1.1. Het boek is voor het grootste deel in personaal perspectief geschreven: je leest het verhaal door de ogen van Waldo, maar af en toe is er ook wel sprake van auctoriaal perspectief. Dat komt doodat de schrijver wat extra informatie toevoegt dat niet door Waldo gezien of gedacht kan worden omdat een jongen van negen jaar dat simpel gezegd nog niet weet.
2. tijd
2.1. Het verhaal speelt zich in mei 1940 in België af. Het boek word in chronologische volgorde verteld. Het boek bevat negen hoofdstukken, in de eerste vijf hoofdstukken worden vier dagen verteld, de vlucht duurt dan al vijf dagen, maar over de eerste dag wordt niets gezegd. De hoofdstukken zes tot en met negen beslaan één dag. Die dag is dus het kernpunt van het boek. Het boek is 139 bladzijden dik.
3. motieven
3.1. - Angst - Geloof - Vriendschap - De macht van de sterkste (de Duitsers) - Wreedheid
4. spanning
4.1. het boek bevat actiespanning, de gebeurtenissen maken de leesbaar en leuk
5. eigen mening
5.1. Leuk boek, interessant en vooral spannend
6. ruimte
6.1. het verhaal speelt zich af in Belgie,vlakbij de Franse grens. Er wordt weinig aandacht besteed aan de beschrijving van de ruimte waarin het verhaal zich afspeelt. De ruimte draagt wel in grote mate bij aan de sfeer van het verhaal, bijvoorbeeld als Waldo in Gent op zoek is naar het ziekenhuis regent het, wat de sfeer goed weergeeft, en goed overeenkomt met het verhaal, want Waldo is verdrietig om wat er met Vera gebeurd is.
7. personages
7.1. de belangrijkste hoofdpersoon is Waldo Havermans, want het hele verhaal gaat over hem en wat hij allemaal meemaakt. Waldo is een negenjarig jongetje uit Vlaanderen.
8. thema
8.1. Het thema van het boek is de tegenstelling tussen het ongerepte, dromerige, ontwakende kinderbewustzijn en de wreedheid van de Tweede Wereldoorlog, de wereld van de volwassenen. Bijvoorbeeld: De duitse soldaten bieden Waldo en Vera aan om met hun mee te rijden naar Antwerpen, maar voeren Waldo dronken en vergrijpen zich aan Vera.