Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Kringgesprek Door Mind Map: Kringgesprek

1. Kenmerken

1.1. gemeenschappelijke ervaring

1.2. Kaatspatroon

1.2.1. Geen 1 1 relatie

1.2.2. Kleuters op elkaar laten reageren

1.2.3. Gespreksleider

1.3. In kring

1.3.1. Gezellig samen zijn

1.4. Gelijkwaardigheid

1.5. Belevenissen en gevoel

1.6. Onderwerp

1.6.1. Vanuit echte interesse

1.6.2. Betrokkenheid

1.6.3. Staat niet los van de dag

1.7. Actieve taalstimulering

2. Vaardigheden

2.1. Vraagstelling

2.1.1. Ja/ nee vragen

2.1.2. Geen waarom vragen

2.2. Aanvaarding

2.2.1. je mag niet zeggen "dat mag toch niet"

2.3. Inleving

2.4. Visuele ondersteuning

2.5. Expressie, inleving

2.5.1. Verbaal

2.5.2. Non- verbaal

2.6. Flexibiliteit

2.7. Evaringsgerichtestroom

2.8. Actieve luisterhouding

2.9. Ingaan op wat kinderen zeggen

2.9.1. Bevestigen

2.9.2. Herhalen

2.9.3. Samenvatten

2.9.4. Essentie verwoorden

2.9.5. Doorvragen en concretiseren

3. Soorten

3.1. Open gesprek

3.1.1. Open

3.1.2. Eigen leefwereld

3.1.3. Wat houdt kinderen bezig?

3.1.4. Ideeën

3.1.4.1. Materiaalaanbod

3.1.4.2. Mogelijke thema's

3.2. Thematisch kringgesprek

3.2.1. Inhoud verdiepen

3.2.2. Ervaringen/ belevingen delen

3.2.3. Kennis

3.2.4. Opvattingen

3.2.5. Gevoelens

3.2.6. Ervaringen en belevingen

3.2.7. Redeneren

3.3. Planningsgesprek

3.3.1. Aanvang van thema

3.3.2. Aanvang werkje, uitstap, ...

3.4. Terugblikgesprek

3.4.1. Wat hebben kleuters gedaan?

3.4.2. Terug naar planningsgesprek

4. Tips

4.1. Wie is er aan het woord?

4.1.1. Cirkel rondgaan en iets doorgeven

4.1.1.1. MAG NIET

4.2. Afspraken

4.2.1. We luisteren naar elkaar

4.2.2. Duidelijk spreken

4.2.3. Elkaar laten uitpraten

4.2.4. Niet onderbreken

4.3. Betrokkenheid verhogen

4.3.1. doe momentje

4.3.2. liedje

5. Organisatie

5.1. Kleine of grote groep

5.2. 20 minuten

5.3. In kring

5.4. Luisterhouding

5.5. Afwisseling

5.6. Beweginsspelletjes

5.7. Wie zit waar?

6. Wat is een kringgesprek?

6.1. Gespreksvorm

6.2. Leren communiceren

6.3. Gelijkwaardige gesprekspartner

6.4. Boeiende, leerrijke ervaring

6.5. Belevings- en ervaringswereld

7. Doelen/ waarom

7.1. Verschillende info

7.1.1. Beleving en ervaring

7.2. Emotionele

7.2.1. Aanvaard voelen

7.2.2. Zelfvertrouwen

7.2.3. Spreekdurf

7.3. Taal

7.3.1. Rijke woordenschat

7.3.2. Duidelijk en verstaanbaar uitdrukken

7.4. Cognitief

7.4.1. Kennis opdoen

7.4.2. Geen exploratie

7.4.3. Geen taal

7.4.4. Geen ...

7.5. Sociaal

7.5.1. Verbondenheid

7.5.2. Inleven in anderen

7.5.3. Leren communiceren

7.5.3.1. Conflict oplossen

7.5.3.2. Gespreksregels

7.6. Zelfsturing

7.6.1. Vooruitblikken

7.6.2. Terugblikken

8. Inspratie

8.1. Wat als?

8.2. Ander gebruik van iets

8.3. Overeenkomst

8.4. Plaatjes verbinden

8.5. Hoe zonder?

9. Voorbereiden

9.1. Inhoudelijke impulsen

9.1.1. Vragen stellen

9.1.1.1. Open vragen

9.1.1.2. Gesloten vragen

9.1.1.3. Bijvragen

9.1.1.4. Enkelvoudige vragen

9.1.2. Feedback geven

9.1.3. Verbindende/ vergelijkende impulsen

9.1.3.1. Natuurlijke overgang thema's

9.1.3.2. Ervaringen vergelijken

9.1.4. Gesprekstechnische impulsen

9.2. Schriftelijke voorbereiding

9.2.1. In morgenritueel

9.2.2. Begeleide activiteit