1. Literatuurstudie
1.1. Te weinig mantelzorgers in 2030.
1.1.1. Technologische ontwikkelingen in de zorg/hulp branche.
1.2. Niet alle mantelzorgers zijn in beeld bij gemeenten of organisaties. Zij zijn vaak ook moeilijk te bereiken.
1.2.1. Het is van belang dat mantelzorgers gezien worden zodat hen ook de hulp en ondersteuning die nodig is geboden kan worden.
1.2.1.1. Bij BredaMantelzorg word deze ondersteuning en hulp geboden.
1.3. Mantelzorgers zien zichzelf niet als mantelzorger.
1.3.1. Zij verrichten werk als vanzelfsprekendheid en zonder ophef, de hulpbehoevende gaat namelijk voor.
1.3.1.1. Veel mantelzorgers staan hier niet bij stil of denken dat de taken/werkzaamheden die zij uitvoeren vanzelfsprekend zijn.
1.4. Er heerst een stereotype beeld dat mensen hebben bij ‘de mantelzorger'.
1.4.1. 'De mantelzorger' word vaak gezien als vrouwen van middelbare leeftijd die hun ouders verzorgen.
1.4.1.1. 'De mantelzorger' moet een vrolijker en kleurrijker beeld krijgen en/of er moet een andere benaming voor komen, mensen willen zich niet koppelen aan 'mantelzorger'.
2. Trendanalyse
2.1. Aantal potentiële mantelzorgers neemt af
2.2. Vraag naar mantelzorg stijgt met 70%
2.3. Mantelzorg wordt vaker aangeboden door ouderen
2.4. Mantelzorgers bieden vaker hulp aan mensen met psychische of psychosociale problemen
2.5. Mantelzorgers kennen beter de weg naar ondersteuning, maar er wordt minder gebruik van gemaakt
2.6. Verwachte afname van 5 naar 3 mantelzorgers per zorgvrager
2.7. In de toekomst steeds vaker een beroep op werkende mantelzorgers
2.8. Stijgende lijn in het aantal mantelzorgers dat contact heeft met de gemeente, maar de helft is nog niet in beeld
2.9. Taboe op mantelzorg op de werkvloer, wordt gezien als privékwestie
2.10. In 2017 woont bijna 1 op de 5 scholieren tussen de 12 en 16 jaar samen met een langdurig ziek gezinslid
3. Interviews
3.1. - Ben jij mantelzorger (geweest)?
3.1.1. Respondent A: Ja
3.1.2. Respondent B: Ja
3.2. Zou jij jezelf mantelzorger hebben genoemd voordat je bij BredaMantelzorg kwam?
3.2.1. Respondent A: Nee
3.2.2. Respondent B: Nee
3.3. Hoe ben je bij BredaMantelzorg gekomen?
3.3.1. Respondent A: Op zoek naar een stage -> via LinkedIn
3.3.1.1. Sociale Media
3.3.2. Respondent B: Flyer gekregen van school.
3.3.2.1. Flyer
3.4. Hoe keek je voordat je hierheenkwam tegen het woord mantelzorger aan?
3.4.1. Respondent A: Ouderwets, serieus en volwassen. Je koppelt het niet snel aan jezelf.
3.4.1.1. Het woord 'Mantelzorg' is niet herkenbaar.
3.4.2. Respondent B: Wat houdt het woord eigenlijk in? Kan ik dat echt aan mijn situatie koppelen? Je denk al snel dat jet het niet bent.
3.4.2.1. Het woord 'Mantelzorg' is niet herkenbaar.
3.5. Waar liep je tegenaan als mantelzorger?
3.5.1. Respondent A: Schuldgevoel, omdat als je leuke dingen voor jezelf doet je niet thuis aan het helpen bent.
3.5.1.1. Schuldgevoel
3.5.2. Respondent B: Mentaal was het erg zwaar. Je denkt veel aan de situatie thuis. Ook wil je altijd 'aan' staan. Je bent altijd bereid om te helpen.
3.5.2.1. Mentaal
3.6. Durfde je om hulp te vragen? Wat hield je tegen?
3.6.1. Respondent A: Je bent jong en je denkt dat je het zelf wel aan kan.
3.6.1.1. Jong -> geen hulp nodig
3.6.2. Respondent B: Ik ben juist de helper, ik heb geen hulp nodig.
3.6.2.1. Helper heeft geen hulp nodig
4. Enquête
4.1. Wat is uw leeftijd?
4.1.1. 0-24 jaar (jonge mantelzorger)
4.1.2. 24 jaar of ouder (mantelzorger)
4.2. Bent u mantelzorger of mantelzorger geweest?
4.2.1. 10% ja
4.2.2. 70% nee
4.2.3. 20% weet ik niet
4.3. Ik heb een partner, vader, moeder, broer of zus die vaak ziek of beperkt is en veel zorg of aandacht nodig heeft
4.3.1. 10% ja
4.3.2. 90% nee
4.4. Ik vind het heel gewoon om regelmatig te koken, wassen of schoon te maken of boodschappen te doen?
4.4.1. 90% ja
4.4.2. 10% nee
4.5. Ik regel en doe vaak dingen in andere gezinnen door ouders worden gedaan
4.5.1. 40% ja
4.5.2. 60% nee
4.6. Ik maak me regelmatig zorgen en moet rekening houden met de situatie thuis
4.6.1. 30% ja
4.6.2. 70% nee
4.7. Welke emotie voelt u bij het woord mantelzorg?
4.7.1. Trots, behulpzaam, verantwoordelijk en meelevend
4.7.2. Bezwaard, ontzag, ouderwets, zwaarbeladen, moeilijk en oud
4.7.2.1. Niet fijn om jezelf mantelzorger te noemen
4.7.2.2. Niet modern
4.7.2.3. Geen fijn woord
4.8. Ziet u mensen om u heen als mantelzorger terwijl zij zichzelf niet zo zouden identificeren?
4.8.1. 90% ja
4.8.1.1. Veel mensen hebben niet door dat ze mantelzorger zijn
4.8.2. 10% nee
5. Doelgroep
5.1. Mantelzorgers
5.1.1. Op zorg plekken, dit kan bijvoorbeeld in de wachtkamer van de huisarts, apotheken, ziekenhuizen of zorgcentra zijn.
5.1.2. Op werk, school of in de supermarkt. Maar ook kijken zij Tv, lezen de krant en zitten op sociale media.
5.2. 16 t/m 24 jaar.
5.2.1. Smartphone - Sociale media
5.2.2. Platformen zoals; Instagram, Facebook, Snapchat, Whatsapp en Tiktok.
5.3. Woonachtig in gemeente Breda
5.3.1. Breda, Bavel, Prinsenbeek, Teteringen en Ulvenhout
5.3.2. Verschillende locaties binnen de gemeente Breda, zoals scholen, sportcentra en openbare ruimtes.
5.3.3. Breday is een jongerenloket in Breda waar jongeren terecht kunnen voor vragen en hulp.