EG

Tijdsbalk Ontstaan en verval van de Europese Unie. Belangrijkste EUR Instituten

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
EG Door Mind Map: EG

1. Europese Organisaties

1.1. Europese Commissie

1.1.1. Dagelijks bestuur

1.1.2. 26 commissarissen + Voorztter

1.1.2.1. Voorzitter Barosso (Port)

1.1.2.2. 1 commissaris per land

1.1.2.3. iedere commissaris eigen vakgebied

1.1.3. taken

1.1.3.1. Maakt wetten en regels

1.1.3.2. Controle naleving

1.1.3.3. Opleggen boetes

1.2. Raad van Europa Unie

1.2.1. Overleg van vak-ministers

1.2.1.1. nu Fin Ministers heel belangrijk

1.2.1.2. Taak

1.2.1.2.1. Goedkeuring of afkeuring regels

1.2.1.3. Stemming

1.2.1.3.1. Unaniem of gekwalificeerde meerderheid (2/3)

1.3. Europese Raad

1.3.1. Vergadering van Regeringsleiders

1.3.1.1. Algemeen beleid EU

1.3.1.2. Actuele Hot Items

1.4. ECB

1.4.1. Europese Centrale Bank

1.4.2. Zetelt in Frankfurt

1.4.3. Moet op stabiliteit Euro letten

1.4.4. Bestrijden Inflatie binnen EU

1.4.4.1. Inflatie= prijsstijgingen

1.5. Europees Parlement

1.5.1. 736 gekozen volksvertegenwoordigers

1.5.2. Vergadert in Brussel en Straatsburg

1.5.3. Neemt wetten aan

1.5.4. Bepaald Regelgeving

1.6. EUR Rekenkamer

1.6.1. Zit in Luxemburg

1.6.2. Controleert de uitgaven van EU

1.7. EUROPESE Hof van Justitie

1.7.1. Controleert of Wetten overal op dezelfde manier worden uitgevoerd

1.7.2. Uitspraak is bindend

1.7.3. Zit in Luxemburg

1.7.4. Overstijgt Nationale rechtspraak

2. Oprichtingsjaren

2.1. 1945

2.1.1. EindeWO ii

2.2. 1950

2.2.1. Schumann verklaring

2.3. 1951

2.3.1. Verdrag van Parijs

2.3.2. Oprichting EGKS 1952-2002

2.3.2.1. Du/It/Fr. /NL/BEL/LUX

2.3.2.2. Kolen Staal

2.4. 1957

2.4.1. EEG

2.4.1.1. EU Economische Gemeenschap

2.4.2. EURATOM

2.4.2.1. Kernenergie

2.5. 1958

2.5.1. EUR parlement

2.5.1.1. Leden benoemd

2.6. 1967

2.6.1. Oprichting EG

2.6.1.1. . EGKS ERATOM EEG

2.6.1.2. Meer samenwerking dan alleen Economisch

2.6.1.3. 2de pijler Gemeenschapelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

2.6.1.4. 3de pijler Jusitie en Binnenlandse zaken in de EU

2.6.2. Douane unie per 1968

3. Groei jaren EUR Gemeenschap

3.1. 1973

3.1.1. Toetreding Vk/IRL/DK

3.2. 1979

3.2.1. Eerste directe verkiezing Eu parlement

3.3. 1981

3.3.1. Griekenland treedt toe tot EU

3.4. 1986

3.4.1. Spanje en Portugal treden toe

3.4.2. Europese akte

3.4.2.1. Regelt de gemeenschappelijk markt per 1993

4. Europese Unie

4.1. 1995

4.1.1. Toetreding Oostenrijk/Zweden /Finland

4.1.2. 1999

4.1.2.1. Invoering girale Euro

4.2. 1993

4.2.1. Verdrag Maastricht

4.2.1.1. Oprichting EMS

4.2.1.1.1. Europees Monetair Systeem

4.2.1.2. EMU

4.2.1.2.1. Wisselkoersen gekoppeld

4.3. 1992

4.3.1. Gemeenschappelijk Markt

4.4. 1989

4.4.1. Val Berlijnse muur

5. EURO

5.1. 1999

5.1.1. Invoering Girale Euro

5.2. 2002

5.2.1. Invoering Euro

5.2.1.1. Afschaffen nationale munt

5.2.1.2. DING FLOF BIPS eerste Euro landen

5.2.1.3. 2007 Slovenië

5.2.1.4. 2008 Cyprus, Malta

5.2.1.5. 2009 Slowakije

5.2.1.6. 2011 Estland nr 17

5.2.1.7. NIET in de EURO Zweden/Denemarken en V.K.

5.2.1.8. Chartale

5.2.1.8.1. = Munten en biljetten

5.3. 2004

5.3.1. Toetreding

5.3.1.1. Cyprus

5.3.1.2. Tsjechie

5.3.1.3. Estland, Letland,Litouwen

5.3.1.4. Polen

5.3.1.5. Hongarije

5.3.1.6. Slowakijke

5.3.1.7. Slovenie

5.3.2. Europese Grondwet

5.3.2.1. Ondertekent door Staatshoofden en Regeringsleiders

5.4. 2007

5.4.1. Toetreding Bulgarije en Roemenië tot EU

5.4.2. Verdrag van Lissabon goedgekeurd

5.4.2.1. Ondertekend door Staatshoofden en Regeringsleiders

5.5. 2009

5.5.1. Verdrag van Lissabon treedt in werking

6. Euro crisis

7. Samenwerking

7.1. Economische Unie

7.1.1. Vrijhandel intern

7.1.2. Vrijverkeer

7.1.3. Uniform buitentarief

7.1.4. Gemeenschappelijke Eco Politiek/beleid

7.2. Doel samenwerking

7.2.1. vrij verkeer van

7.2.1.1. Mensen

7.2.1.2. Geld

7.2.1.3. Goederen

7.2.1.4. Diensten

7.3. Monetaire Unie

7.3.1. EURO gemeenschappelijke munt (2002)

7.3.2. Voordelen

7.3.2.1. Geen wisselkosten

7.3.2.1.1. lagere kosten

7.3.2.2. Geen valuta risico

7.3.2.3. bevordert handel

7.3.2.4. Prijsvergelijking mogelijk

7.3.3. Nadelen

7.3.3.1. Geen eigen monetaire politiek per land

7.3.4. Stabiliteitspackt

7.3.4.1. Convergentie criterium= naar elkaar toegroeien economieën

7.3.4.2. Begrotingstekort max 3% BBP

7.3.4.3. Staatschuld < 60% BBP

7.3.4.4. BBP=Bruto Binnenlands Product

7.4. Politieke Unie

7.5. Europees Voorzitterschap

7.5.1. Ieder land is half jaar voorzitter EU