoeveelheid rente afhankelijk van de markt

1.2.2.2. minder kosten doordat geld goedkoper wordt door inflatie

1.2.3. extra risico, omdat je problemen kan krijgen met het terugbetalen van geleend geld

1.2.4. vaak lenen noodzakelijk om te investeren in de toekomst

1.2.4.1. publiek kapitaal

1.2.4.1.1. verbeteringen door overheid, aan arbeidsomstandigheden

1.2.4.1.2. lenen door overheid is uitgestelde belastingheffing

1.2.4.2. privaat kapitaal

1.2.4.2.1. verbeteringen door bedrijven, aan productiviteit

1.3. grootheden

1.3.1. nominaal/reël

1.3.1.1. nominale grootheden

1.3.1.1.1. geldhoeveelheden in getallen

1.3.1.2. reële grootheden

1.3.1.2.1. geldhoeveelheden aangepast aan inflatie

1.3.2. voorraad/stroom

1.3.2.1. voorraadgrootheden

1.3.2.1.1. hoeveelheid geld op een plek

1.3.2.1.2. over langere periode

1.3.2.2. stroomgrootheden

1.3.2.2.1. hoeveelheid geld die van plek verandert

1.3.2.2.2. op één moment

2. Registratie intertemporele ruil

2.1. levensloop gezinnen

2.1.1. hypotheken

2.1.1.1. lenen om huis te kopen

2.1.2. pensioenen

2.1.2.1. kapitaalstelsel

2.1.2.1.1. geld wordt opgepot voor later gebruik

2.1.2.2. omslagstelsel

2.1.2.2.1. inkomen uit werkenden wordt direct gebruikt om gepensioneerden uit te betalen

2.1.2.3. waarde/welvaartvast

2.1.2.3.1. waardevast

2.1.2.3.2. welvaartsvast

2.1.3. intergenerationele ruil

2.1.3.1. welvaart wordt doorgegeven aan volgende generaties

2.1.3.1.1. bijv. kennis

2.1.3.2. ook negatieve uitkomsten worden doorgegeven

2.1.3.2.1. bijv. klimaatverandering

2.2. balans opstellen

2.2.1. geeft voorraadgrootheden op één moment weer

2.2.2. Kant 1:activa

2.2.2.1. vaste activa

2.2.2.1.1. kapitaalgoederen die meerdere productieprocessen meegaan

2.2.2.2. vlottende activa

2.2.2.2.1. kapitaalgoederen die één productieproces meegaan

2.2.3. Kant 2: passiva

2.2.3.1. geld in bedrijf

2.2.3.1.1. eigen vermogen

2.2.3.1.2. vreemd vermogen

2.3. resultatenrekening opstellen

2.3.1. geeft de stroomgrootheden in een periode weer

2.3.2. Kant 1: inkomsten

2.3.2.1. alle inkomens voor bedrijf

2.3.2.1.1. bijv. verkoop

2.3.3. Kant 2: uitgaven

2.3.3.1. alle uitgaven voor bedrijf

2.3.3.1.1. inkoop

2.3.3.1.2. afschrijvingen

2.3.3.1.3. bedrijfskosten