gezondheidsproblemen

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
gezondheidsproblemen Door Mind Map: gezondheidsproblemen

1. Vroegsignalering

1.1. is het opsporen van mensen die nog niet in beeld zijn bij de zorg. Daar kun je als verpleegkundige mee te maken krijgen als je in de preventieve zorg werkt.

1.1.1. Een verpleegkundige bij de GGD spoort seksuele partners op van iemand met een seksueel overdraagbare aandoening.

1.1.2. Een verpleegkundige bij het consultatiebureau spoort kinderen met ontwikkelingsproblemen op.

1.1.3. Een verpleegkundige bij het sociaal team doet huisbezoeken bij inwoners die 85 jaar worden

2. proactief verplegen

2.1. positieve of beschermende factoren

2.1.1. beschermende eigenschappen van de zorgvrager

2.1.2. beschermende factoren in de omgeving van de zorgvrager

2.2. Door proactief verplegen kun je gezondheidsproblemen bij zorgvragers met een risicofactor voorkomen of in de hand houden.

2.2.1. Een delier (of acute verwardheid) is een gezondheidsprobleem dat veel voorkomt en de uitkomsten van de zorg negatief beïnvloedt

2.2.1.1. Zorgvragers die een delier hebben doorgemaakt, zijn langer opgenomen en hebben na herstel van de oorspronkelijke aandoening meer gezondheidsproblemen

2.3. delier

2.3.1. Verpleegkundige preventie maakt de kans op een delier kleiner.

2.3.1.1. Om te weten bij welke oudere zorgvragers deze preventieve interventies noodzakelijk zijn, stel je drie vragen:

2.3.1.1.1. heeft u geheugenproblemen

2.3.1.1.2. Hebt u in de afgelopen 24 uur hulp nodig gehad bij de zelfzorg?

2.3.1.1.3. Zijn er bij een eerdere opname of ziekte perioden geweest dat u in de war was?

3. Beschermende eigenschappen van de zorgvrager

3.1. leefstijl

3.1.1. voldoende bewegen

3.1.2. gezond eten en drinken

3.1.3. niet roken

3.1.4. matig met alcohol

3.1.5. voldoende slapen

3.1.6. gezond omgaan met stress

4. beschermende factoren in de omgeving

4.1. socialen contacten

4.1.1. die worden beter opgevangen

4.2. lief hebbende partner

5. zelfmanagement

5.1. vermogen van mensen om hun aandoening zo goed mogelijk te kunnen inpassen in hun leven.

5.2. zelf de regie blijven houden over het leven

5.3. Er zijn aanwijzingen dat zelfmanagement de kwaliteit van leven verhoogt en de kosten van de gezondheidszorg verlaagt.

6. acute signale

6.1. raporteeren aan leidinggevende verpleegkundige

6.2. raporteren aan de arts

6.3. informeert andere diciplines

7. wat te doen bij andere signalen

7.1. bespreken en analisren de geconstateerde verranderingen met het verpleegkundig team en leidinggevende

7.2. aanpassen verpleegplan

7.3. informeren van zorgvrager over wijzigen verpleegplan

8. risoco factoren herkennen

8.1. verschillende groepen horen verschillende riscio's

8.1.1. verplichting voor risoco signalering voor een aantal zorgproblemen bij organisaties

8.1.1.1. huidletsel (waaronder decubitus)

8.1.1.2. voeding en overgewciht

8.1.1.3. vallen

8.1.1.4. medicatie problemen

8.1.1.5. depressie

8.1.1.6. incontinentie

9. vroeg signaleren

9.1. Risico signaleren doe je als verpleegkundige bij zorgvragers die al zorg ontvangen.

9.2. Je doet het bij de opname of intake en tijdens de zorg. Risicofactoren kunnen horen bij de aandoening van de zorgvrager of bij andere kenmerken, zoals zijn leeftijd, sociale situatie of leefstijl.

10. hulpmiddelen bij risicosignalering

10.1. Als je op tijd ziet dat een probleem zich ontwikkelt, kun je vaak erger voorkomen.

10.2. e herkent de eerste verschijnselen of symptomen en onderneemt actie.

10.3. Om vroege symptomen en verschijnselen te kunnen signaleren moet je weten waarop je moet letten.

10.4. Je moet de risico’s kennen en je moet weten hoe een aandoening of potentieel verpleegprobleem zich ontwikkelt en welke symptomen erbij horen. Voorbeeld Een van de risico’s na een ingreep is het

11. meetinstrumenten

11.1. voor het signaleren van verschijnselen en symptomen

11.2. Dit kunnen verpleegtechnische instrumenten zijn, zoals een thermometer of bloeddrukmeter, maar ook vragenlijsten of checklists.

12. De zorgvrager en zijn naasten signaleren mee

12.1. De zorgvrager en zijn naasten zijn ervaringsdeskundigen

12.2. Zij zijn het best op de hoogte van wat voor de zorgvrager ‘normaal’ is en wanneer veranderingen optreden die een signaal zijn voor mogelijke problemen

12.3. Luister daarom altijd goed naar hun observaties en vraag het na als jij zelf denkt dat je een verandering ziet.