Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
TOS Door Mind Map: TOS

1. Methoden leesonderwijs

1.1. Interventieprogramma CONNECT

1.1.1. Aanvullend interveniërend programma voor zwakke lezers groep 3/4

1.1.1.1. 3 delen

1.1.1.1.1. Connect Klanken en Letters (oktober-februari groep 3)

1.1.1.1.2. Connect Woordherkenning (februari-juni groep 3)

1.1.1.1.3. Connect Vloeiend Lezen (groep 4)

1.2. RALFI

1.2.1. Gericht op tempo problemen

1.2.1.1. Vanaf AVI I

1.2.1.1.1. Herhaald lezen van relatief moeilijke leeftijdsadequate teksten

2. Leerproblemen & Dyslexie

2.1. Dyslexie

2.1.1. Specifieke leerstoornis

2.1.1.1. hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking

2.1.1.2. hardnekkig probleem in automatisering op woordniveau

2.2. Leren Lezen

2.2.1. Fase 1: Pre-alfabetische fase

2.2.1.1. Kinderen maken willekeurige, persoonlijke verbindingen tussen iets wat ze zien én de betekenis ervan (denk aan M van McDonalds = visuele Cue)

2.2.1.2. nog geen klanktekenkoppeling

2.2.1.3. Voorafgaand aan het leesonderwijs

2.2.2. Orthografische code: er is een verband tussen gesproken en geschreven taal, tussen klanken en letters

2.2.3. Fase 2: Partieel alfabetische fase

2.2.3.1. Kinderen maken in deze fase willekeurige, persoonlijke verbindingen tussen iets wat ze zien én de betekenis ervan

2.2.3.2. elementaire leeshandeling wordt geleerd (spellende strategie = letters omzetten naar klanken, dan woord maken)

2.2.3.3. Kind kent enkele klank-tekenkoppelingen (partial cue)

2.2.4. Fase 3: Volledig alfabetische fase

2.2.4.1. Automatisering

2.2.4.2. Kind kent alle klank-tekenkoppelingen (=Full cue)

2.2.4.3. Elementaire leeshandeling wordt toegepast. Langzaam overgang naar woordherkenning

2.2.5. Fase 4: Geconsolideerde fase

2.2.5.1. Directe herkenning van MKM-woorden

2.2.5.2. Lezen in grotere delen: CHUNCKS

2.2.5.3. Uiteindelijk vloeiend lezen

3. Comorbiditeit

3.1. ADHD en Dyslexie

3.1.1. 15 - 40 %

3.1.2. Onoplettend gedrag en schoolse moeilijkheden

3.2. Meerdere stoornissen/aandoening tegelijkertijd

3.2.1. Veelvoorkomend bij Taal- en Leesproblemen? -->

3.2.1.1. ADHD

3.2.1.1.1. Onoplettendheid

3.2.1.1.2. Hyperactiviteit

3.2.1.1.3. Impulsiviteit

3.2.1.2. Dyslexie

3.2.1.2.1. Definities

3.2.1.3. Dyspraxie

3.2.1.3.1. spraakstoornis ten gevolge van het disfunctioneren van de spraakmusculatuur

3.2.1.4. Autisme

3.2.1.4.1. m.n. in Pragmatiek

3.3. Cognitieve processen

3.3.1. Fonologische vaardigheden

3.3.1.1. Fonologisch/Fonemisch bewustzijn

3.3.1.2. Verbaal werkgeheugen/fonologisch buffer

3.3.1.2.1. Sterke samenhang met TOS

3.3.1.3. Letterkennis/paarsgewijs leren

3.3.1.3.1. Letter-klank integratie (bij Dyslexie niet de associatie, maar het aanleren van de verbale vorm is verstoord)

3.3.2. RAN - Rapid Automatized Naming (snel benoemen)

3.3.2.1. Bij Dyslexie: m.n. snelheid, gemakkelijkheid en automatisering van het ophalen en activeren van woorden uit het geheugen is belangrijk om te testen.

3.3.3. VAS - Visuele AandachtsSpanne

3.3.3.1. Is de vaardigheid om visuele informatie (het aantal orthografische elementen) in één oogopslag te verwerken?

4. Effectief Leesonderwijs

4.1. Wat is effectief Leesonderwijs?

4.1.1. Doelgericht

4.1.1.1. Hoge en realistische doelen stellen

4.1.1.1.1. Denk aan referentiekader (fundamentele niveau en streefniveau)

4.1.2. Methodisch

4.1.2.1. Effectief gebruik maken van de methode

4.1.3. Voldoende leertijd

4.1.3.1. LIST = Lees Interventieproject voor Scholen met een Totaalaanpak

4.1.3.2. Denk ook aan afstemming effectieve leertijd!

4.1.4. Differentiëren

4.1.4.1. Divergent differentiëren

4.1.4.1.1. Individuele leerling (eigen leerroute)

4.1.4.2. Convergente differentiatie

4.1.4.2.1. Groep de(zelfde) doelen

4.1.5. Instructie

4.1.5.1. Directe Instructie model (B. van Burken)

4.1.6. Stimulerende leesomgeving

4.1.6.1. Leescirkel van Chambers

4.1.6.1.1. Kiezen, lezen, reageren

4.1.7. Doorgaande leerlijn

4.1.7.1. Leerlingvolgsysteem (LVS)

4.1.7.1.1. methode onafhankelijke genormeerde toetsen

4.2. Ontluikende geletterdheid

4.2.1. Voorschoolse periode

4.2.1.1. Oriëntatie op boeken en verhalen

4.2.1.2. Spreken en luisteren

4.3. Beginnende geletterdheid

4.3.1. Kleuterjaren

4.3.1.1. Fonemisch bewustzijn

4.3.1.2. Fonologisch bewustzijn

4.3.1.3. Taalbewustzijn

4.3.1.4. Letterkennis

4.3.2. Aanvankelijk lezen eerste fase

4.3.3. Aanvankelijk lezen tweede fase

4.4. Gevorderde geletterheid

4.4.1. automatisering

5. Beginnende geletterdheid

5.1. Problemen signaleren

5.1.1. Signaleringslijst voor kleuters

5.1.1.1. beginnende lees- en schrijfontwikkeling volgen bij kleuters

5.1.2. Taal voor Kleuters - CITO

5.1.2.1. ontwikkeling geletterdheid zo nauw mogelijk in kaart brengen

5.1.3. Toetsen voor beginnende geletterdheid

5.1.3.1. woordenschat, fonologisch bewustzijn, letterkennis, benoemsnelheid van cijfers en letters.

5.1.4. Taaltoets Alle Kinderen

5.1.4.1. Klankonderscheiding en klankarticulatie

5.2. Risicofactoren

5.2.1. Rode vlag!

5.2.1.1. Fonologische fouten/spraak

5.2.1.2. Automatiseringsopdrachten: tellen, namen opnoemen, dagen etc.

5.2.1.3. Specifiek voor TOS

5.2.1.3.1. Zwakke fonologische vaardigheden

5.2.1.3.2. Klank-tekenkoppeling

5.2.1.3.3. Zwak korte termijn geheugen

5.2.1.3.4. Kleine woordenschat

5.3. Voorschotbenadering

5.3.1. Niveau I : identificatie van klanken en letters

5.3.1.1. Beperkt aanbod / 6-10 letters

5.3.1.2. Herkenning in tekst

5.3.2. Niveau II : manipulatie van klanken en letters

5.3.2.1. Analyse en Synthese (B OO M)

5.3.3. Niveau III : klank-letterkoppelingen aanleren

5.3.3.1. Inslijpen relatie letter + klank

5.3.3.2. 1 letter per week

5.3.3.3. VAKT: Visueel Auditief Kinestetisch Tactiel

5.3.4. Artikel: Risicokleuters helpen Lezen en spellen . Door: A.E.H. Smits

5.3.4.1. Taakgerichtheid

5.3.4.1.1. Invented spelling = bijzonder effectieve werkwijze

5.3.4.2. Gericht op risicokinderen

5.3.4.2.1. Niet wachten tot ze eraan toe zijn.

5.3.4.2.2. Individueel of in kleine groepjes

5.3.4.3. Veiligheid en plezier

5.3.4.3.1. Circle of failure voorkomen

5.3.4.4. Identificatie van fonemen/letters

5.3.4.4.1. Met 2 of 3 van de gekozen letters intensief en 'gezellig' werken

5.3.4.4.2. Tijdens lezen geen eisen stellen op vlak van letterbenoeming

5.3.4.5. Manipulatie van fonemen/letters

5.3.4.5.1. Oefenen analyse en synthese

5.3.4.6. Klank/tekenkoppeling aanleren

5.3.4.6.1. Nadat fase 1 en 2 goed verlopen!

6. Vaak moeite met de auditieve waarneming

7. moeilijk verschillen horen tussen klanken en woorden

8. moeite met verwerken van informatie en instructie