1. 4) Cognitie en sociaal-culturele factoren
1.1. 4.1) Sociale cognitie = studie hoe we informatie over onszelf en anderen waarnemen, onthouden en interpreteren.
1.1.1. 4.1.1) Automatisch denken met schema's, denken zonder inspanning
1.1.1.1. 4.1.1.1) Mechanisme
1.1.1.2. 4.1.1.2) Experimenteren
1.1.1.2.1. a) Poppenexperiment van Kenneth en Mammie clark
1.1.1.2.2. b) De verdeelde klas
1.1.2. 4.1.2) Gecontroleerde sociale cognitie: ingespannen denken
1.1.2.1. 4.1.2.1) omschrijving = denken dat bewust, opzettelijk en uit vrije wil plaatsvindt
1.1.2.1.1. doel : tegengewicht geeft aan automatisch denken
2. 1) Factoren die onze motivatie, emotie en cognitie beïnvloeden: schema mens - gedrag en beïnvloedende factoren.
2.1. 1.1) Sociale factoren = beïnvloeden ons gedrag, zelfs wanneer andere niet fysiek aanwezig zijn.
2.1.1. gedrag word beïnvloed door mensen:
2.1.1.1. mensen om ons heen
2.1.1.2. groepen waartoe we behoren
2.1.1.3. onze persoonlijke relaties
2.1.1.4. druk die we ervaren van andere
2.1.2. invloed van mensen om je heen = impliciet en expliciet zijn
2.1.3. primaire groep: meest directe leefomgeving vb partner
2.1.4. secundaire groep: groepen waarvan je deel uitmaakt vb vriendengroep, jeugdbeweging
2.2. 1.2) Culturele factoren =
2.2.1. cultuur = vormt een basis waarop mensen met elkaar samenleven
2.2.1.1. cultuur = dynamisch en verandert dus continu.
2.2.1.1.1. Bestaat uit waarden en normen, opvatting die door een groep mensen gedeeld worden
2.2.2. Zichtbare gedeelte: rituelen, symbolen, verhalen
2.2.3. Onzichtbare gedeelte: waarin die eraan ten grondslag liggen.
2.2.4. Binnen een cultuur
2.2.4.1. subculturen
2.2.4.1.1. vaarnamelijk bij jongeren omdat zij op zoek zijn naar hun eigen identiteit
2.2.5. Religie = ' geloofsleer'
3. 3) Motivatie en sociaal-culturele factoren
3.1. 3.1) Seksualiteit
3.1.1. 3.1.1) Biologische basis voor gedragsverschillen tussen M en V
3.1.1.1. Reproductieve succes ( aantal overlevende nakomelingen)
3.1.1.2. vrouw is afhankelijk van het aantal eicellen
3.1.1.3. opgroeien tot volwassenen nakomelingen
3.1.2. 3.1.2) Sociaal- culturele invloeden: schoonheidsidealen
3.1.2.1. in elke cultuur verschillend
3.1.2.2. sterk evolueren
3.1.3. 3.1.3) Sociaal- culturele invloeden op seksuele beleving en-opvatting
3.1.3.1. Seksueel gedrag
3.1.3.1.1. 63% zeer christelijk
3.1.3.1.2. 55% islamitisch
3.1.3.2. seksueel gedrag
3.1.3.2.1. 1) opvattingen over seksualiteit
3.1.3.2.2. 2) opvattingen over seksuele- en genderidentiteit
3.1.3.2.3. 3) Anticonceptiegebruik
3.1.3.2.4. 4) Praten over seksualiteit met ouders
4. 2) Emotie en sociaal-culturele factoren
4.1. culturele beïnvloeding vast te stellen is in de band tussen het menselijk gedrag en emotie
4.1.1. 1) Affectieve culturen
4.1.1.1. emoties makkelijk in vrije loop
4.1.2. 2) Neutrale culturen
4.1.2.1. gevoelens liever niet uiten