BOSKLAS 2018

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
BOSKLAS 2018 Door Mind Map: BOSKLAS 2018

1. in Middeleeuwen gebruikt als kerker

2. OPEENVOLGING VAN ZALEN (HOLLE RUIMTES)

2.1. ontstaat door de CORROSIE van het water wanneer de grot onder water staat

3. EROSIE = MECHANISCH VERSCHIJNSEL waarbij de rots door de wrijving van het water afslijt

4. overleven

4.1. WATER (grond) + KOOLSTOFDIOXIDE (lucht) + ZONLICHT

4.1.1. bladgroenkorrels in de bladeren worden omgezet tot suikers voor alle delen van de plant

4.1.2. afval van de plant = ZUURSTOF

4.1.2.1. bladeren zuiveren dus onze lucht

4.1.3. vruchten, hout, papier

5. = een soort zwamvlok die zich voedt met levend materiaal

6. IMPLUVIUMZONE = zone waar het meeste water de grond insijpelt --> BESCHERMINGSGEBIED om verontreiniging tegen te gaan

6.1. Impluviumgebied van SPA > 13.000 ha (meer dan 26000 voetbalvelden)

7. VENEN & HOGE VENEN

7.1. Inleiding:

7.1.1. VENEN = FAGNES : uitgestrekte heidevelden

7.1.2. Hoge Venen : 550m boven de zeespiegel en meer

7.1.3. landschappen

7.2. De VENEN = groot waterreservoir

7.2.1. VEENMOS : dikke veenlaag - elastisch effect

7.2.1.1. geen wortels

7.2.1.2. groeit naar het licht

7.2.1.3. onderste delen sterven af & worden samengedrukt tot TURF = plantaardig afval

7.2.2. STUWMEREN

7.2.2.1. voor drinkwatervoorziening

7.2.2.2. vroeger voor de textielindustrie

7.2.3. NATUURRESERVAAT: alles is wettelijk beschermd

7.2.4. NATUURPARK :reservaat is een deel van het 'Natuurpark Hoge Venen -Eifel'

7.2.4.1. FLORA (planten) & FAUNA (dieren) worden beschermd

7.3. Werken in & aan de venen --> het landschap verandert een beetje

7.3.1. TURF STEKEN

7.3.1.1. voor brandstof

7.3.1.2. stalstrooisel

7.3.1.3. natuurlijke meststof

7.3.2. KREUPELHOUT RUIMEN

7.3.3. MAAIEN VD HEIDEPLANTEN

7.3.4. SPARREN PLANTEN

7.4. SCHAPEN EN RUNDEREN WEIDEN

8. WATER

8.1. KRAANTJESWATER

8.1.1. behandeld water uit ondergrondse bekken (chloor toegevoegd)

8.2. NATUURLIJK MINERAALWATER

8.2.1. gebotteld aan de bron

8.2.2. heeft geen behandeling nodig (natuurlijke zuiverheid)

8.3. BRONWATER

8.3.1. aan de bron drinkbaar

8.3.2. heeft geen behandeling nodig

9. BRONNEN IN BELGIË

9.1. BRON VAN GÉRONSTÈRE

9.1.1. rijk aan zwavel

9.1.2. goed tegen aandoeningen aan luchtwegen

9.2. BRON VAN SPA (natuurlijke filter= veenmos en turflagen)

9.2.1. SPA REINE

9.2.1.1. mineraalwater

9.2.1.2. 2 tot 3 jaar gefilterd

9.2.1.3. laag natriumgehalte (zoutloos)

9.2.2. SPA BARISART

9.2.2.1. intens bruisend

9.2.2.2. laag gemineraliseerd

9.2.2.3. 3 tot 5 jaar gefilterd

9.2.2.4. koolzuur toegevoegd bij het bottelen

9.2.3. SPA MARIE HENRIETTE

9.2.3.1. licht bruisend zonder toevoeging van koolzuur

9.2.3.2. tot 50 jaar gefilterd

9.2.3.3. bruisend door in contact te komen met carbonaat houdende rotsen

10. GROT VAN COMBLAIN-AU-PONT (door water geboetseerd in kalksteen)

10.1. NATUURLIJKE INGANG of ABÎME

10.1.1. 22 meter diep

10.1.2. de plaats waar een riviertje binnenstroomt en een ONDERGRONDSE KLOOF vormt

10.1.2.1. CORROSIE = CHEMISCH VERSCHIJNSEL waarbij kalksteen wordt opgelost door zuur water

10.1.3. gevormd door

10.1.3.1. WRIJVING

10.1.3.2. AFSLIJTING

10.2. KUNSTMATIGE INGANG

10.2.1. door de mens gemaakt om makkelijk naar binnen te gaan

10.3. AANSLAGEN = eigenaardige vormen gemaakt door het Calciumcarbonaat dat kristallen vormt

10.3.1. TYPES

10.3.1.1. 4. STALAGMIET

10.3.1.1.1. van beneden naar boven

10.3.1.1.2. groeit trager maar breder

10.3.1.2. 3. STALAGMIETENBODEM

10.3.1.3. 2. STALACTIET

10.3.1.3.1. hangt van boven naar beneden

10.3.1.4. DRAPERIE

10.3.1.4.1. afzetting langs de wand van de rots

10.3.1.4.2. fijne stalactieten (pijpjes)

10.3.1.5. 5. ZUIL

10.3.1.5.1. versmelting van een stalactiet en stalagtiet

10.3.1.6. 1. MACARONI

10.3.1.7. WATERBEKKEN

11. BOMEN & STRUIKEN

11.1. BOOM

11.1.1. 1 houtachtige stengel

11.1.2. houtachtige takken met bladeren groeien aan de stengel

11.2. STRUIK

11.2.1. verschillende houtachtige stengels die op de grond vertakken

11.3. verliezen hun bladeren in de herfst

12. PADDESTOELEN & KORSTMOS

12.1. PADDENSTOELEN

12.1.1. = vruchtlichaam van de zwamvlok

12.1.1.1. zwamvlok voedt zich met doodmateriaal (TURF)

12.1.1.2. zwamvlok zelf zit onder de grond en bestaat uit massa zwamdraden

12.1.2. voortplanting door sporen (uitzondering Stinkzwam die gebruikt zijn stank)

12.1.3. vb : zwavelkopjes, tonderzwam, stinkzwam

12.2. KORSTMOS is GEEN MOS

12.2.1. SYMBIOSE = samenwerking tussen zwam en wier

12.2.1.1. met elkaar vergroeid en helpen elkaar om te overleven

12.2.1.2. groeit langs de kant van een boom waar het meeste regen valt (westen)

12.3. PARASIET

13. DEN OF SPAR

13.1. SPAR

13.1.1. korte naalden

13.1.2. afzonderlijke naalden

13.1.3. een KERSTBOOM

13.2. DEN

13.2.1. lange naalden

13.2.2. naalden staan per twee

13.3. LORK

13.3.1. naalden groeien in bundeltjes

13.3.2. enige naaldboom die zijn naalden verliest in de herfst