Serotonine & Depressie

Verband tussen serotonine en depressie

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Serotonine & Depressie Door Mind Map: Serotonine & Depressie

1. Cacao

1.1. Magnesium

1.1.1. Rijkste bekende bron

1.1.2. Overdracht zenuwprikkels

1.1.3. Opbouw en ontspannen van spieren

1.1.4. Energiestofwisseling

1.1.5. Vermindert lichamelijke stress

1.1.5.1. positief voor het humeur

1.1.6. Maakt opname vitamine B1 en B6 mogelijk

1.1.7. Houdt je geest scherp

1.2. Fosfor

1.2.1. Bestanddeel van elke levende cel

1.2.2. Biochemische processen

1.2.3. Beendervorming (samen met Calcium)

1.3. Kalium + Natrium)

1.3.1. Vochtbalans regelen

1.3.2. Spieren samentrekken

1.3.3. Prikkels doorgeven naar zenuwen

1.4. Ijzer

1.4.1. Energieproductie

1.4.2. Aanmaak van Hemoglobine

1.4.3. Goede weerstand

1.4.4. Uithoudingsvermogen

1.5. Werking zenuwstelstel

1.6. Zink

1.6.1. Gezichtsvermogen (netvlies)

1.6.2. Concentratie en geheugen

1.6.3. voedingsstof nagels, haar en huid

1.6.4. Vruchtbaarheid

1.6.5. Immuunsysteem

1.7. Antioxidanten

1.7.1. Rijkste bekende bron

1.7.2. Remmend en vernietigend effect op ziekten

1.7.3. Geeft boost aan immuun systeem

1.8. Vit. B1 (Thiamine)

1.8.1. Werking hartspier

1.8.2. Energievoorziening

1.9. Vezels

1.9.1. Goede darmwerking

1.10. Tryptofaan (aminozuur)

1.10.1. Aanmaak serotonine en melatonine

1.10.1.1. Positief voor humeur en slaap

2. Banaan

2.1. Kalium

2.1.1. 16% ADH

2.1.2. Overdracht zenuwprikkels

2.1.3. Aanmaak lichaamseiwitten

2.1.4. Instandhouding hartslag

2.1.5. Bloeddruk regulering

2.1.6. Interne vochthuishouding

2.1.7. Goede spierwerking

2.2. Magnesium

2.2.1. 14% ADH

2.2.2. Opbouw en ontspannen van spieren

2.2.3. Energiestofwisseling

2.2.4. Overdracht zenuwprikkels

2.2.5. Vermindert lichamelijke stress

2.2.5.1. Positief voor humeur

2.2.6. Maakt opname vitamine B1 en B6 mogelijk

2.2.7. Houdt je geest scherp

2.3. Mangaan

2.3.1. 1/3 ADH

2.3.2. Energiestofwisseling

2.3.3. Sterke botten

2.4. Vezels

2.4.1. Goede darmwerking

2.5. Zetmeel

2.5.1. Levert energie (koolhydraten)

2.5.2. Omzetting naar suiker naarmate de banaan rijpt

2.6. Tryptofaan (aminozuur)

2.6.1. aanmaak van serotonine en melatonine

2.6.1.1. Positief voor humeur en slaap

3. Soorten Depressie

3.1. Unipolaire/'Gewone' Depressie

3.1.1. Lange tijd somber/neerslachtig zijn

3.1.1.1. Licht

3.1.1.1.1. Meeste dagelijkse activiteiten lukken nog

3.1.1.2. Zwaar

3.1.1.2.1. Grote invloed op dagelijks leven

3.1.1.3. Chronisch

3.1.1.3.1. Langer dan 2 jaar

3.1.1.3.2. Afwisseling tussen zware en iets betere periodes

3.2. Bipolaire/manische Depressie

3.2.1. Extreem blije en energieke periodes afgewisseld met periodes van extreme somberheid

3.3. Dysthyme Stoornis

3.3.1. Mildere symptomen dan gewone depressie

3.3.2. Minstens 2 jaar een (lichte) depressieve stemming

3.4. Psychotische Depressie

3.4.1. Naast depressieve gevoelens zijn er ook waangedachten of hallucinaties

3.5. Seizoensgebonden Depressie

3.5.1. Meest voorkomend: winterdepressie

3.5.1.1. Somber, neerslachtig zijn

3.5.1.2. Vermoeid zijn en veel slapen

3.5.1.3. Zich terugtrekken

3.5.1.4. Prikkelbaar zijn

3.5.1.5. Veel eten met gewichtstoename als gevolg

3.5.2. Biologische klok verstoord: hormoon melatonine speelt een rol

3.5.3. Kan ook in najaar of voorjaar

3.6. Postpartum Depressie

3.6.1. Treedt op na de bevalling

3.6.2. Extreem prikkelbaar en neerslachtig

4. Serotonine-tekort

4.1. Oorzaken

4.1.1. Lage productie van serotonine in hersencellen (kan genetisch zijn)

4.1.2. Problemen tussen neurotransmitter serotonine en receptoren (genetisch)

4.1.3. Te weinig tryptofaan in voedingspatroon

4.1.4. Chronisch slaaptekort

4.1.5. Te weinig lichaamsbeweging

4.1.6. Overmatig gebruik van alcohol, cafeïne of kunstmatige zoetmiddelen

4.1.7. Diabetes

4.1.8. Chronische stress

4.1.9. Gebrek aan zonlicht (Vitamine D)

4.2. Symptomen

4.2.1. Rusteloos, piekeren, snel kwaad

4.2.2. Spierkrampen en overgevoeligheid

4.2.3. Zin in (snelle) koolhydraten en alcohol

4.2.4. Eetbuiten, met gewichtstoename als gevolg

4.2.5. Verteringsproblemen en constipatie

4.2.6. Laag zelfbeeld

4.2.7. Veranderingen in het libido

4.2.8. Slapeloosheid, chronische vermoeidheid

4.2.9. Last van migraine

4.2.10. Verminderde cognitieve functies

4.2.11. Angst

4.3. Gevolgen

4.3.1. Symptomen van een serotonine-tekort kunnen leiden tot depressieve gevoelens of somberheid

4.3.1.1. Risico op depressie

4.3.2. Probleem tijdig opmerken en serotonine terug op peil krijgen

5. Serotonine

5.1. Neurotransmitter

5.1.1. "gelukshormoon"

5.1.2. Kalmerende werking

5.1.3. Lichaam zet het aminozuur tryptofaan om in serotonine

5.1.3.1. 95% aangemaakt in de darmen

5.1.3.2. 5% aangemaakt in de hersenen

5.1.3.3. Tryptofaan halen we uit voeding

5.1.4. Mannen produceren 2 keer meer serotonine dan vrouwen

5.1.4.1. Vrouwen hebben meer kans op een tekort

5.2. Betrokken bij:

5.2.1. gemoedstoestand

5.2.2. sociale gedrag

5.2.3. libido

5.2.4. slaappatroon

5.2.5. leervermogen

5.2.6. geheugen