1. Client-centered
1.1. De client is leidend
1.2. Strikt non-directief
1.3. Ontdek blokkades - hoe kan de client deze zelf oplossen
2. Counseling (Client-centered-visie)
2.1. Niet langer strikt non-directief
2.2. Aanpakken van problemen
2.3. Doen van voorstellen en geve van adviezen
3. Coaching
3.1. Stellen en behalen van doelen
3.2. Toekomst gericht
3.3. Geven van adviezen is uit den boze
4. Motiverende gespreksvoering
4.1. Client bevindt zich in het (pre)contemplatie stadium
4.2. Ambivalentie wordt in het gesprek benadrukt
4.3. Toepasbaar wanneer het bij een client aan motivatie ontbreekt
5. Cognitief uitgangspunt
5.1. Richt zich op het verband tussen denken en gedrag
5.2. In kaart brengen van problematisch gedrag d.m.v. het G-schema
5.2.1. Gebeurtenis
5.2.2. Gedachten
5.2.3. Gevoelens
5.2.4. Gedrag
5.2.5. Gevolg
5.3. Een andere techniek die helpt te achterhalen welke overtuigingen de client erop nahoudt is de ABCDE techniek
5.3.1. Activerende omstandigheden (situatie)
5.3.2. Beliefs (overtuigingen)
5.3.3. Consequenties
5.3.4. Daag uit
5.3.5. Effectieve nieuwe gedachte
6. Cognitief-gedragstherapeutisch uitgangspunt
6.1. Combinatie van opsporen en uitdagen van irreele overtuigingen
6.2. KOP-model
6.2.1. Onderzoekt samenhang
6.2.2. Klachten
6.2.3. Omstandigheden
6.2.4. Persoonlijke eigenchappen of stijl
6.3. Mindfullness
6.3.1. Stress en problemen worden verklaard door de wir-war in het denken door het samensmelten van het verleden en de toekomst
6.4. Acceptance and commitment therapy
6.4.1. Acceptatie van de situatie zoals hij is
6.4.2. Commitment om te gaan doen wat waardevol is
6.4.3. Zelfbeeld is context afhankelijk
6.4.3.1. Meer dan een moeder
6.4.3.2. Meer dan de vrouw van
6.4.3.3. Meer dan ...
6.4.3.4. De identificatie met de rol is problematisch
6.4.4. Cognitieve defusie
6.4.4.1. Onderscheid tussen denker en gedachte vergeten
6.4.4.2. Niet bewust van denken en deze als de absolute waarheid nemen
7. Herstelgerichte houding
7.1. Incidenten als leermomenten
7.2. Toepassen van herstelgerichte vragen
7.3. Empowerment als grondslag en uitgangspunt
7.4. Basis van Eigen Kracht-conferenties
8. Provocatieve gespreksvoering
8.1. Bij weinig vooruitgang
8.2. Combinatie van humor, betrokkenheid en uitdagen
8.3. Ben transparant over het gebruik van deze techniek
9. Verbeeldingsgerichte gespreksvoering
9.1. Spreekt het voorstellingsvermogen aan
9.2. Je leidt de client naar een imaginaire situatie
9.2.1. Levensfragmenten (toen, nu, dan)
9.3. Diagrammen
9.3.1. Genogram
9.3.2. Ecogram
9.3.3. Sociogram
10. Eclectisch/Integratieve
10.1. Geen universele manier van werken
10.2. Geen enkele theorie die alles kan verklaren
10.3. Gebruikt alle theorien en gereedschappen
11. Directief/probleemverkennend
11.1. Actieve rol in het gesprek
11.2. Verkennen problemen om tot advies te komen
11.3. Handelingsgerichte houding
12. Criteriumgericht interviewen
12.1. STARR-Methode
12.1.1. Situatie
12.1.2. Taak
12.1.3. Actie
12.1.4. Resultaat
12.1.5. Reflectie
12.2. Vorm van Coachende houding
12.3. Client beschrijft concreet wat er gedaan moet worden in de gewenste situatie
13. Oplossingsgericht werken
13.1. Nadruk licht op wat de client wel kan
13.2. Vragen naar uitzonderingen is een belangrijke tool om te gebruiken
13.3. Vooral bruikbaar bij clienten die zich in het voorbereidingsstadium bevinden
13.4. Client is leidend
14. Gedragstherapeutische invalshoek
14.1. Leerprocessen komen neer op gedragsleer en emotieleren
14.2. Functieanalyse
14.2.1. Gericht op problematisch gedrag
14.2.2. Hulpmiddel om iemand van het contemplatiestadium naar het voorbereidingsstadium te krijgen
14.2.3. Occasion setter
14.2.4. Betekenisanalyse
14.3. Betekenisanalyse
14.3.1. Gericht op problematische situaties
15. Emotion-focused therapy
15.1. Evidence-based stroming
15.1.1. Hechtingstheorieen van Bowlby
15.2. Emoties herkennen en erkennen voor wat ze zijn
15.3. verdrongen emoties herontdekken, uiten, betekenis geven, reguleren en transformeren
15.4. Vergroten emotionele intelligentie
16. Neuro-linguistic programming
16.1. Weinig onderzoek ondersteund de theoretische grondslagen
16.2. Als je niet van de antwoorden houdt, dan moet je de vragen veranderen
16.3. Mislukking bestaat niet
16.4. Alleen al aandacht kan een positief effect sorteren
16.4.1. Placebo
16.5. Herkaderen
16.5.1. De context veranderen
16.5.2. De betekenis veranderen