Het geheim van de flipperkast
Door Bert Lammers
1. Stellingen
1.1. Kennis is geen ziekte
1.1.1. Sommige ziektes kunnen overgedragen worden.kennis niet
1.2. Er bestaat geen directe relatie tussen wat een leeraar onderwijst en wat een leerling leert.
1.3. Door in groepjes te werken met open, complexe en levensechte taken kun je individuele verschillen in leerstijl productief maken.
1.4. Wie onderwijst leert het meest
1.5. Als we al meer zouden moeten overdragen is het niet kennis, maar het leren zelf
1.6. Het grootste deel van het leren begint daar, waar het onderwijzen ophoudt
2. Meest leren van
2.1. Open, geïntegreerde taken
2.1.1. Die in samenwerking worden uitgevoerd
3. Rijtje
3.1. Volgorde aanbrengen
3.2. In samenhangende categorieën onderbrengen
3.3. Structuur aanbrengen
3.4. Naar algemeen niveau brengen
3.5. Toepassen
3.6. Verbanden zoeken en leggen met wat je al weet
4. Hoe krijg je samenwerking?
4.1. In plaats van werkverdeling?
5. Case
5.1. Zelf categoriseren
5.1.1. 5-10%
5.2. Categorien laten indelen
5.2.1. 10-35%
5.3. Categorien laten bedenken en beoordelen en indelen
5.3.1. 60-80%
6. Fabriekje
6.1. Grondstoffen
6.1.1. Informatie
6.2. Via zintuigen in het werkgeheugen
6.2.1. In combi met aanwezig in lange termijn geheugen
6.3. In lange termijn geheugen
7. Kenniselementen als netwerken van eigenschappen
7.1. Roos
7.1.1. 1
7.1.1.1. Doorns
7.1.1.2. Steel
7.1.2. 2
7.1.2.1. Romantisch
7.1.2.2. Geur en maneschijn
7.1.3. 3
7.1.3.1. 1mei