Hoofdstuk 4: Voorraadbeheer

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Rocket clouds
Hoofdstuk 4: Voorraadbeheer Door Mind Map: Hoofdstuk 4: Voorraadbeheer

1. 4.1 Soorten voorraden

1.1. hoe kunnen we verschillende soorten voorraden onderscheiden?

1.1.1. voorraadhoogte

1.1.1.1. hoeveelheid stuks die men in voorraad heeft

1.1.2. voorraadverloop

1.1.2.1. voorraadverloop is afhankelijk van wijze van aanvulling van voorraad en/of van het afnamepatroon

1.1.3. 4.1.1 Voorraad naar traject

1.1.3.1. onderhandenwerk

1.1.3.1.1. als goederen in het bedrijf een bewerking ondergaan

1.1.3.2. pijplijnvoorraad

1.1.3.2.1. goederen die onderweg zijn tussen twee schakkels

1.1.3.3. voorraadanalyse

1.1.3.3.1. is een definiëring van het ontkoppelpunt dus van groot belang

1.1.3.4. magazijnvoorraad

1.1.3.5. gereedproduct

1.1.4. 4.1.2 Voorraad naar soort

1.1.4.1. strategische voorraad

1.1.4.1.1. wordt aangelegd om grote stagnaties in de aanvoer- veroorzaakt door staking, politieke moeilijkheden en dergelijke in bepaald land of gebied- op te vangen.

1.1.4.2. speculatieve voorraad

1.1.4.2.1. deze betreft doorgaans voorraden van essentiële gronddstoffen en inkoopdelen die aangelegd worden omdat mn bang is voor onverwachte en vrij hevige verstoringen in de inkoopprijzen

1.1.4.3. buffervoorraad

1.1.4.3.1. hoeveelheid materiaal die wacht op verdere bewerking

1.1.4.4. cyclusvoorraad

1.1.4.4.1. komt op neer dat de voorraad geleidelijk afneemt en periodiek wordt aangevuld wanneer er orders worden ontvangen

1.1.4.5. veiligheidsvoorraad

1.1.4.5.1. is een voorraad, die een buffer vormt tegen onzekerheden

1.1.4.6. restantpartijen

1.1.4.6.1. zijn gerede producten die na afloop in de markt overblijven en niet meer volgens het normale patroon verkocht kunnen worden

1.1.4.7. incourante voorraden

1.1.5. 4.1.3 Theoretische voorraad

1.1.5.1. theoretische voorraad

1.1.5.1.1. biedt houvast om de gegevens in administratieve zin vast te leggen in de computer

1.1.5.2. technische voorraad

1.1.5.2.1. ook wel fysieke voorraad, werkelijke hoeveel voorraad in magazijn

1.1.5.3. bestelde voorraad

1.1.5.3.1. goederen die zijn besteld bij leverancier maar nog niet in magazijn zijn opgenomen

1.1.5.4. beschikbare voorraad

1.1.5.4.1. goederenen waar, op dat moment geen bestelling over staat

1.1.5.5. gereserveerde voorraad

1.1.5.5.1. goederen staan onder order

1.1.5.6. effectieve voorraad

1.1.5.6.1. som van fysieke voorraad en bestelde voorraad

2. 4.2 Voorraadkosten

2.1. waaruit bestaan voorraadkosten

2.1.1. 4.2.1 Bestelkosten

2.1.1.1. bestelkosten

2.1.1.1.1. omvatten de kosten die gerelateerd zijn aan het administratieve proces om een bestelling oor te bereiden, vrij te geven, te volgen bij de leverancier, te transporteren, te ontvangen, te inspecteren, op te slaan en rekening te voldoen

2.1.1.2. Electronic Data interchange

2.1.1.2.1. hierdoor kunnen variabele kosten van een order laag gehouden worden. hierbij wordt standaardprocedure gebruikt voor uitwisseling van handelsberichten

2.1.1.3. Faxban, Kanban

2.1.1.4. Magazijnprijs

2.1.1.4.1. aanschafprijs + aangelegt opslag op de kostprijs

2.1.2. 4.2.2 Voorraadkosten

2.1.2.1. Rentekosten

2.1.2.1.1. als onderneming hoeveelheid goederen weet vrij te maken door omzetting in geld en dit bijvoorbeeld op de bank zet

2.1.2.2. ruimtekosten

2.1.2.2.1. kosten per m2 of m3

2.1.2.3. opslagkosten

2.1.2.4. Risicokosten

2.1.2.4.1. hierbij gaat het om kosten van zowel voorzorg en nazorg

2.1.2.5. preventievekosten

2.1.2.5.1. bijvoorbeeld verzekeringspremie die nodig is om schade bij brand of diefstal, af te dekken

2.1.2.6. correctiekosten

2.1.2.6.1. bijvoorbeeld schade door rijden met een vorkheftruck

3. 4.3 Formule van Camp

3.1. bestaat er een optimale bestelhoeveelheid?

3.1.1. Formule van camp

3.1.1.1. kwam tot conclusie dat bij het op voorraad houden in een punt de economisch meest verantwoorde seriegroottes kan berekenen

3.1.1.2. ook wel EOQ ( economic order quantity)

3.1.1.3. hierbij gaat men ervan uit dat de totale kosten per periode van een artikel bestaan uit alle bestelkosten en alle voorraadkosten in die periode

4. 4.4 Bestelmethoden

4.1. welke bestelmethoden kunnen er worden onderscheiden

4.1.1. bestelmethoden

4.1.1.1. zijn ontwikkeld voor beheersen van voorraden

4.1.2. rackjobbers

4.1.2.1. leveranciers die de voorraad in het schap kunnen aanvullen

4.1.3. multiple quantity

4.1.3.1. bestelling in een veelvoud van de vaste hoeveelheid

4.1.4. optimale bestelgrootte

4.1.4.1. bij meeste bestellingen zijn de kosten aanzienlijk. tegen deze achtergrond is er optimale bestelgrootte vastgesteld

4.2. 4.4.1 BQ-bestelmtheode

4.2.1. BQ-bestelmothde

4.3. 4.4.2 De sS-bestelmethode

4.3.1. sS-bestelmethode

4.3.1.1. het eveneens een vast bestelmoment met een variabel bestelserie

4.4. 4.4.3 Vergelijking bestelmethoden BS en sQ

4.4.1. BS

4.4.1.1. wordt toegepast ingeval er beperkingen in in maximale voorraadhoogte en/of maximale hoeveelheid geld die aan een enkel artikel besteed mag worden

4.4.2. sQ

4.4.2.1. kan gebruikt worden als er bij een leverancier veel bestellingen binnenkomen van verschillende artikelen met een vaste bestelgrootte

5. 4.5 Vraagvoorspelling

5.1. welke modellen bestaan er om de vraag te voorspellen?

5.1.1. 4.5.1 Voorspelmethoden

5.1.1.1. intuïtieve voorspelmthode

5.1.1.1.1. meest gebruikte is combinatie van kwalitatieve en casual voerspelmodellen waarbij een voorspelling wordt gemaakt

5.1.1.2. kwalitatieve voorspelmoddelen

5.1.1.2.1. wordt oordeel van verschillende personen gebruikt om voor voorspelling te doen

5.1.1.3. causale voorspelmodellen

5.1.1.3.1. is het verband tussen te beredeneren tussen en oorzaak en gevolg

5.1.2. 4.5.2 tijdreekvoorspelling

5.1.2.1. GEEN TENTAMENSTOF

6. 4.6 Stochastische moddelen

6.1. GEEN TENTAMENSTOF

7. 4.7 Samengesteld voorraadkostenmodel

7.1. GEEN TENTAMENSTOF