1. Nationaal recht
1.1. Rechtsregels
1.1.1. Rechtsbronnen
1.1.1.1. Wet
1.1.1.1.1. Alle regels
1.1.1.2. Rechtspraak (jurisprudentie)
1.1.1.2.1. Geheel van uitspraken van rechters
1.1.1.3. Verdragen
1.1.1.3.1. Een schriftelijk bindende regeling tussen staten onderling
1.1.1.3.2. Verdragen rechtstreekt
1.1.1.3.3. Internationale organisatie
1.1.1.4. Gewoonte
1.1.1.4.1. Rechtsnorm
1.1.1.4.2. Bestendig gebruik
2. Rechtssubjecten
2.1. Rechtspersonen
2.1.1. Bv
2.1.2. Nv
2.1.3. Stichting
2.1.4. Vereniging
2.2. Natuurlijke personen
2.2.1. Een mens van vlees en bloed
2.2.1.1. Rechten
2.2.1.2. Plichten
3. Rechtsgebieden
3.1. Privaatrecht
3.1.1. Materieel
3.1.1.1. Hierin wordt bepaald hoe (rechts)personen zich naar elkaar toe moeten gedragen in hun onderlinge verkeer
3.1.1.1.1. Art. 143 Provw
3.1.2. Formeel
3.1.2.1. Geeft de regels over de wijze waarop een bepaald proces gevolgd moet worden
3.1.2.1.1. Art.105 Gw
3.1.2.2. Procesrecht
3.1.2.2.1. Strafprocesrecht
3.1.2.2.2. Burgerlijk procesrecht
3.1.2.2.3. Bestuursprocesrecht
3.1.3. Het burgelijk recht
3.1.3.1. Regels voor de onderlinge verhoudingen tussen personen
3.1.3.1.1. Personen- en familierecht
3.1.3.1.2. Vermogensrecht
3.1.3.1.3. Art. 4 Rv
3.1.4. Het arbeidsrecht
3.1.4.1. Regelt de verhouding tussen werkgever en werknemer
3.1.4.1.1. Artikel 7:610 BW
3.1.5. Het ondernemingsrecht
3.1.5.1. Omvat alle regelgeving waarmee een ondernemer te maken kan krijgen
3.1.5.1.1. Rechtspersonenrecht
3.1.5.1.2. Vennootschapsrecht
3.2. Publiekrecht
3.2.1. Het bestuursrecht
3.2.1.1. De juridische bestuursactiviteiten van de overheid
3.2.1.1.1. At. 1:1 Awb
3.2.1.2. Het sociaal-zekerheidsrecht
3.2.1.2.1. Zorgt dat mensen ten tijde van arbeidsongeschiktheid, ziekte, pensioen of werkloosheid toch een inkomen hebben
3.2.1.3. Formeel
3.2.1.3.1. De procesrechtelijke regels die de burger nodig heeft om tegen het optreden van de overheid iets te ondernemen
3.2.1.4. Materieel
3.2.1.4.1. Rechtsnormen waarin voor burgers en bestuursorganen aanspraken of verplichtingen zijn opgenomen
3.2.2. Het staatsrecht
3.2.2.1. Organisatie van de staat en de bevoegdheden van de organen
3.2.2.1.1. Art. 25 Gw
3.2.3. Het strafrecht
3.2.3.1. Rechtsregels waarin is vastgelegd welk gedrag strafwaardig wordt geacht
3.2.3.1.1. Art. 14a Sr
3.2.3.2. Formeel
3.2.3.2.1. Wetboek van strafvordering
3.2.3.3. Materieel
3.2.3.3.1. Wetboek van strafrecht
3.2.4. Het fiscaalrecht
3.2.4.1. Het geheel aan regels over de heffing en de invordering van belastingen
4. Internationaal recht
4.1. Hoofdbronnen
4.1.1. Internationaal gewoonterecht
4.1.1.1. Opinio iuris
4.1.1.1.1. Een term om een algemeen heersende opvatting in het recht aan te duiden
4.1.2. Verdragen
4.1.2.1. Internationaal gebruik
4.1.2.1.1. Art. 11 lid 1 Handvest van de Verenigde Naties
4.2. Aanvullende bronnen
4.2.1. Algemene rechtsbeginselen
4.2.1.1. Scheiding ter machten
4.2.1.2. Redelijkheid en billijkheid
4.2.1.3. Het verbod op rechtsmisbruik
4.2.1.4. Recht van verdediging
4.2.2. Rechterlijke beslissingen
4.2.2.1. Internationaal gerechtshof
4.2.2.1.1. Art. 33 Statuut van het Internationaal Gerechtshof
4.2.2.2. Internationaal strafhof
4.2.2.3. EVRM
4.2.2.3.1. Art. 4 EVRM
4.2.3. Doctrine
4.2.3.1. Hugo de Groot
4.2.3.2. Humanitaire interventie
4.2.3.2.1. Een gewapend optreden van een staat tegen een andere staat om een einde te maken aan massale schendingen van mensenrechten.
4.2.4. Eenzijdige handelingen en verklaringen
4.2.5. Bindende besluiten internationale organisaties
4.2.6. Ius Cogens
4.2.6.1. Dwingend recht: rechten en verdragen die altijd gelden, ook al heeft een staat daar niet expliciet mee ingestemd.
5. Internationale rechtssubjecten
5.1. Staten
5.1.1. Grondgebied
5.1.2. Bevolking
5.1.3. Soeverein gezag
5.1.4. Erkenning
5.2. Internationale organisaties
5.2.1. Intergouvernementele organisaties
5.2.2. Suprationeel
5.2.2.1. Art. 67 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
5.2.3. Non-gouvernementele organisaties
5.3. Natuurlijke personen
5.3.1. Rechten
5.3.2. Plichten
5.4. Volken
5.4.1. Art. 168 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie