Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
MIJN TALENTEN Door Mind Map: MIJN TALENTEN

1. KENNISSPONS

1.1. Voorbeelden

1.1.1. Voorbeeld 1: als ik de betekenis van een woord niet weet dan zoek ik het direct op mijn gsm. Voorbeeld 2: ik was een figurant voor een theater dat over de film inception ging. Toen keek ik direct naar de film terwijl het eigenlijk niet nodig was. Ik keek ook naar de interviews van de acteurs over die film.

1.1.1.1. Hefboomvaardigheid

1.1.1.1.1. Maak Keuzes en beperk je tot relevante informatie. Je vindt zoveel zaken interessant dat je kunt afdwalen. Accepteer dat je niet alles kunt lezen wat je wilt lezen: je interesse gaat meestal verder dan je tijd. Baken de tijd bewust af (bijvoorbeeld bij het lezen), zodat je niet overdrijft. Leer je grenzen bepalen, zeker wanneer je onder druk staat, zo verlies je jezelf niet in de informatie. Houd voor ogen dat het niet alleen over info verzamelen gaat, je moet er ook iets mee doen. Maak voldoende snel die overgang naar doen.

2. BRUGGENBOUWER

2.1. Voorbeelden

2.1.1. Voorbeeld 1: er was spanning tussen twee figuranten, ze kwamen niet zo goed overeen. Ik was wel bevriend met de beide en vroeg aan hen individueel wat het probleem was. Gelukkig hebben we het kunnen oplossen. Voorbeeld 2: ook tijdens een groepswerk was er spanning tussen twee mensen. Hier was ik wel niet bevriend met de beide, maar ik was degene die de spanning had opgelost. De anderen deden alsof ze de spanning niet zagen. Er was een misverstand. De ene dacht dat de andere haar niet mocht terwijl de andere geen mening had over haar. Later werden ze geen vrienden, maar er was ook geen onnodige spanning meer tijdens onze groepswerk.

2.1.1.1. Hefboomvaardigheid

2.1.1.1.1. Duw spanning en weerstand niet weg, maar benoem, onderzoek en vraag door als je het opmerkt. Geef jezelf de ruimte om iets te zeggen en zwijg niet omdat je denkt dat je inbreng zal leiden tot meer spanning. Leer focussen op energie en medewerking en doe van daaruit een voorstel. Als je ziet dat twee mensen een woordenwisseling hebben, nodig dan ook anderen uit om hun mening te geven. Denk niet dat jij alles moet oplossen.

3. JAZEGGER

3.1. Voorbeelden

3.1.1. Voorbeeld 1: tijdens groepswerken was ik altijd de persoon die iemand anders werk overnam omdat ze oftewel het aan mij vragen (en ik kan geen nee zeggen) oftewel deden ze niets, dus moest ik het maar doen. Voorbeeld 2: toen ik een figurant was kwamen ze altijd naar mij om iets te vragen. Bijvoorbeeld nadat een scene eindigt moet je de rekwisieten wegbrengen. Iemand vroeg aan mij of ik het ook voor haar kon doen. Het was meer onnodig werk voor mij, maar omdat ik niet nee kon zeggen zei ik ja. Ze wisten dat ik niet nee kon zeggen.

3.1.1.1. Hefboomvaardigheid

3.1.1.1.1. Denk goed na of iets wel of niet je verantwoordelijkheid is en benoem dat expliciet. Zo creëer je duidelijkheid voor jezelf. Het kan helpen om niet meteen ja te zeggen, maar om even bedenktijd te vragen en dan daar na een afgesproken termijn op terug te komen. Als je ziet dat iemand zijn of haar verantwoordelijkheid niet neemt, pak het dan niet over, maar maak het bespreekbaar. Breng voordat je het overneemt of ingrijpt voldoende geduld op om door te vragen en te onderzoeken. ALs iemand verantwoordelijkheid neemt, geef die persoon dan ook de ruimte om die verantwoordelijkheid te nemen.

4. VERTROUWELING

4.1. Voorbeelden

4.1.1. Voorbeeld 1: ik was het luisterend oor voor de figuranten. Ze kwamen altijd naar mij om over hun problemen te praten. Voorbeeld 2: toen ik voor een dag werkte als orderpicker kwam mijn verantwoordelijke naar mij toe en begon heel haar levensverhaal te vertellen. Mensen zeggen altijd dat ik hen een veilig gevoel geef.

4.1.1.1. Hefboomvaardigheid

4.1.1.1.1. Leer 's avonds de knop omdraaien door bewust tussenactiviteiten te organiseren. Dit kun je doen door het uitoefenen van hobby's, zoals sport. Probeer iets doen wat je zo leuk vindt dat je gedachten stilvallen en je aandacht zich verplaatst. Probeer ervan bewust te zijn wanneer een gesprek blijft hangen en probeer de gedachten eraan naar de achtergrond te verplaatsen. Wat helpt, is die gedachten letterlijk van je af te schrijven. Leer een onderscheid maken tussen het verhaal van iemand anders en je eigen belang. Vraag je af wat je zelf belangrijk vind en nodig hebt. Wees je bewust van waarop je invloed hebt en betrokken bent. Trek duidelijk grenzen in waar je je wilt door laten meeslepen.

5. NIEUWFREAK

5.1. Voorbeelden

5.1.1. Voorbeeld 1: ik ben altijd op zoek naar iets nieuws, maar zodra het nieuwe eraf is dan verlies ik mijn energie, aandacht en motivatie. Dat was een van de redenen waarom ik vaak van opleiding heb veranderd. Voorbeeld 2: als figurant probeerde ik altijd nieuwe dingen. Soms was ik een onderzoeker soms iets anders.

5.1.1.1. Hefboomvaardigheid

5.1.1.1.1. In je enthousiasme rond iets nieuws, kun je leren voldoende aansluiting te maken met anderen. Leer hen daarin mee te nemen en zie in dat anderen er misschien nog niet zoveel van weten. Eenmaal je iets nieuws hebt uitgedacht, zorg je er best voor dat je ook de afwerking en de toepassing kunt garanderen. Vanuit het enthousiasme voor het nieuwe, kun je leren de stap te maken om er concreet iets mee te doen.