Sociaal onderzoek

Sociaalonderzoek BNB

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Sociaal onderzoek Door Mind Map: Sociaal onderzoek

1. Type onderzoeksvragen

1.1. Correlatie = Verklarend

1.1.1. Wat is de invloed van 'var 1' op 'var 2'

1.2. T-Toets = Vergelijkend

1.2.1. Scoort 'var 1a' anders op 'var 2' dan 'var 1b'

1.3. Variabelen en meetniveaus

1.3.1. Nominaal meetniveau

1.3.1.1. "Waarde-loze" categorieën; je bent het 1 of het ander. Bijv. Aardbeien ijs en vanille ijs

1.3.2. Ordinaal meetniveau

1.3.2.1. Te ordenen categoriën; je bent hoger of lager. Bijv. Goud of Zilver

1.3.3. Interval meetniveau

1.3.3.1. Te ordenen getallen; je scoort 20 punten meer dan de ander.

1.3.4. Ratio meetniveau

1.3.4.1. Absolute getallen; je bent 2 keer zo lang als de ander.

2. Type onderzoek

2.1. Causaal verband aan tonen; de een veroorzaakt het ander. Bijv. Zicht op natuur (X-as) -> concentratie vermogen (Y-as)

2.1.1. Afhankelijke variabele

2.1.1.1. Wordt beïnvloed door de onafhankelijk variabele; staat op de Y-as

2.1.1.2. Onafhankelijke variabele; kenmerk dat invloed uitoefent op het onderwerp; staat op de X-as

2.1.2. Spurius/vals verband. Bijv. Alcoholgebruik -> agressief gedrag; Ijsverkoop -> doden door verdinking

2.1.2.1. Covariabele

2.1.2.1.1. Kenmerk dat naast de afhankelijk variabele ook invloed heeft op de onafhankelijke variabele

2.2. Gegevensverzamelen

2.2.1. Indirecte meting

2.2.1.1. Resultaat van menselijkgedrag: Bijv. Olifantenpad, Afval, Bezoekersaantallen

2.2.2. Direct meting

2.2.2.1. Vragen naar emoties, mening, gedrag; observeren gedrag

3. Vragenlijst

3.1. Waarom een vragenlijst?

3.1.1. Vergaren van vergelijkbare informatie

3.1.2. Grote doelgroep bereikbaar

3.1.3. Gestandaardiseerde en gesloten vragen

3.1.4. Kosteneffectief

3.2. Wat is een vragenlijst?

3.2.1. Schriftelijk middel, kwantitatieve onderzoekstechnieken om karakteristieken van een grote groep mensen te onderzoeken.

3.2.2. Motieven, gevoelens, behoeftes, opinies, houdingen, verwachtingen, voornemens, gedrag(sweergave) kunnen allemaal onderzocht worden dmv van een vragenlijst.

3.3. Ontwikkeling vragenlijst

3.3.1. Vragen maken

3.3.2. Antwoorden bepalen

3.3.3. Vormgeven aan de enquête

3.3.4. Distributie & respons

3.3.5. Procedure

4. Onderdelen vragenlijst

4.1. Introductie: doel van het onderzoek, toelichting vragenlijst

4.2. Vragen: controle steekproef, inhoudelijke vragen, demografische informatie

4.2.1. Demografische gegevens: Hoe oud bent u, wat is uw hoogst voltooide opleiding, Wat is uw geslacht? LET OP! Vraag niet naar dingen die u toch niet gaat gebruiken.

4.3. Afsluiting: dank, terugkoppeling/contactgegevens, ruimte voor feedback oid

4.4. Meetfouten voorkomen

4.4.1. Standaardisatie: definiëren van betekenisvolle scores zodat proefpersonen kunnen worden vergeleken.

4.4.2. Geen incompletevragen: Hoe vaak heb je afgelopen week gesport? (Wat telt als gesport?)

4.4.3. Sturende vragen: Hoe belangrijk vind je het dat natuur wordt beschermd zodat toekomstige generaties gezond kunnen leven. (Hier is maar 1 goed moraal antwoord op mogelijk, daarnaast wordt er al gezegd dat het belangrijk is etc.)

4.5. Constructformat?

4.5.1. Life Satisfaction index / Nature Connectedness Scale (heel erg-erg-een beetje- niet- helemaal niet) / Strongely disagree, Disagree, Neutral, Agree, Strongly Agree

4.6. Vraagvolgorde

4.6.1. Vragen van makkelijk, naar moeilijk, naar makkelijk van begin tot eind.

4.7. Antwoordopties

4.7.1. Catergorien

4.7.2. Stellingen

4.7.3. Verantwoording van antwoordmogelijkheden (nooit - nooit), (soms - gemiddeld 1-3 van de 10 keer) etc.

4.7.4. Doelgroepgerichte antwoordmogelijkheden

4.8. Vormgeving vragenlijst

4.8.1. Duidelijkheid

4.8.1.1. Wat moet iemand precies doen

4.8.2. Verzorging

4.8.2.1. Opmaak van vragenlijst is essentieel

5. Grootte steekproef

5.1. Dit is afhankelijk van, de methode steekproefbepaling en de grootte van de populatie

5.1.1. Twee methodes

5.1.1.1. Representatief steekproef

5.1.1.1.1. Aan de hand van een statistische analyse uitspraak doen over de hele populatie

5.1.1.2. Niet-toevallige steekproef

5.1.1.2.1. Geen generalisatie aan de hand van een analyse/ populaties kleiner dan 50, populaties kleiner dan 50 volledig onderzoeken

6. Distributie en respons vragenlijst

6.1. Online / email

6.1.1. Digitaal, geautomatiseerd en onpersoonlijk

6.2. Face-to-face

6.2.1. Tijdrovend

6.2.2. Handmatig invoeren

6.2.3. Kan antwoorden controleren

6.2.4. Locatie vs doelgroep

6.2.5. Tijdstip vs doelgroep

6.3. Respons verhogen door

6.3.1. Lengte van de vragenlijst (max 5 min.)

6.3.2. Doel + belang van respondent

6.3.3. Aankondiging door hooggeplaatst persoon

6.3.4. beloning vs ethiek