Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Schoolplein Door Mind Map: Schoolplein

1. Omgeving

1.1. Natuur

1.1.1. Bomen

1.1.2. Struiken

1.1.3. (kunst)gras

1.1.4. Houtsnippers

1.1.5. Tegels

1.1.5.1. Rubbertegels

1.1.6. Muurtjes

1.2. Buurt

1.2.1. Straat

1.2.1.1. In wijk

1.2.1.2. Buiten de wijk

1.2.2. Veld/open ruimte

2. Spelen

2.1. Spel

2.1.1. Manipulerend spel

2.1.2. Rolgebonden handelingen

2.1.3. Eenvoudig rollenspel

2.1.4. Thematisch rollenspel

2.1.5. Constructiespel en beeldend spel

2.2. Spelletjes

2.2.1. Binnenspellen

2.2.1.1. Kaartspellen

2.2.1.2. Bordspellen

2.2.1.3. Smartgames

2.2.1.4. Beweegspellen

2.2.1.5. Elektronica

2.2.1.6. Gezelschapsspel

2.2.2. Buitenspellen

2.2.2.1. Zie gymspellen

2.2.2.2. Rollenspel

2.2.2.3. Renspellen

2.2.3. Gymspellen

2.2.3.1. Balanceren

2.2.3.2. Klimmen

2.2.3.3. Zwaaien

2.2.3.4. Over de kop gaan

2.2.3.5. Springen

2.2.3.6. Hardlopen

2.2.3.7. Mikken

2.2.3.8. Jongleren

2.2.3.9. Doelspelen

2.2.3.10. Tikspelen

2.2.3.11. Stoeispelen

2.2.3.12. Bewegen op muziek

2.2.4. Oud-Hollandse spellen

2.2.5. Vormgeving

2.2.5.1. Aankleding

2.2.5.2. Uitdagend

2.2.5.3. UItnodigend

2.2.5.4. Materialen

2.3. Spelregels

2.3.1. Hoelang duurt het spel?

2.3.2. Hoe wordt besloten wie 'm is?

2.3.3. Hoe kan je zien wie 'm is?

2.3.4. Wanneer ben je af?

2.3.5. Hoe kan je weer meedoen?

2.3.6. Met hoeveel personen speel je het spel?

2.3.7. Welke materialen gebruik je?

3. Kinderen

3.1. Fantasie

3.1.1. Doen alsof

3.1.2. Voorwerpen worden iets anders

3.1.3. Rollenspellen

3.1.4. Eigen verhaal maken

3.1.5. Weinig script

3.2. Ontwikkelingsgebieden

3.2.1. Motorisch

3.2.1.1. Grof

3.2.1.2. Fijn

3.2.1.3. Lichaamsoriëntatie

3.2.1.4. Tekenontwikkeling

3.2.2. Sociaal-emotioneel

3.2.2.1. Emotioneel

3.2.2.1.1. Angst

3.2.2.1.2. Agressie

3.2.2.1.3. Fantasie

3.2.2.1.4. Identiteitsontwikkeling

3.2.2.1.5. Morele ontwikkeling

3.2.2.2. Sociaal

3.2.2.2.1. Contact met leeftijdsgenoten

3.2.2.2.2. Spel

3.2.3. Cognitief

3.2.3.1. Pre-operationele fase

3.2.3.2. Geheugen

3.2.3.3. Aandacht

3.2.4. Taalontwikkeling

3.2.4.1. Mondelinge taalontwikkeling

3.2.4.2. Beginnende geletterdheid

3.2.5. Rekenontwikkeling

3.2.5.1. Logisch denken

3.2.5.2. Getalbegrip en tellen

3.2.6. Zintuigelijke ontwikkeling

3.2.6.1. Visuele waarneming

3.2.6.2. Auditieve waarneming

3.2.7. Seksuele ontwikkeling

3.2.8. Ontwikkeling van werk- en taakgedrag

4. Leerkracht

4.1. Overzicht houden

4.2. Observeren

4.3. Probleem oplossen

4.4. Veiligheid garanderen

4.5. Relaties bouwen met kinderen

4.6. Kinderen helpen bij ongelukken

4.7. Spel begeleiden

4.7.1. Probleem inbrengen

4.7.2. Benoemen wat je ziet

4.7.3. Opdracht of een uitdaging geven

4.7.4. Spiegelen

4.7.5. Meespelen

4.8. Negen rollen in spel

4.8.1. Mee opbouwen van de spelsituatie

4.8.2. Input door verhalen

4.8.3. Input door dramatiseren en voorspelen

4.8.4. Input door een interessant probleem

4.8.5. Meespelen door een rol aan te nemen

4.8.6. Souffleren

4.8.7. Regisseren

4.8.8. Samen evalueren en reflecteren

4.8.9. Samen noteren en registreren

5. Toestellen

5.1. Klimrek

5.2. Schommel

5.3. Wipwap

5.4. Wipkip

5.5. Klimmuur

5.6. Glijbaan

5.7. Brandweerpaal

5.8. Duikelrek

6. Speelzones

6.1. Chillzone

6.2. Natuurzone

6.2.1. Klauteren

6.2.2. Verstoppertje

6.3. Multizone

6.3.1. Hinkelen

6.3.2. Tikspellen

6.3.3. Touwtjespringen

6.3.4. Knikkeren

6.3.5. Mikken

6.3.5.1. Doelspelen

6.4. Toestelzone

6.4.1. Balanceren

6.4.2. Duikelen

6.4.3. Klauteren

6.4.4. Klimmen

6.4.5. Glijden

6.4.6. Kruipen

6.4.7. Zwaaien

6.4.8. Springen

7. Lichamelijke beweging

7.1. Zorg voor meer actie en beweging

7.1.1. Thematisch aanbod van spelideeën

7.1.2. Markeringen op een plein

7.1.3. Voldoende sportmogelijkheden

7.1.4. Voldoende spelmogelijkheden

7.1.5. Stimulering vanuit de leerkracht

8. Ideeën

8.1. Een nieuwe speeltoestel

8.1.1. Het speeltoestel is kapot door een storm. De kinderen krijgen de taak om een nieuw toestel te ontwerpen die tegen een stootje kan.

8.1.1.1. Wie: De kinderen als architecten

8.1.1.2. Wat: Een nieuw speeltoestel ontwerpen

8.1.1.3. Waar: Op het schoolplein

8.1.1.4. Wanneer: Tijdens een kiesbordmoment in de ontwerphoek of buiten bij een buitenspeelmoment

8.1.1.5. Waarom: Speeltoestel is kapot gegaan door de harde wind

8.1.1.6. Extra: Eerst wordt er een tekening gemaakt en daarna mogen ze het uitwerken met diverse mateiralen

8.1.1.7. Eis: De constructie moet stevig zijn. Dit kan getest worden met een föhn.

8.1.1.8. Materialen

8.1.1.8.1. Lego

8.1.1.8.2. Knex

8.1.1.8.3. Karton

8.1.1.8.4. Blokken en platen

8.1.1.8.5. Kapla

8.1.1.8.6. Duplo

8.1.1.8.7. Verti-fix

8.1.1.8.8. Clics

8.1.1.8.9. Bristle blocks

8.1.1.8.10. Magformers

8.1.1.8.11. GeoMax

8.2. Een schoolpleinspel ontwerpen

8.2.1. Er zijn heel veel materialen, maar geen spellen. De kinderen moeten dit ontwerpen.

8.2.1.1. Wie: De kinderen als leerkachten.

8.2.1.2. Wat: Er zijn heel veel materialen, maar geen spellen.

8.2.1.3. Waar: Op het schoolplein

8.2.1.4. Wanneer: Tijdens een kiesbordmoment in de ontwerphoek of buiten bij een buitenspeelmoment

8.2.1.5. Waarom: De kinderen vervelen zich tijdens het buitenspelen en bewegen bijna niet. Daar moet een oplossing voor komen.

8.2.1.6. Extra: In het ontwerp moeten de spelregels naar voren komen.

8.2.1.7. Materialen

8.2.1.7.1. Hoepels

8.2.1.7.2. Pylonnen

8.2.1.7.3. Kegels

8.2.1.7.4. Touwen

8.2.1.7.5. Ballen