Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
ETHIEK Door Mind Map: ETHIEK

1. Het goede leven

1.1. Hoofdvraag: Wat maakt iemand tot een goed itt een slecht mens

1.2. Hannah Arendt (1906-1975)

1.2.1. 'banaliteit van het kwaad'

1.2.1.1. Het ontbreken van verantwoordelijkheidsgevoel door het alleen maar orders uitvoeren van anderen

1.2.1.2. Experiment van Stanley Milgram geeft aan dat mensen niet goed zouden handelen

1.2.1.2.1. Proefpersonen moeten stroomschokkenn toedienen aan mensen die ze niet kunnen zien

1.3. Moraal

1.3.1. Geheel van waarden en normen in een bepaalde cultuur

1.3.2. Morele regels worden als de belangrijkste regels geacht

1.3.2.1. Morele oordelen doen een beroep op je gevoel

1.4. Waarden, normen en feiten

1.4.1. Waarden

1.4.1.1. geven aan wat mensen belangrijk vinden

1.4.1.2. De kern van de moraal

1.4.1.2.1. Morele waarden

1.4.1.2.2. Niet-morele waarden

1.4.1.3. Positief geformuleerd

1.4.1.4. Intrinsieke waarden

1.4.1.4.1. op zichzelf waardevol

1.4.1.5. Instrumentele waarden

1.4.1.5.1. nodig om intrinsieke waarde te bereiken

1.4.2. Normen

1.4.2.1. Regels die uit waarden worden gevormd

1.4.2.2. Negatief geformuleerd

1.4.3. Feiten

1.4.3.1. Iets waarover niet te twisten valt

1.4.3.2. is/ought fallacy

1.4.3.2.1. De drogreden van zijn en behoren

1.4.3.2.2. Naturalistische drogreden

2. Het geluk, de plicht en de deugd

2.1. Hedonisme

2.1.1. Epicurus (342-271 v.C.)

2.1.1.1. datgene wat plezier oplevert is goed

2.1.1.2. datgene wat pijn en lijden oplevert is slecht

2.1.1.3. de deugd van ataraxia

2.1.1.3.1. een houding tegenover de buitenwereld van volkomen rust en zorgeloosheid

2.1.2. Tegenwoordig

2.1.2.1. een leven vol genot met zoveel mogelijk uitspattingen en overmatige consumptie

2.1.3. Utilitarisme

2.1.3.1. Het streven naar geluk

2.1.3.2. gevolgenethiek

2.1.3.2.1. Een handeling is goed als deze geluk opbrengt en slecht als die ellende veroorzaakt

2.2. Het utilitarisme

2.2.1. Wat moet ik doen?

2.2.2. Jeremy Bentham (1748-1832

2.2.2.1. Hedonistische calculus

2.2.2.1.1. 'Een handeling is goed als deze zoveel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen oplevert.'

2.2.2.1.2. verschil met hedonisme

2.2.2.1.3. Kritiek op de hedonistische calculus

2.3. De plichtethiek

2.3.1. Wat moet ik doen?

2.3.2. De morele plicht van waaruit een handeling wordt gedaan bepaalt of een handeling goed is of niet

2.3.3. Immanuel Kant (1724-1804)

2.3.3.1. De moraal bevindt zich in het verstand

2.3.3.2. Categorisch imperatief

2.3.3.2.1. Universele morele wet

2.3.3.2.2. Wordt niet van boven opgelegd, maar bevindt zich in ons

2.3.4. Kritiek op de plichtethiek

2.3.4.1. Het is te absoluut en houdt geen rekening met omstandigheden

2.3.4.2. Emoties lijken buitenspel gezet te worden, terwijl juist dat hetgeen is wat we als moreel opvatten

2.4. De deugdethiek

2.4.1. Hoe moet ik leven?

2.4.1.1. Het aanleren van een goede levenshouding ipv het formuleren en toepassen van regels

2.4.2. Aristoteles (384-324 v.C.)

2.4.2.1. Deugd = houding die ons in staat stelt om juist te handelen

2.4.2.2. De mens is een politiek dier

2.4.2.2.1. sociaal wezen dat zich alleen kan ontwikkelen met andere mensen om zich heen

2.4.2.3. Doel: eudaimonia

2.4.2.3.1. Talenten en mogelijkheden worden verwerkelijkt in het goede volmaakte leven

2.4.2.3.2. Teleologische visie

2.4.2.4. We moeten een middenweg zien te vinden tussen de reden en het genot

2.4.2.4.1. Onderscheid in verstand

2.4.2.4.2. De deugden moeten worden getraind

2.4.2.5. Het goede en het gelukkige leven vallen samen

2.4.2.5.1. Niet alleen de mensen om je heen, maar ook jijzelf wordt er gelukkiger van

2.4.3. Kritiek op de deugdethiek

2.4.3.1. Het is minder duidelijk dan de plicht- en gevolgenethiek

2.4.3.1.1. Er worden geen duidelijke regels geformuleerd

2.4.3.2. We leven nu in een andere samenleving dan Aristoteles deed

2.4.3.2.1. Maar: de deugdethiek moet ons juist helpen bij het samen kunnen leven met verschillende culturen

2.4.3.3. Het is te optimistisch, omdat niet iedereen streeft naar het zijn van een deugdelijk mens

2.4.3.3.1. Dit komt door onwetendheid

3. Waarden en rechten

3.1. Waar komen waarden vandaan?

3.1.1. Waarden liggen in de natuur

3.1.1.1. Aristoteles

3.1.1.1.1. deugden liggen in de natuurlijke capaciteiten

3.1.1.2. Kant

3.1.1.2.1. menselijke redelijkheid is een voorwaarde voor moraal handelen

3.1.1.2.2. de natuur zelf is onredelijk

3.1.1.3. Nietzsche

3.1.1.3.1. de natuur is niet goed of slecht

3.1.1.3.2. deugden maken ons tam en zwak

3.1.1.3.3. De Wil tot Macht is hetgeen wat ons goed en krachtig maakt

3.1.2. E.O. Wilson

3.1.2.1. Sociobiologische opvatting

3.1.2.1.1. Menselijke gedrag is genetisch bepaald en is gebaseerd op het recht van de sterksten (natuurlijke selectie)

3.1.3. Frans de Waal

3.1.3.1. Moraal is een biologische eigenschap van de mens

3.1.3.2. Bij sommige dieren is de moraal ook aanwezig

3.1.4. Volgens sommigen: De moraal is iets typisch menselijks, een onderdeel van de cultuur

3.1.4.1. De natuur is amoreel

3.1.4.1.1. Het gedrag van een dier is gebaseerd op instinct en overleven en niet op morele aanleg

3.2. Zijn waarden universeel?

3.2.1. Universele waarden: waarden die mensen in elke plaats, tijd en cultuur belangrijk vinden

3.2.1.1. De waarde kan hetzelfde zijn, maar de norm kan verschillen

3.2.2. Etnocentrisme

3.2.2.1. Het beoordelen van andere culturen gebaseerd op de eigen cultuur

3.2.3. Cultuurrelativisme

3.2.3.1. Het is niet mogelijk om een andere cultuur objectief te beoordelen

3.2.3.1.1. Etnocentrisme is onvermijdelijk

3.2.3.1.2. Je mag je niet bemoeien met of ingrijpen op andere culturen

3.2.4. Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is niet universeel, omdat het uitgaat van westerse opvattingen

3.2.4.1. Universalisme

3.2.4.1.1. algemene geldigheid

3.3. Hebben alleen mensen rechten?

3.3.1. Morele problemen worden vaak geformuleerd in rechten

3.3.1.1. Rechten zijn meestal gefundeerd op waarden

3.3.2. Voorbeeld: abortus

3.3.2.1. Recht op

3.3.2.1.1. Autonomie

3.3.2.1.2. Leven

3.3.3. Peter Singer (1946)

3.3.3.1. Dieren zouden rechten moeten hebben

3.3.3.1.1. Als iets kan lijden, moeten wij daar rekening mee houden

3.3.3.2. Speciesisme

3.3.3.2.1. discriminatie op basis van soort

3.3.3.3. Het opheffen van het discrimineren van dieren is de volgende stap in de ontwikkeling van de mens

3.3.4. Als autonomie en redelijkheid de belangrijkste waarden zouden zijn, is het logisch dat alleen mensen rechten hebben

3.3.4.1. Het toekennen van rechten aan de natuur wijst op een andere plaats van de mens binnen de natuur

3.3.4.1.1. Mileufilosofie

4. Individualisme

4.1. In alle drie de hoofdstromingen van de ethiek staat het individu centraal

4.1.1. Deugdethiek: persoonlijke ontwikkeling en ontplooiing talenten van het individu

4.1.2. Plichtethiek: de autonomie van het individu, kan alleen een moreel handelend persoon zijn als het zichzelf bestuurd

4.1.3. Utilitarisme: handelend individu als uitgangspunt, dat moet gaan zien dat het zijn eigen geluk zou moeten opofferen voor het algemeen belang

4.2. In bijvoorbeeld de Japanse cultuur is het individu veel minder belangrijke dan in onze cultuur

4.2.1. De centrale positie van het individu is niet vanzelfsprekend

4.3. Wees meester en vormgever van jezelf

4.3.1. De Verlichting is een belangrijke ontwikkeling geweest van waarden als individualiteit, vrijheid en zelfontplooiing

4.3.1.1. Nadruk op rede ipv geloof

4.3.2. Nietzsche

4.3.2.1. 'Wees meester en vormgever van jezelf'

4.3.2.1.1. jezelf tegenover de maatschappij zetten en afwijken van de slavenmoraal

4.4. De malaise van de moderniteit

4.4.1. Volgens sommigen is het individualisme te ver doorgeslagen en zou het alleen nog maar gaan over zelf gelukkig worden, ten koste van anderen

4.4.2. Charles Taylor (1931)

4.4.2.1. Het individualisme heeft het moderne idee van authenticiteit (echtheid, eerlijkheid, jezelf zijn) verkeerd opgevat

4.4.2.1.1. Egocentrisme en relativisme door het niet hebben van gemeenschappelijk geldende waarden

4.4.2.2. Sociale verbanden zijn van essentieel belang voor de ontwikkeling van het individu

4.4.2.3. Vroeger lagen waarden buiten onszelf (religie), maar tegenwoordig moeten we ze in onszelf zien te vinden

4.4.2.4. We bevinden ons in een morele crisis

4.4.2.4.1. We beseffen ons niet dat we de samenleving nodig hebben om te kunnen bepalen wat wel en niet waardevol is

4.4.3. Een morele crisis?

4.4.3.1. Volgens veel media bevinden we ons inderdaad in een morele crisis

4.4.3.2. Een diversiteit aan meningen zorgt ook juist voor nieuwe ontwikkelingen

5. 'In je kwestbaarheid ervaar je het goede'

6. De biologische moraal