Staatsstructuur

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Staatsstructuur Door Mind Map: Staatsstructuur

1. Europees parlement

1.1. 27 lidstaten

1.1.1. 704 leden

1.1.1.1. Om de 5 jaar verkozen

1.2. Voorzitterschap veranderd om de 6 maanden

1.3. Samenwerking met de lidstaten

1.3.1. Vrede

1.3.2. Mensenrechten

1.3.3. Onderwijs

1.3.4. Economie,..

1.4. Speciale constructie

1.4.1. Suprationele

1.4.1.1. De organisatie kan dan zelf bindende beslissingen nemen, min of meer los van de lidstaten.

1.4.2. Intergouvernementele

1.4.2.1. De lidstaten zullen samen beslissingen nemen.

1.5. Bevoegdheden

1.5.1. Wetgevende macht: geen eigen initiatief

1.5.2. Machtsprocedure

1.5.3. Brussel/Staatsburg

2. Europees Hof v. Justitie

2.1. Behandeld vorderingen van natuurlijke personen of rechtspersonen, soms ook EU-regeringen

2.2. Rechter in rechte, niet in feite:

2.2.1. Europees Hof stelt vast of het Europees recht al dan niet werd nageleefd

2.2.2. Nationale rechtbank doet concrete uitspraak.

2.3. Zowel lidstaten, EU-instellingen als particulieren/bedrijven kunnen een zaak starten

2.4. Eén rechter per lidstaat

2.5. Het Hof van Justitie behandelt verzoeken van nationale rechtbanken die vragen om een prejudiciële beslissing

2.5.1. ( een beslissing die nodig is alvorens de nationale rechter zelf definitief een uitspraak kan doen )

2.6. Daarnaast doet het Hof ook uitspraken over bepaalde nietigverklaringen en beroepszaken.

2.7. Dit Hof heeft als belangrijkste taak te waken over de eenvormige interpretatie van het recht van de Europese Unie in alle lidstaten.

2.8. Het Hof behandelt de zaak zelf niet in feite, maar wel in rechte.

2.8.1. Het Hof gaat daarom enkel vaststellen of het Europees recht al dan niet werd nageleefd.

2.8.1.1. Het is de nationale rechtbank die na de uitspraak van het Hof over de prejudiciële vraag over de gehele zaak uitspraak zal doen.

2.9. Luxemburg

3. Europese Raad

3.1. Politiek beleid

3.2. Presidenten en eerste ministers van elke lidstaat.

3.2.1. zij bepalen

3.2.1.1. De politieke beleidslijnen

3.2.1.2. Prioriteiten van Europa

3.3. Voorzitter verkozen door ER voor 5 jaar

3.3.1. Wordt ook wel de president van Europa genoemd

3.4. 4 x per jaar

3.4.1. Brussel

3.5. Verdrag van Lissabon (2009) bepaalde dat de ER een volwaardige EU-instelling werd.

4. Europese Commisie

4.1. Werkt onafhankelijk van de nationale regeringen!

4.2. Goedgekeurd door het EP, en dan benoemd door de Europese Raad

4.3. Bestaat uit Europese commissarissen

4.3.1. 1 per lidstaat

4.3.1.1. Bevoegdheden;

4.3.1.1.1. Dagelijks beleid

4.3.1.1.2. wetgevende initiatief

4.3.1.1.3. Controle op naleving Europese regels

5. Raad van de Europese Unie

5.1. Raad van Ministers, vertegenwoordigt de lidstaten

5.1.1. 1 minister per lidstaat

5.2. is een belangrijk wetgevend orgaan van de EU, samen met het Europees Parlement

5.3. stelt samen met het Parlement de begroting op

5.4. kan ook internationale overeenkomsten sluiten

5.5. treedt op bij het buitenland - en veiligheidsbeleid

5.5.1. coördineert o.m. het beleid van de nationale regeringen en het Europees beleid

5.5.1.1. 3 a 4 keer per jaar, Brussel en Luxemburg.

5.6. Bevoegdheden

5.6.1. Wetgevende macht:

5.6.1.1. geen eigen initiatief

5.6.1.1.1. Wel medebeslissingsprocedure

5.6.1.1.2. samen met EP voorstellen van Commissie aanvaarden of wijzigen.

5.6.2. Ook controle op Commissie, samen met EP

5.6.3. Begroting van de EU, samen met EP

5.6.4. Veiligheidsbeleid

5.7. 3 soorten regelingen uitvaardigen die een verschillende draagwijdte hebben

5.7.1. Verordening

5.7.1.1. Bindt aan alle lidstaten

5.7.1.2. Lidstaten moeten dit tot in alle details naleven

5.7.1.3. Zijn rechtstreek= directe werking

5.7.2. Richtlijnen

5.7.2.1. Bindt aan alle lidstaten

5.7.2.2. Bepaald het resultaat dat de lidstaat moet bereiken

5.7.2.3. Lidstaten moeten deze richtlijnen nog omzetten in hun eigen wetgeving

5.7.2.3.1. Hoe zij dit doen bepalen ze zelf = indirecte werking

5.7.3. Beslissingen/besluiten

5.7.3.1. Niet gericht aan alle Europese lidstaten

5.7.3.2. Richt zich naar

5.7.3.2.1. Bepaalde staten

5.7.3.2.2. Ondernemingen

5.7.3.2.3. Personen

6. Europese Unie

7. Beleidsniveaus