Hoe bereidt men de jongere uit bijzondere jeugdzorg voor op de uitstroming?

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Hoe bereidt men de jongere uit bijzondere jeugdzorg voor op de uitstroming? Door Mind Map: Hoe bereidt men de jongere uit bijzondere jeugdzorg voor op de uitstroming?

1. Voorzieningen

1.1. CAW

1.1.1. Jongeren leren kennen via bijzondere jeugdzorg

1.1.2. Band opbouwen

1.1.3. Vraag gericht werken

1.1.4. Voorstellen doen

1.1.5. Jongeren nog altijd vrij om te kiezen

1.2. Kind en gezin

1.2.1. Helpen met thuissituaties

1.2.2. Helpen bij opvoeding

1.3. CGG

1.3.1. Individuele begeleiding

1.3.2. Begeleiding met ouders

1.4. Contextbegeleiding

1.4.1. Thuis begeleiding

1.5. Dagcentrum

1.6. OCMW

1.6.1. Budgetbeheer

1.6.2. Budgetbegeleiding

1.7. Agentschap jongerenwelzijn

1.7.1. Zorgen voor het onderwijs

2. Omgeving

2.1. Ouders

2.1.1. Begripvol

2.1.2. Openstaan

2.1.3. Hulp aanvaarden

2.1.4. Technieken toepassen

2.1.5. Overal bij betrokken

2.1.6. Mogelijk niet betrokken vanaf 18

2.2. Begeleiding

2.2.1. Contextbegeleiding

2.2.1.1. Wekelijks bij de ouders langs gaat

2.2.2. Voor ouders en kinderen

2.2.3. Zorgcoördinator

2.2.4. IB

2.2.4.1. individuele begeleiders

2.2.4.2. pubers

2.2.4.3. individuele gesprekken

2.2.4.4. Uit angst voor ouders

3. Werking

3.1. 1. Verblijf

3.2. 2. Dagbesteding

3.3. 3. Contextbegeleiding

3.4. 4. Helemaal naar huis

4. Jongeren

4.1. Slechte thuissituatie

4.1.1. Slechte aanhechting met moeder

4.2. Gevolg

4.2.1. Gedragsprobleem

4.2.1.1. Zelfmoordneigingen

4.2.1.2. Automutilatie

4.2.1.3. Agressie

4.2.1.4. Apathie

4.2.1.5. Laag zelfbeeld

4.2.2. Druk

4.2.2.1. Naar toekomst toe

4.2.2.2. Veel hoger bij hen

4.2.3. Isolatie

4.2.3.1. Geen stabiele relaties

4.2.3.2. Beperkt sociaal contact

4.3. Complexe overgang naar volwassenheid

4.4. Onderschatting na begeleiding

4.4.1. Voorafgaande problemen nog aanwezig

4.4.2. Emotioneel kan doorwegen

4.5. Continuïteit is belangrijk

5. Kinderrechten

5.1. 6de staatshervorming

5.1.1. jeugddelinquentie

5.2. Prangende vragen

5.3. Dialoog

5.3.1. Agentschap jongerenwelzijn

5.4. Kinderrechten voorop

5.5. Kinderrechtenperspectief

5.5.1. Evenwicht tussen kwetsbaarheid & verantwoordelijkheid

5.5.2. Kinderen spelen zelf actieve rol

5.6. Juridisch bekeken

5.6.1. Brede waaier aan instrumenten

5.6.2. Instrumenten zijn bindend in België

5.6.3. Internationale en Europese instanties niet-bindend

5.7. Maatschappelijke betekenis

5.7.1. Uitnodigen om gedrag aan te passen

5.7.2. Startpunt voor dialoog

5.7.3. Nodigt kind uit om te disscusiëren

5.8. Kritische reflecite

5.8.1. Reflecteren over situaties

5.9. Alle tijden respecteren

5.10. Preventie & heropvoeding

5.10.1. Stimulerende omgeving

5.10.1.1. Overheid moet kijken of ouders dit wel doen

5.10.2. Kans krijgen voor opbouwende rol

5.11. Vlaamse jeugdrechter

5.11.1. Geldt voor alle kinderen

5.11.2. Staat los van de strafrecht

5.11.2.1. Verschil: extra waarborg

5.12. Omvattend jeugdrecht

5.12.1. 2 afhandelingswegen

5.12.1.1. Gerechtelijk

5.12.1.2. Buiten gerechtelijk

5.12.2. Kinderrechten blijven van toepassing

5.13. Buiten gerechtelijke als het kan

5.13.1. Vermijd stigmatisering

5.13.2. Minderen kosten voor maatschappij

5.13.3. Altijd overwogen worden

5.14. Gerechtelijk enkel als het moet

5.14.1. 2 processen

5.14.1.1. Niet vrijheidsberovend

5.14.1.1.1. Begeleiding thuis

5.14.1.1.2. Het meeste toegepast

5.14.1.1.3. Het meeste toegepast

5.14.1.2. Vrijheidberovend

5.14.1.2.1. Enkel in uiterste nood

5.15. Gedeeltelijk uit huis plaatsing

5.15.1. Opvoedingshuizen

5.15.2. Dagcentra

5.15.3. Succesvolle integratie in de samenleving

5.15.4. Instelling dicht bij huis

5.15.4.1. Isolatie niet toegestaan

6. Rehabilitatie

6.1. Soort techniek

6.2. Doel

6.2.1. Functionering in dagelijks leven verbeteren

6.2.2. Herintegratie

6.2.2.1. Herstelgericht

6.2.2.2. Participatie

6.2.2.3. Empowerment

6.2.3. Verschillende vlakken stimuleren

7. Peilers zorg

7.1. Integratie gericht

7.2. Zelfbeschikking

7.3. Competenties

7.4. Sociale relaties

8. Intersectorale toegangspoort

8.1. Rechtstreekse toegankelijke jeugdhulp

8.1.1. CLB

8.1.2. Begeleiders op school

8.1.3. Huisdokter

8.1.4. Toegangspoort naar niet rechtstreekste toegankelijke hulp

8.2. Niet rechtstreekse toegankelijke jeugdhulp

8.2.1. Effectieve intersectorale toeganspoort

8.2.2. 2 verschillende processen

8.2.2.1. Wanneer de ouders akkoord gaan

8.2.2.2. Niet akkoord: parket

8.2.3. Door dit proces bij NRTH

9. Participatieniveaus

9.1. Niveau 1

9.1.1. Informeren

9.2. Niveau 2

9.2.1. Consulteren

9.3. Niveau 3

9.3.1. Overleggen

9.4. Niveau 4

9.4.1. Adviseren

9.5. Niveau 5

9.5.1. Meebeslissen

10. Stadia

10.1. 1. Openingen

10.2. 2. Kansen

10.3. 3. Verplichtingen

11. Jeugdhulp

11.1. Willen dat naar hen geluisterd wordt

11.1.1. Nu te weinig

11.2. Verhaal keer op keer doen

11.2.1. Geplaatst in acrchief

11.3. Wachtrij

11.4. Vraag stijging

11.5. Pleegzorg stijgt