SG stromingen en deorieën

Sociale geografie: algemeen overzicht

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
SG stromingen en deorieën Door Mind Map: SG stromingen en  deorieën

1. Postmodernisme na 1980

1.1. Waardering (eerste) Chicago School (1892-1930): brug klassieke en moderne sociale wetenschap, interdisciplinariteit en onderzoek op meerdere schaalniveau's linken

1.1.1. W.I. Thomas

1.1.1.1. "5/4 Wishes, The Unadjusted Girl with cases and standpoint for behavior analysis" (1923)

1.1.1.1.1. Maslow pyramide/hierarchy of needs (1943): "A theory of human motivation, psychological review"

1.1.1.2. Theorema (1923): "If men define things as real, they are real in their consequences"

1.1.1.2.1. Robert Merton: Self-fulfilling prophecy

1.1.2. Charles Cooley

1.1.2.1. The looking glass Self -> Sociale media

1.1.2.2. "Sympathetic introspection" : observeren van eigen kinderen in familieverband om de menselijke natuur te bestuderen -> Nature vs Nurture

1.1.3. Robert Park

1.1.3.1. "The City": stad als een systeem waar microstudies zoals "the Hobo", "The Gang" en"The Jack Roller" in gesynthetiseerd wordt

1.1.3.1.1. Urban/social ecology: evolutie stad zoals een ecologisch proces (darwinistisch). "The city is a product of nature"

1.1.3.1.2. "Concentrische zone theorie": stadsmodel voor stedelijke groeiprocessen (Burgess) in 5 zones: Central business district, transitional, working class, residential, commuter zones

1.1.4. George H. Mead

1.2. "Critical mapping"

1.2.1. Monmonier: "How to lie with maps"

1.2.2. Kaarten zijn niet neutraal en puur objectief

1.2.2.1. Kaarten dragen bij tot de sociale productie van ruimte

1.2.2.2. Kaarten zijn sociaal en politiek geconstrueerd: als wensbeeld van de realiteit (socio-eco en politieke context van belang!)

1.2.2.2.1. Gerry-mandering

1.2.2.3. "Maps encompass ideologies"

2. Humanistische geografie na 1970

2.1. Hägerstrands tijd-ruimte geografie

2.1.1. "Innovation diffusion as a spatial process" (1950-1967)

2.1.2. Tijd-ruimte paden: "what about people in regional science?"(1970)

2.2. "Mental mapping"

2.2.1. Lynch: "The image of the city" (1960)

2.2.1.1. Paden

2.2.1.2. Grenzen

2.2.1.3. Landmarks

2.2.1.4. Knopen

2.2.1.5. Districten

3. Positivisme/kwantitatieve revolutie 1945-1970

3.1. Christaller: centrale plaatsen theorie 1933

3.1.1. Sassen 1991: "The Global City"

3.2. Von Thünen: model agrarisch landgebruik/grondrente (1783-1850)

3.2.1. Wet van Hotelling 1929: "principe van minimale differentiatie"

3.2.2. Alonso: stadsmodel 1946 (Burgess+Von Thünen)

3.3. Functionalisme: sociale fenomenen hebben altijd functies om een sociaal systeem te onderhouden/veranderen

3.3.1. Robert K. Merton

3.3.1.1. Manifeste en latente functies

3.3.1.2. Sociale systemen veranderen voortdurend op de lange termijn door dysfuncties en alternatieven

3.3.2. Herbert Gans: functionele analyse van armoede ("the uses/positive functions of poverty"-1971)

3.3.2.1. Economische functies

3.3.2.2. Sociaal-culturele functies

3.3.2.3. Sociaal-status functies

3.3.2.4. Sociaal-politieke functies

4. Radicale geografie na 1970 (historisch materialisme Marx)

4.1. Opkomst van de stad en verstedelijking

4.1.1. Klassieke sociologische definitie stad= Wirth: "Urbanism as a way of life" (1938: Chicago School)

4.1.1.1. Grootte

4.1.1.2. Heterogeniteit

4.1.1.3. Dichtheid

4.1.2. Harvey: "Sociaal Justice and the City" (1973)

4.1.2.1. Stad= "ruimtelijke concentratie van maatschappelijk surplus"

4.1.2.2. Studie verstedelijking= "studie circulatie maatschappelijk surplus"

4.2. Productiewijzen en ruimtelijke organisatie: Ideaaltypische samenlevingsvormen

4.2.1. Bobek (1962): "The main stages in socio-economic evolution from a geographical point of view"

4.2.2. 5-ledige classificatie Dodgshon (1987): "The European Past: social evolution and spatial order"

4.2.2.1. Zwerfgroepen

4.2.2.2. Egalitaire stammen

4.2.2.3. Hoofdijen

4.2.2.4. Vorstendommen

4.2.2.5. Moderne staten

5. Fysisch determinisme en possibilisme 19e eeuw

5.1. Sociaal darwinisme

6. Armoede en segregatie

6.1. Functionele verklaring/analyse (Herbert Gans: zie functionalisme)

6.2. Structurele verklaring

6.2.1. The occupational structure

6.2.2. The property structure

6.2.3. The authority structure

6.2.4. correlatie ongelijkheid en gezondheid/ sociale problemen

6.3. Culturele verklaring

6.3.1. Lewis: culture of poverty

6.3.2. Murray: "welfare dependency"

6.3.3. Blaming the victim en sociaal darwinisme

6.3.4. Onderscheid (un)deserving poor en parallele welvaartstaat

6.4. Wat/wie is arm(oede)

6.4.1. Absolute armoede

6.4.2. Relatieve armoede

6.4.3. Sociale uitsluiting

6.4.3.1. Multi-dimensionaliteit/non-participatie

6.4.3.2. Nadruk op proces

6.4.3.3. Sociale relaties/individuen binnen hun sociale context

6.4.3.4. Schuyt: niet enkel over bezit (armoede), ook over "en-/dis-abling" + 5 dimensies

6.4.3.4.1. Gering economisch rendement/bijdrage

6.4.3.4.2. Morele negatieve stigmatisering en "othering"

6.4.3.4.3. Ruimtelijke segregatie

6.4.3.4.4. Lage sociale weerbaarheid

6.4.3.4.5. Zwakke rechtspositie

6.5. Segregatie

6.5.1. 5 drijvende factoren ruimtelijke spreiding/concentratie (migrantengroepen)

6.5.1.1. Taal

6.5.1.2. Regionaal/cultureel

6.5.1.3. Religieuze

6.5.1.4. Oude migranten onthalen nieuwe

6.5.1.5. Institutionele beperking: discriminatie

6.5.1.5.1. Impliciet woningmarkt (paired testing)

6.5.1.5.2. "Red lining"

6.5.1.5.3. Gedwongen (vb getto's)

6.5.2. Ruimtelijke (residentiële) spreiding bevolkingsgroepen op basis van welke criteria?

6.5.3. Concentratie VS segregatie

6.5.3.1. Concentratie: hoeveel mensen van een groep leven in eenzelfde subgebied => Locatiequotiënt

6.5.3.2. Segregatie: hoeveel mensen van een groep moeten van gebied veranderen om dezelfde relatieve spreiding te vertonen als een referentiegroep => dissimilariteitsindex

6.5.3.2.1. Kan ook op andere ruimtelijke eenheden: bv Gini-index