1.1. De Griekse goden hadden ook kinderen, de godin van de krijgkunst en de wijsheid, was een dochter van Zeus.
1.2. IN het oude Griekenland speelde ze ook al de Olympische spelen, Dat deden ze in het stadje olympia.
1.3. De beelden en gebouwen van de Grieken, de verhalen over de Griekse godenwerelden de Griekse wetenschap bij elkaar noemen we de Griekse cultuur.
2. 4 Het Romeinse Rijk.
2.1. Rome is rond 750 v.C. ontstaan & vanaf de 4e eeuw v.C. begonnen de Romeinen ander gebieden te veroveren.
2.2. Tussen 264 en 146 v.C. vochten Rome en Carthago drie grote oorlogen uit. De Romeinen wonnen, maar ondertussen waren de de Romeinen rond 200 v.C. begonnen met het veroveren van Griekenland en Spanje.
2.3. Het Romeinse Rijk was het grootste in de 2e eeuw n.C. Toen waren ze de baas over bijna heel West-Europa, delen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
2.4. De Romeinen hadden een beroepsleger. Dat is een leger dat bestaat uit soldaten die van vechten hun beroep hebben gemaakt.
2.5. Als een soldaat langer dan 25 jaar in het leger had gevochten, kreeg hij een stuk land om op te wonen.
3. 5 Romanisering
3.1. Vanaf 200 v.C. veroverden de Romeinen Griekenland en waren erg onder de indruk van de Griekse cultuur.
3.2. Omdat de Romeinen veel van de Grieken overnamen, spraken we ook wel van een Grieks-Romeinse cultuur.
3.3. Het overnemen van de Romeinse cultuur noemen we romanisering.
3.4. Het germaanse volk woonden in kleine dorpen en leefde vooral van landbouw. De Germanen hadden hun eigen goden.
3.5. Het Romeinse Burgerrecht betekende: minder belasting betalen, je kon bestuurder worden en je mocht niet zonder rechtszaak gestraft worden.
4. 1 Oriëntatie.
4.1. 200 v.C. werden er veel Griekse dingen over genomen door de Romeinen
4.2. Diana: de Romeinse godin van de jacht
5. 2 Het leven in een Griekse stadstaat.
5.1. Arheense burgers komen bij elkaar op de heuvel Pnyx om politieke beslissingen te nemen.
5.2. Rond 750 v.C. ontstonden er in Griekenland verschillende steden .
5.3. vanaf 508 v.C. bestuurden gewone burgers de stad.
5.4. Slavernij was in het oude Griekenland heel normaal.
6. 6 Het christendom in het Romeinse Rijk.
6.1. In de Romeinse provincie Judea woonde het Joodse volk. Zij geloofde maar in 1 god. Dat was heel bijzonder in die tijd. In heilige boeken lazen de Joden hoe ze moesten leven.
6.2. De volgeling van Jezus noemde zich christenen.
6.3. Aanhangers van Jezus schreven na zijn dood over zijn leven en zijn ideeën. Deze verhalen staan in het heilige boek van de christenen: de Bijbel. Ze bouwden ook kerken over daar samen te bidden.
6.4. De nieuwe godsdienst, het christendom, verspreiden zich snel over het Romeinse Rijk.
6.5. Uiteindelijk werd het christendom verboden en werden de christenen gestraft. Keizer Nero, die toen regeerde tussen 54 en 68 liet de christenen kruisigen, verbranden of voor de leeuwen gooien.