STEDEN EN STATEN GIJS

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
STEDEN EN STATEN GIJS Door Mind Map: STEDEN EN STATEN GIJS

1. De eerste Nederlandse stad die stadsrechten kreeg was in 1061 Stavoren. In 1259 kreeg Amersfoort stadsrechten en in 1355 kreeg Bunschoten stadsrechten, dit om te voorkomen dat ze in zee gingen met Holland.

2. HANZE

2.1. Een Hanze of een Hanza is een samenwerkingsverband tussen steden en handelaren.

3. STADSRECHTEN

3.1. Stadsrechten waren in het middeleeuwse Europa bijzondere rechten en privileges die aan een plaats werden toegekend.

3.1.1. VOORBEELDEN VAN STADSRECHTEN ZIJN:

3.1.1.1. Stadsmuren: het recht om muren rond een stad te hebben.

3.1.1.2. Marktrecht: het recht om markt te houden (en daarvoor te laten betalen).

3.1.1.3. Geen herendiensten meer hoefden te verrichten een geen militaire verplichtingen.

4. WIE WAS DE BAAS VAN EEN STAD

4.1. In de steden leefden burgers. Steden hadden verplichtingen als het betalen van belasting en het leveren van een bepaald aantal man voor het leger, maar ín de stad waren de burgers de baas en dus vrij van de landsheer. Naarmate een stad rijker werd, was deze machtiger. Een machtige stad had rijke en machtige burgers

5. KRUISTOCHTEN

5.1. De kruistochten of kruisvaarten waren heilige oorlogen die een antwoord waren op de wil van God namens het christelijk geloof ter verdediging van land, mensen of de religie.

5.2. OORZAAK KRUISTOCHTEN

5.2.1. De Kruistochten waren gewapende tochten of operaties die door christelijk Europa in de middeleeuwen werden gehouden om het Heilige Land Palestina, en in het bijzonder Jeruzalem, te "bevrijden" van de islamitische Turken, zodat pelgrims weer veilig naar het Beloofde Land konden gaan.

5.3. GEVOLG KRUISTOCHTEN

5.3.1. De kruisvaarders stichtten uiteindelijk vier staten: het koninkrijk Jeruzalem en de vorstendommen Tripoli, Edessa en Antiochië. Qua oppervlakte betrof het een gebied dat ongeveer zo groot was als de tegenwoordige landen Israël en Libanon.

6. INVESTITUURSTRIJD

6.1. De Investituurstrijd is de benaming voor een strijd tussen paus Gregorius VII en diens opvolger enerzijds en de Europese vorsten, waaronder vooral de Rooms-Duitse keizers, aan de andere kant. Het conflict draaide om het benoemingsrecht van hoge geestelijken, die naast kerkelijke ook wereldlijke macht uitoefenden.

6.2. WAAROM WAS DE INVESTITUURSTRIJD EEN POLITIEK CONFLICT

6.2.1. Het conflict draaide om het benoemingsrecht van hoge geestelijken, die naast kerkelijke ook wereldlijke macht uitoefenden.

7. DRIESLAGSTELSEL

7.1. Het drieslagstelsel is een landbouwmethode uit de vroege Middeleeuwen. Hierbij werden de akkergronden of "kouters" in drie stukken verdeeld, in plaats van twee, zoals daarvoor gebruikelijk was.

7.1.1. ONTGINNEN

7.1.1.1. Een ontginning is in cultuur gebrachte woeste grond voor agrarisch gebruik of bosbouw. Voorbeelden van ontginningen in Nederland zijn voormalige moeras-, veen-, heide- of duingebieden, kwelders en beeklanden.

7.2. ONTWIKKELINGEN IN LANDBOUW

7.2.1. Daardoor leveren hun oogsten meer oogsten op. Boeren houden producten over en verkopen die op de markt. Zo verdienen ze geld en daarmee kopen ze producten die ze niet zelf kunnen maken. Hierdoor komt er steeds meer handel.

8. BEVOLKINGSGROEI IN WEST EUROPA.

8.1. Door de toename van beschikbare landbouwgronden en de nieuwe landbouwmethodes nam de voedselproductie en de bevolkingsgroei toe.

8.1.1. Als gevolg daar van konden steden ontstaan.

9. GILDE

9.1. Een gilde is een beroepsgroep of beroepsvereniging die als fenomeen opkwam in de Middeleeuwen en bestaan heeft tot in de achttiende eeuw. Gildes waren bedoeld om kennis en ervaring te delen.

9.1.1. VOORBEELDEN VAN GILDEN

9.1.1.1. Godsdienstige (de oudste) Koopmansgilden (handelaren van verschillende goederen) Ambachtsgilden (gilden gericht op één beroep. bijvoorbeeld: timmermansgilde)

9.2. VOORDEEL GILDEN

9.2.1. In tijden van nood hielpen de gilde leden elkaar. Ze steunden elkaar bij ziekte en sterfgevallen. En je had het recht om een beroep uit te oefenen.

9.3. MEESTERPROEF

9.3.1. meesterproef was een werkstuk dat door een ambachtsman werd vervaardigd met het doel als meester lid te kunnen worden van een gilde

9.4. NADEEL GILDEN

9.4.1. Een groot maatschappelijk nadeel van de gilden was de corrumperende werking van het monopolie

9.5. WAAROM VERANDERDE DE MACHT VAN DE ADEL MET DE KOMST VAN DE GILDE

9.5.1. In Europa kenmerkt deze periode zich door een toenemende verstedelijking, zware economische crises, een heropleving van de geldhandel, en het afbrokkelen van het feodaal systeem, en daarmee ook van de macht van de adel.

10. CENTRALISATIE

10.1. Bestuurssysteem waarbij de mensen vanuit het centrum werden bestuurd in plaats van, zoals vroeger, door lokale gezagdragers (burchtheren) of regionale gezagdragers (graven, hertogen) die in eigen genaam optraden.

11. DE ZWARTE DOOD

11.1. Zwarte Dood is de epidemie die van 1347 tot 1352 in Europa woedde en vele slachtoffers maakte, soms tientallen procenten van de bevolking. De epidemie werd veroorzaakt door de pestbacterie en kostte wereldwijd tussen de 75 en 200 miljoen mensen het leven

11.2. OORZAAK ZWARTE DOOD

11.2.1. De pest daarentegen wordt niet veroorzaakt door een virus, maar door de bacterie Yersinia pestis, die verspreid wordt door vlooien die met name op de zwarte rat parasiteren.

11.3. GEVOLGEN VAN PESTUITBRAKEN

11.3.1. De enorme schok die de zwarte dood van 1347-'50 veroorzaakte had een diepgaand effect op de Europese geschiedenis. Volgens sommigen zou de uitzonderlijk hoge mortaliteit in Europa geleid hebben tot een verlaging van het arbeidsaanbod, en een hoger inkomen per hoofd van de bevolking.