De Ontwikkelingsfasen van Prenetaal tot 67 jaar

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
De Ontwikkelingsfasen van Prenetaal tot 67 jaar Door Mind Map: De Ontwikkelingsfasen van Prenetaal tot 67 jaar

1. Normbesef

2. fysieke prestatie

3. 1 slachtoffer

3.1. diepe sporen

4. belangrijke milieus

4.1. thuis

4.1.1. belangrijkste basis

4.2. school

4.2.1. belangrijke volwassenen

4.2.1.1. leraren, trainers etc

4.2.1.1.1. hulp bij bepaalde ontwikkeling

4.3. eigen vriendjes

4.3.1. leeftijdsgenoten

4.3.1.1. conforisme

4.3.1.2. pesten

4.3.1.2.1. groepsprobleem

5. Kleuter 4 - 6 jaar

5.1. Lichamelijke ontwikkeling

5.1.1. Lichamelijke groei

5.1.1.1. van gemiddeld 1 meter tot 1.20 meter

5.1.1.2. van gemiddeld 18 kg tot 20 kg

5.1.1.3. mollige buik en vingers verdwijnen

5.1.1.4. grotere spieren

5.1.1.5. sterkere botten

5.1.1.6. onderlinge verschillen tussen kleuters van gewicht en lengte

5.1.2. Motorische ontwikkeling

5.1.2.1. verbetering grove & fijne motoriek

5.1.2.2. betere beheersing van het lichaam

5.1.2.2.1. goed klimmen

5.1.2.2.2. rennen zonder te vallen

5.1.2.3. bewegen met hele lichaam

5.1.2.3.1. problemen met stoppen, starten en draaien

5.1.2.4. Verbetering evenwichtsgevoel

5.1.2.4.1. leren fietsen zonder zijwieltjes

5.1.2.4.2. balanceren op muurtjes en hekjes

5.1.2.4.3. hinkelen

5.1.3. ontwikkeling van hersenen en zintuigen

5.1.3.1. hersenen ontwikkelen op hoog tempo

5.1.3.1.1. verbinding tussen hersenhelften is sterker geworden

5.1.3.1.2. ontwikkeling van zintuigen

5.1.3.2. handvoorkeur word ontwikkeld

5.2. Cognitieve ontwikkeling

5.2.1. Taakgericht

5.2.1.1. duidelijk begin en einde

5.2.1.1.1. voorbereiden lezen en rekenen

5.2.1.1.2. ordenen en sorteren

5.2.1.2. waardering aan het kind tonen

5.2.2. Leren door doen

5.2.2.1. zelf doen, zelf ervaren

5.2.2.1.1. vergroot de betrokkenheid en diepgan

5.2.2.2. kijken en imiteren

5.2.3. Inzicht oorzaak en gevolg is nog simpel

5.2.4. Fantasiedenken

5.2.4.1. om zichzelf gerust te stellen

5.2.4.2. oplossingen te vinden

5.2.4.3. onmogelijke wensen te vervullen

5.2.4.4. om zichzelf te versterken

5.2.5. Jokken

5.2.5.1. samenhang met fantasiedenken

5.2.5.1.1. zonder opzet onwaarheden vertellen

5.2.6. Taalontwikkeling

5.2.6.1. taal = communicatiemiddel

5.3. Sociale ontwikkeling

5.3.1. meer zelfbesef

5.3.1.1. nog veel verzorging, bescherming en begeleiding nodig.

5.3.2. sociaal gedrag

5.3.2.1. besef van bestaan individuen

5.3.3. eerste vriendschappen

5.3.3.1. de basis is samenspelen

5.3.3.1.1. vriendschap is ook snel voorbij

5.3.3.2. belangrijk voor de vaardigheden

5.3.3.3. erbij willen horen

5.3.3.3.1. imiteren gedrag

5.3.4. ontwikkeling zelfbeeld

5.3.4.1. Positief zelfbeeld

5.3.4.1.1. gelukkig

5.3.4.1.2. om kunnen gaan met teleurstelling

5.3.4.1.3. gezonde personlijkheidsontwikkeling

5.3.4.2. Negatief zelfbeeld

5.3.4.2.1. ongelukkig voelen

5.3.4.2.2. vaak verlegen

5.3.4.2.3. vaak onzeker

5.3.4.3. Opgeblazen zelfbeeld

5.3.4.3.1. weinig empathie

5.3.4.3.2. kan leiden tot narcisme

5.3.5. ontwikkeling van innerlijk geweten

5.3.5.1. schaamtegevoel

5.3.5.2. schuldgevoel

5.3.5.3. hulp nodig van volwassenen

5.4. Emotionele ontwikkeling

5.4.1. Kleuterangsten

5.4.2. Sensitief ingesteld

5.4.2.1. onder woorden brengen van alle gevoelens is nog niet mogelijk

5.4.2.2. Grote gevoeligheid

5.4.2.2.1. gebeurtenissen kunnen grote indruk maken.

5.4.2.3. tijdsbesef nog niet echt aanwezig

5.5. Seksuele ontwikkeling

5.5.1. interesse in geslachtsdeel

5.5.1.1. interesse in geslachtsverschillen

5.5.2. gender-identiteit is aanwezig

5.5.2.1. genderspecifiek gedrag

5.5.2.1.1. rollenspel

6. Prenetale fase 40 weken zwangerschap & geboorte

6.1. Lichamelijke ontwikkeling

6.1.1. Bevruchting

6.1.1.1. 100/150 cellen

6.1.2. Embryo

6.1.2.1. Vorming zintuigen

6.1.2.1.1. Belangrijkste organen

6.1.2.1.2. spieren / botten en bloedsomloop

6.1.2.1.3. start van zenuwstelsel & hersenen

6.1.3. Foetus

6.1.3.1. groeit in rap tempo

6.1.3.2. toename in gewicht

6.1.3.3. hersenen ontwikkelen steeds verder

6.1.3.4. ontwikkeling van het geslacht

6.1.3.5. einde van zwangerschap

6.1.3.5.1. kan horen en reageren

6.1.4. Geboorte

6.1.4.1. Prematuur < 37ste week

6.1.4.1.1. couveuse

6.1.4.2. Extreem Prematuur < 28ste week

6.1.4.2.1. mogelijke ontwikkelingsproblemen

6.1.4.3. 40 weken voldragen

6.1.4.3.1. Apgar-score

7. Baby 0 - 1,5 jaar

7.1. Lichamelijke ontwikkeling

7.1.1. Lichamelijke groei

7.1.1.1. van gemiddeld 2,5 kg naar 10 kg

7.1.1.2. van gemiddeld 50 cm naar 75 cm

7.1.1.3. groot hoofd

7.1.1.3.1. hals ontbreekt

7.1.1.4. Voldoende slaap = belangrijk voor de groei

7.1.2. Motorische ontwikkeling

7.1.2.1. Reflex

7.1.2.1.1. Zuigreflex & Grijpreflex

7.1.2.2. Meer spierbeheersing

7.1.2.2.1. grove motoriek

7.1.2.3. Oog-handcoördinatie

7.1.2.4. Sensomotorische ontwikkeling

7.1.2.4.1. 3 mnd: reiken naar voorwerp

7.1.2.4.2. 5 mnd: voorwerp grijpen, voorwerp in mond stoppen.

7.1.2.4.3. 6 mnd : voorwerp van ene hand naar andere hand overbrengen.

7.1.2.4.4. 12 mnd : Kleine voorwerpen pakken. Pincetgreep; kleine voorwerpen met duim en wijsvinger vaspakken

7.1.3. Zintuigelijke ontwikkeling

7.1.3.1. Zien

7.1.3.1.1. Geboorte

7.1.3.1.2. na 2 mnd

7.1.3.2. Horen

7.1.3.3. Ruiken

7.1.3.4. Voelen

7.1.3.5. Proeven

7.1.3.5.1. smaakpapillen nemen in rap tempo af.

7.2. Cognitieve ontwikkeling

7.2.1. 6 - 12 mnd ontwikkeling van objectpermanentie

7.2.1.1. Scheidingsangst/verlatingsangst

7.2.2. Aanleren vaardigheden

7.2.2.1. Ervaringsleren

7.2.2.2. Herhalingsleren

7.2.2.3. Imiterend leren

7.2.3. Taalontwikkeling

7.2.3.1. enkele weken oud

7.2.3.1.1. imiteren mondbeweging van de moeder

7.2.3.2. vanaf 3de mnd

7.2.3.2.1. Brabbelen

7.2.3.3. vanaf 8 mnd

7.2.3.3.1. klanken nabootsen

7.2.3.4. ongeveer 9 mnd oud

7.2.3.4.1. symboolbewustzijn

7.2.3.5. ongeveer 1 jr

7.2.3.5.1. begin spreken éénwoordzin

7.3. Sociale ontwikkeling

7.3.1. Lichaamstaal als communicatie

7.3.1.1. glimlach

7.3.1.2. huilen

7.3.1.3. trappelen

7.3.1.4. Temprament

7.3.1.4.1. makkelijk temprament

7.3.1.4.2. moeilijk temprament

7.3.1.5. Zelfbesef

7.3.1.5.1. Lichaamsbesef

7.4. Emotionele ontwikkeling

7.4.1. Hechting

7.4.1.1. Hechtingsproces

7.4.1.1.1. Veilige Hechting

7.4.1.1.2. Onveilige Hechting

7.5. Seksuele ontwikkeling

7.5.1. hele lichaam is gevoelig

7.5.1.1. aanraking

7.5.2. huid-op-huid contact

7.5.2.1. koesteren

7.5.3. behoefte aan lichaamscontact

7.5.4. Mond

7.5.4.1. zuigbehoefte

7.5.4.1.1. word kalm/rustig

8. Peuter 1,5 - 4 jaar

8.1. Lichamelijke ontwikkeling

8.1.1. Lichamelijke groei

8.1.1.1. van gemiddeld 82 cm naar 1 meter lang

8.1.1.2. van gemiddeld 10 kg naar 18 kg

8.1.2. Motorische ontwikkeling

8.1.2.1. rond 1,5 jaar eerste stapjes zetten

8.1.2.2. leren lopen, klauteren & Klimmen

8.1.2.3. geen handvoorkeur

8.1.2.4. ontwikkelen vaardigheden

8.1.2.4.1. gooien

8.1.2.4.2. schoppen

8.1.2.4.3. vangen

8.1.3. Zindelijk worden

8.1.3.1. Zindelijkheidstraining

8.1.3.1.1. Kind moet er aan toe zijn

8.1.4. Groeiende hersenen

8.1.4.1. snelst groeiend lichaamsdeel

8.1.4.2. Groei van aantal verbindingen tussen hersencellen

8.1.4.3. gezonde ontwikkeling van hersenen

8.1.4.3.1. gezonde voeding

8.1.4.3.2. voldoende slaap

8.1.4.3.3. voldoende beweging

8.2. Cognitieve ontwikkeling

8.2.1. Exploratiedrang/ontdekkingsdrang

8.2.1.1. Verschillende manieren van denken

8.2.1.1.1. Animistisch denken

8.2.1.1.2. Magisch denken

8.2.1.1.3. Concreet denken

8.2.1.2. Taalontwikkeling

8.2.1.2.1. Twééwoordzinnen

8.2.1.2.2. Driewoordzinnen

8.3. Sociale ontwikkeling

8.3.1. Duidelijkere sociale behoeften

8.3.1.1. jonge peuter = naast elkaar spelen

8.3.1.2. peuter 3 jr = samen spelen

8.3.1.3. waarom-vragen = nieuwschierigheid

8.3.2. Empathie

8.3.2.1. meeleven vanuit eigen oogpunt

8.3.3. Egocentrisme

8.3.4. Koppigheid

8.3.4.1. Peuterpuberteit = belangrijk

8.3.4.1.1. ontwikkelen persoonlijkheid

8.4. Emotionele ontwikkeling

8.4.1. Veilige Hechting

8.4.1.1. wereld ontdekken

8.4.1.2. experimenteren

8.4.2. Emotioneel reageren

8.4.2.1. Driftbuien

8.4.2.1.1. niet in staat om gevoel onder woorden te brengen

8.4.2.1.2. Extreem Agressief/Voortdurend agressief

9. Schoolkind 6-12 jaar

9.1. Lichamelijke ontwikkeling

9.1.1. Lichamelijke groei

9.1.1.1. groeit ongeveer 6 cm per jaar

9.1.1.1.1. jongens tot 10de jaar groter dan meisjes

9.1.1.1.2. verschil tussen puberteit bij meisjes en jongens is goed te zien rond groep 8

9.1.1.2. melkgebit word vervangen door blijvend gebit

9.1.1.3. voeding is zeer belangrijk

9.1.1.3.1. gezonde voeding

9.1.1.3.2. ondervoeding

9.1.1.3.3. overgewicht en obesitas

9.1.2. Motorische ontwikkeling

9.1.2.1. verbetering motoriek

9.1.2.1.1. Grove motoriek

9.1.2.1.2. Fijne motoriek

9.1.3. Lichamelijk actief

9.1.3.1. bewegingsspelletjes

9.2. Cognitieve ontwikkeling

9.2.1. grote cognitieve ontwikkeling

9.2.1.1. groep 3 = nauwelijks lezen, schrijven, rekenen

9.2.1.2. groep 8 = veel vaardiger lezen dikke boeken, ingewikkelde rekensommen en maken werkstukken

9.2.2. logisch denken

9.2.2.1. in staat te ordenen

9.2.2.2. oorzaak en gevolg

9.2.3. abstract denken

9.2.4. realiteitdenken

9.2.4.1. fantasiewereld neemt plaats voor de realiteit

9.2.5. Taakgericht werken

9.2.5.1. Prestatiegericht

9.2.5.1.1. compensatiegedrag

9.2.6. Taalontwikkeling

9.2.6.1. woordenschat groeit snel.

9.2.6.1.1. vergroot zelfbeheersing

9.3. Sociale ontwikkeling

9.3.1. ontwikkeling van geweten

9.3.1.1. het besef van goed en kwaad

9.3.1.2. inzicht in normen en waarden

9.4. Emotionele ontwikkeling

9.4.1. groeiend inlevingsvermogen

9.4.2. verbergen van gevoelens

9.4.3. Gevoelens moeten zichtbaar zijn

9.4.4. confrontatie is noodzakelijk

9.4.4.1. niet weghouden

9.5. jongens en meisje spelen niet meer samen

9.5.1. jongens stom, de baas spelen. stoer doen

9.5.2. meisjes zijn kinderachtig, truttige spelletjes, bangeriken

9.6. Seksuele ontwikkeling

9.6.1. 6-9 jaar

9.6.1.1. niet volledig bewust van seksueel verschil

9.6.1.1.1. vriendjes kunnen qua geslacht verschillen

9.6.2. vanaf 9 jaar

9.6.2.1. bewust van het verschil

9.6.3. rond 11 jaar

9.6.3.1. bewust van verschil

9.6.3.1.1. spelen opnieuw samen

9.6.3.2. experimenteren met genderspecifiek gedrag

9.6.3.2.1. meisjes maken zich op

9.6.3.2.2. jongens drinken een slokje bier

10. Puber 12-17 jaar

10.1. Lichamelijke ontwikkeling

10.1.1. Lichamelijke groei

10.1.1.1. Groeispurt

10.1.1.1.1. duurt 2-3 jaar

10.1.1.1.2. meer spieren, vet en sterkere botten

10.1.1.2. Seksuele rijping

10.1.1.2.1. meisje word vrouw

10.1.1.2.2. jongen word man

10.1.2. ontwikkeling van hersenen

10.2. Cognitieve ontwikkeling

10.2.1. puberbrein

10.2.1.1. verbindingen tussen bepaalde hersencellen verdwijnen

10.2.2. verbindingen andere hersencellen versterken

10.2.3. overgang middelbare school

10.2.3.1. stap dichterbij volwassenheid

10.2.3.2. brugpieper

10.2.3.3. enthousiasme verdwijnt in de loop van het jaar

10.2.3.4. grote leermomenten

10.2.3.4.1. veel cognitieve uitdagingen

10.2.3.4.2. Algemene intelligentie

10.2.3.4.3. abstract en logisch denken

10.2.3.4.4. specifieke intelligentie of talenten

10.2.4. Abstract denken

10.2.4.1. belangrijk voor school

10.2.4.2. contact met leeftijdsgenoten

10.2.4.3. nadenken over de problemen in de wereld

10.2.5. Kritisch denken

10.2.5.1. Kritische houding

10.2.5.1.1. naar ouders

10.2.5.1.2. naar zichzelf

10.3. zelfstandig zijn en verantwoordelijkheden dragen

10.3.1. conflicten met ouders

10.4. Sociale ontwikkeling

10.4.1. Losmakingsproces

10.4.1.1. ontwikkeling

10.4.1.1.1. conforisme

10.4.1.1.2. orginaliteit

10.4.2. leeftijdsgenoten worden belangrijker

10.4.2.1. Peergroup

10.4.2.1.1. experimenteren

10.4.2.1.2. oriënteren

10.4.2.2. zekerheid, veiligheid, eigenwaarde

10.4.2.3. Verkeerde vrienden

10.4.2.4. Persoonlijke vriendschappen

10.4.2.4.1. speciale vrienden

10.4.2.4.2. dweperige vriendschap/ verliefdheid

10.4.2.5. Contacten met andere sekse

10.4.2.5.1. seksuele ondertoon

10.4.2.6. online contacten

10.4.2.6.1. social media

10.4.3. Eigen identiteit

10.4.3.1. Individuatieproces

10.4.3.1.1. Wie ben ik

10.4.3.1.2. wat wil ik

10.4.3.1.3. wat kan ik

10.4.3.1.4. wat vind ik

10.4.4. Beleving van het uiterlijk

10.4.4.1. zelfbeeld

10.4.4.1.1. onzeker over uiterlijk

10.5. Emotionele ontwikkeling

10.5.1. grote veranderingen

10.5.1.1. voelt zich hierdoor niet thuis in eigen lichaam.

10.5.1.1.1. de ontwikkeling van lichaam en emotioneel verloopt niet gelijkmatig

10.5.1.2. vroege rijping

10.5.1.2.1. jongens

10.5.1.2.2. meisje

10.5.1.3. late rijping

10.5.1.3.1. onzekerheid

10.5.1.4. Stemmingswisselingen

10.5.1.4.1. toename hormoonproductie

10.6. Seksuele ontwikkeling

10.6.1. Lichamelijk

10.6.1.1. meisjes eerder geslachtsrijp

10.6.1.1.1. hebben eerder seksuele ervaring

10.6.2. Geestelijk

10.6.2.1. meisjes hebben romantische fantasieën

10.6.2.2. jongens hebben seksuele fantasieën

10.6.3. Ervaring

10.6.3.1. verkering

10.6.3.1.1. 1ste fase; zoenen en strelen

11. Adolescent 17-24 jaar

11.1. Lichamelijke ontwikkeling

11.1.1. Lichamelijke groei

11.1.1.1. lichamelijke volwassenwording

11.1.1.2. Lengtegroei

11.1.1.2.1. jongens vaak

11.1.1.2.2. meisjes soms

11.2. Cognitieve ontwikkeling

11.2.1. groeiproces

11.2.1.1. meer inzicht

11.2.1.1.1. in zichzelf

11.2.1.1.2. de wereld

11.2.1.2. andere denkstrategieën

11.2.2. Abstract denken

11.2.2.1. mensen die filosoferen

11.2.2.2. gebeurt vaker bij jongens

11.2.3. Genuanceerd denken

11.2.4. mensen kennis

11.2.4.1. inlevingsvermogen

11.3. Sociale ontwikkeling

11.3.1. betere band met ouders

11.3.1.1. warmte en steun

11.3.1.2. samenwerken

11.3.2. zelfstandig wonen

11.3.2.1. samenwonen

11.3.2.2. op kamers wonen ivm studie

11.3.3. vriendschappen

11.3.3.1. diepgaand

11.3.3.2. betekenisvol

11.3.4. toekomst gericht kiezen

11.4. Emotionele ontwikkeling

11.4.1. meer controle over emoties en impulsen

11.4.2. eigen identiteit bied houvast

11.5. Seksuele ontwikkeling

11.5.1. bewust van seksuele identeit

11.5.1.1. hetro

11.5.1.2. homo

11.5.1.3. lesbisch

11.5.1.4. biseksueel