Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
BINP Door Mind Map: BINP

1. vragen

1.1. wanneer moet je een ; na een regel te gebruiken

1.1.1. nooit in python

1.2. Hoe worden user-interfaces gemaakt voor python?

2. IDLE

2.1. code vaak meer dan één regel

2.1.1. code in aparte .py file

2.1.1.1. run code: f5

2.1.1.2. gebruik i.p.v. spaties, runderscores om fouten te voorkomen in de code

2.1.2. code niet in shell

2.1.2.1. shell kan je gebruiken om enkele lines code uit te proberen

2.2. functie verandert van kleur

2.3. # voor regel plaatsen verandert regel in een comment

3. input()

4. variabelen, soorten, objecten

4.1. variabelen

4.1.1. regels python

4.1.1.1. geen spaties

4.1.1.1.1. gebruik underscore _

4.1.1.2. gebruik logische naam

4.1.1.2.1. systematisch

4.1.1.3. niet beginnen met een getal

4.1.1.4. geen rare tekens

4.1.1.4.1. uitzondering underscore _

4.1.1.5. python variabelen zijn hoofdlettergevoelig

4.1.1.6. geen python-woorden gebruiken (zoals print, input e.t.c.

4.1.2. soorten

4.1.2.1. integer

4.1.2.1.1. heel getal

4.1.2.2. float

4.1.2.2.1. komma-getal

4.1.2.2.2. komma in python is een punt

4.1.2.2.3. python bedenkt zelf of een getal uit een berekening een float of integer is

4.1.2.3. string

4.1.2.3.1. een unieke tekencombinatie

4.1.2.3.2. kunnen vermenigvuldigt worden met getallen

4.1.2.3.3. kunnen niet opgeteld of afgetrokken met getallen

4.1.2.4. boolean

4.1.2.4.1. true or false

4.1.2.5. list

4.1.2.5.1. verzameling variabelen

4.1.2.5.2. b.v. [5,8,"test"]

4.1.2.5.3. python begint met tellen bij 0

4.1.2.5.4. slicen van lijsten

4.2. operators

4.2.1. dingen die je kan doen met variabelen

4.2.2. voorbeeld:

4.2.2.1. +

4.2.2.2. -

4.2.2.3. * (keer)

4.2.2.4. / (gedeeld door)

4.2.2.4.1. verschil met // ?

4.2.2.5. //

4.2.2.5.1. kijkt hoeveel hele noemers uit de breuk gehaald kunnen worden

4.2.2.6. ** (tot de macht)

4.2.2.7. % (modulo)

4.2.2.7.1. geeft het restproduct, na een deling, van een float

4.2.2.7.2. als er een integer uit de breuk komt geeft het de noemer van de breuk

4.2.2.7.3. kan gebruikt worden om te kijken of een getal even of oneven is

5. functies

5.1. print()

5.1.1. print de output van een stuk code op het scherm

5.2. input()

5.3. = een stukje die standaard in python zitten en een voorafbepaalde opdracht kunnen uitvoeren.

5.4. kenmerken zich met een functie-naam gevolgd door twee haakjes ()

5.4.1. tussen de haakjes staat welke waardes gebruikt moeten worden voor de functie

5.5. int()

5.5.1. verander een string naar een ineger

5.6. type()

5.6.1. geeft het type variabele aan

5.7. format()

5.7.1. b.v. print(format(var1, '7.2f'))

5.7.1.1. '7' geeft het aantal karakters aan

5.7.1.2. 2f geeft het aantal decimalen

5.7.2. verandert de opmaak van een geprinte functie

5.7.3. meer info volgt

5.7.3.1. zie google/boek

6. tips

6.1. je krijgt vaak foutmeldingen

6.1.1. test tussendoor voldoende

6.1.1.1. na iedere toevoeging van een nieuw stuk code

6.1.1.2. test met print

6.2. neem voldoende pauzes tijdens de les